Dood op de schoen

Chris Willemsen, wiens vader ik destijds bij Holland Sport verdienstelijk heb zien spelen, heeft enige tijd geleden sportverhalend proza gepubliceerd, dat vooral ging over de jammerlijke WK-nederlaag van Oranje in 1974 in de finale, die derhalve “de moeder aller nederlagen” heette - zeer vrij naar Saddam Hussein.

Hij toonde zich daarin tegenstander van de applauswissel en memoreerde de zogenaamde onfeilbaarheid van doelverdedigers, terwijl hij Rob Baan (binnenkort bestuurslid bij Feyenoord) opvoerde als geestelijke vader van een vuistslag in Leipzig. Dat was de klap welke Tscheu-la Ling uitdeelde aan de Oostduitse verdediger Weise en die tot gevolg had dat Oranje ruimte kreeg om de tegenstander uiteindelijk te verslaan. Precies begrepen hoe dat kon, want voor de Oostduitsers kwam er toch ook meer ruimte, heb ik dat niet, maar dat was het geheim van de auteur en het was goed geschreven en origineel van opzet, dat proza van Chris Willemsen.

Zeer onlangs schreef hij een gedichtenbundel, 'Dood op de schoen', en die gedichten gaan over voetbal. Ik zal niet beweren dat ze allemaal (het zijn er 53) van exceptionele klasse zijn, maar er staan erin die ik met waardering heb geconsumeerd. Hier volgt er een. Het heet 'Hollan Spogt'.

De Hagenaar spreekt de r vaak uit als g

Flink hagt stoten met biljagten en

voor drie kwartjes naar VUC of Hollan Spogt.

Naar Begtus, de eerste Europese linkspoot

de eerste met een voorzet als een streep

de eerste die door mis te koppen opdat

de bal langs zijn kale door transpiratie

natte schedel afketste, het Haagse publiek

aan de Schenkkade de uitspraak ontlokte

kgijte Begtus.

Dit alles wil het verhaal

want mensen maken van ideeën monumenten

en wie Bertus nooit heeft gekend

blijft verschoond van sentimenten.

Voor niet-Hagenaars: dit gaat over Bertus de Harder. Over een fantastisch Brits talent, Duncan Edwards, verongelukt in 1958 bij de vliegramp bij München, dichtte Chris onder meer deze strofe:

Hoe ter aarde haalde de trainer

het in zijn onberekenbare hoofd

hem drie hoopvolle weken later

alsnog uit het veld te halen.

Mijn derde en laatste voorbeeld van Willemsens dichtader betreft Theo Timmermans, de in 1995 overleden voetbalinternational die voor ADO uitkwam. Het gedicht heet 'Opa dribbel' en leest als volgt:

In het elftal van café De Troubadour

Hij was de 50 ruim voorbij

was ik het jonge snelle spitsje

en speelde hij kort achter mij.

Ze gaven hem zowaar een mannetje

en vaak een onbehouwen zwieper

maar desondanks zette hij mij

zes maal alleen voor de keeper.

Niet éénmaal zag ik kans te scoren

als door bewondering verdeeld

maar ben trots te kunnen zeggen

dat ik met opa dribbel heb gespeeld.

Nico Scheepmaker, te jong gestorven, kon ook prachtige gedichtjes maken. Chris Willemsen is van hetzelfde hout gesneden.

    • Herman Kuiphof