'Dood me niet, ik heb een zoontje', riep Ahmed Saleh

LUXOR, 18 NOV. De daders droegen zwarte sweaters en jeans. Ze waren jong - 20, 23 jaar misschien - en droegen haarbanden met daarop de tekst: 'We doden tot de dood er op volgt'. Het doden van volgens de laatste cijfers 57 toeristen en Egyptenaren in Luxor nam zo'n uur in beslag. Twee uur later volgde hun eigen einde.

Gisteren beleefde Egypte zijn bloedigste aanslag op toeristen. Het duurde enige uren voordat de ernst en de omvang van het bloedbad tot de autoriteiten in Kairo waren doorgedrongen. Toen echter kwam een ware stoet van hoogwaardigheidsbekleders (minister van Gezondheid, minister van Binnenlandse zaken) op gang richting de 800 kilometer zuidelijker gelegen toeristentrekpleister Luxor. Nadat het vliegveld van Luxor, eerst gesloten voor binnenlandse vluchten om het afvoeren van de talloze gewonden te vergemakkelijken, gistermiddag weer werd geopend, streek ook de internationale pers in het kleine dorp neer. In de late middag en avond tekenden zij de fragmentarische, soms elkaar tegensprekende getuigenissen op van dorpsbewoners, politiemannen en toeristengidsen. Beschrijvingen zoals hierboven van de daders behoren tot de gegevens waarover brede overeenstemming bestaat.

In de late avond rijden de ambulances van het Luxor General Hospital nog af en aan. De gewonden zijn afgevoerd naar Kairo of naar andere ziekenhuizen gebracht. Het gaat nu om het terugbrengen van de doden. Zij liggen, naast elkaar, in een laag, witgepleisterd gebouwtje aan de rand van Luxor. Buiten, om de hoek van de ingang van het gebouwtje, staan enkele tientallen doodskisten opgesteld, haastig geïmproviseerd naar structuur en materiaal te oordelen. Een voor een worden de lijken in legergroene slaapzakken afgevoerd in ambulances. Sommige worden op aan vier punten strakgehouden lakens in de ziekenwagens gehesen. Een arts in witte jas die de trappen van het twee verdiepingen tellende ziekenhuis komt afgelopen, gebaart aanwezige journalisten naar binnen te gaan. De gewonde kaartjesverkoper van het door de moslim-extremisten bestormde Hapshepsut tempelcomplex, de chauffeur van de door hen gekaapte bus en enkele andere slachtoffers, zijn beschikbaar voor vraaggesprekken, zo verklaart hij.

Boven, op de eerste verdieping van het witgele ziekenhuisgebouwtje, is het een drukte van belang. Familieleden, vrienden, maar vooral cameralieden verdringen zich rond de gewonden uit het dorp. Liggend onder kleurige dekens, zonder dokters of verpleegsters in de buurt, doen sommigen hun verhaal. Anderen slapen of doen net alsof.

Ahmed Saleh (33), taxichauffeur, had net met zijn Peugeot een vrachtje toeristen afgeleverd bij de bazaar bij het tempelcomplex toen een volgens hem jonge jongen met dolk en machinepistool op hem af rende. “Ik viel op straat. Ik riep: 'dood me niet. Ik heb een zoontje'. Hij schreeuwde: ga dan weg, ga dan weg.”

Pagina 3: 'Ze liepen moordend door bazaar'

“Toen ik niet snel genoeg wegkroop, schoot hij me in mijn been. Niet om me te doden, maar om me te verwonden”, vertelt taxichauffeur Ahmed Saleh over zijn contact met een van de moslim-extremisten.

De buitenlandse toeristen bij de bazaar in de buurt van de tempels kwamen er minder genadig af. Met dolken en messen werd volgens Ahmed Saleh op winkelende en wandelende buitenlanders ingehakt. “Ze doodden daarbij ook een moeder met haar kind. Mensen die al op de grond lagen werden afgemaakt. Het ging wel 45 minuten door en er was geen enkele politieman. Ze wandelden gewoon al moordend door de bazaar.” Bij nader onderzoek later op de avond blijkt de bazaar een kleine winkelgalerij met foto- en souvenirwinkels te zijn. De winkels liggen langs de straat die naar het tempelcomplex leidt. Ook winkeliers die buiten voor hun winkels zaten om toeristen te lokken, kregen volgens Ahmed messteken. De veiligheidsagenten van het tempelcomplex zaten op dat moment nog enkele kilometers verderop in hun hokjes. Het dichtstbijzijnde politiebureau ligt aan de andere kant van de Nijl, op een afstand van ongeveer twintig minuten met de auto.

Na de bazaar was het tempelcomplex aan de beurt. De daders staken daartoe eerst het plein over dat enkele maanden geleden nog het toneel was van een uitvoering van de opera Aïda. De opera, door Verdi destijds geschreven ter gelegenheid van de opening van het Suezkanaal, moest aantonen dat een aantrekkelijke en veilige toeristenplaats is. President Mubarak had bij die gelegenheid Egypte nog tot een welvarend, stabiel en veilig land geproclameerd.

Eenmaal over het plein stuitten de jonge mannen met hun dolken en machinegeweren op kaartjesverkoper Sayed Ahmed Gussem (40). Ook hij is in het ziekenhuis bereid tot een getuigenverklaring voor de media. “Ik vroeg hun waar hun kaartjes waren”, vertelt hij. “'Hier heb je je kaartjes', zei er een en loste twee schoten in mijn richting.” Uit eigen beweging trekt Sayed zijn broek naar beneden om de wonden te laten zien die zijn verhaal moeten schragen.

“Ze gingen naar binnen en begonnen te schieten. Het ging wel twintig minuten door. Het stopte pas toen families die in de buurt waren zich ermee gingen bemoeien. De politie kwam pas veel later.” “Ja, ja, de families van ons dorp hebben de terroristen gestopt”, vult een vriend prompt aan. “Niet de politie.” Naar buiten gedreven door enkele families en veiligheidsmensen bestormden de gewapende mannen daarop de bus van Hajaj Nahas Ali (37). Deze had net een lading voornamelijk Zwitserse toeristen van het Sonestahotel in de buurt van de tempel afgezet, vertelt hij. Een paar mannen kaapten zijn bus om weg te komen uit het gebied. Nadat zij ontdekt hadden dat Hajaj niet echt meewerkte, maar probeerde hen bij een politiepost te brengen, begonnen ze hem te slaan en ook te schieten, aldus de chauffeur. Even later komt eindelijk een zwaarbewapende politiebus in zicht. Dan nog zal het een wilde achtervolging, onder andere door de Vallei der Koningen, en wilde schietpartijen vergen voordat er een einde komt aan een bloedige maandagmorgen.