De Prins Vrijmetselaar

Tentoonstelling 'Prins Frederik 1797-1881'. Tot 18 jan. '98. Raadhuislaan 22, Wassenaar. Do-zo, 12-16. Toegang gratis.

Huis 'De Paauw' in Wassenaar is een eeuw lang de reservebank van de Nederlandse monarchie geweest. Toen koningin Wilhelmina in 1902 kinderloos dreigde te overlijden - officieel omdat ze tyfus had, officieus wegens een miskraam - namen Wilhelm en Marie von Wied terstond hun intrek in De Paauw. Indien het huis van Oranje mocht uitsterven zou de familie Von Wied hoge ogen gooien voor het Nederlandse koningschap, en dus wilden ze alvast in de buurt zijn voor het geval dat.

Belangrijker voor De Paauw was dat prins Frederik, broer van koning Willem II en vader van Marie von Wied, er van 1838 tot zijn overlijden in 1881 gewoond heeft. Vanuit het statige buiten in Wassenaar liet Frederik, zonder zijn handen aan de politieke macht te branden, zijn invloed op de Oranje-familie en de rest van de maatschappij gelden. De kleine tentoonstelling die ter gelegenheid van Frederiks tweehonderdste geboortejaar in De Paauw te zien is, herinnert aan de belangrijkste kanalen die de prins daarvoor gebruikte.

Op een manshoog doek staat Frederik afgebeeld in het kostuum van de orde die hij 65 jaar lang aanvoerde: de vrijmetselarij. In 1816 accepteerde de prins het grootmeesterschap van de Nederlandse tak, daarin gesteund door zijn vader koning Willem I die hoopte dat de vrijmetselarij zich daardoor minder met de politiek zou bemoeien. Dat laatste was aan Frederik wel toevertrouwd. Na zijn dood schreef een aantal vrijmetselaars in een circulaire dat de orde onder de prins wel erg in zichzelf gekeerd was geraakt en 'de afgelopen 65 jaar weinig gedaan heeft'. Om herhaling daarvan te voorkomen, was er binnen de orde veel kritiek toen Frederik kroonprins Alexander als opvolger naar voren schoof. Uiteindelijk leidde dat in 1883 zelfs tot een scheuring van de Nederlandse vrijmetselarij. Vierentwintig leden richtten de Nederlandsche Vrije Loge op omdat het niet in het belang van de orde was 'een vorst aan het hoofd te hebben'.

Op de tentoonstelling is van de kritiek op Frederik niets terug te vinden. Er hangt daarentegen een litho van de massale viering van Frederiks gouden jubileum als grootmeester in het Paleis voor Volksvlijt, waar de prins door honderden vrijmetselaars werd toegejuicht. Slechts de foto die van Frederik werd genomen bij zijn 65-jarig jubileum verraadt iets van de onvrede binnen de vrijmetselarij: omhangen met eretekenen zit de prins op een stoel in elkaar gedoken en kijkt met norse blik weg van de camera. Op die leeftijd was Frederik de wijze oom van de Oranjes geworden, die zijn familieleden van advies diende. Niet dat zijn eigen projecten zo succesvol waren. Dat bleek uit Frederiks beschermheerschap van de Maatschappij van Weldadigheid. De Maatschappij richtte vanaf 1818 werkkampen op waar 'behoeftige ingezetenen' van hun 'arbeidsschuwheid' afgeholpen werden. Zo ontstonden de veenkoloniën Frederiksoord, Willemsoord en Ommerschans, waar de kolonisten actief waren in de aardappelteelt, katoennijverheid en mandenvlechterij. De grijze tekeningen die in de De Paauw hangen, geven een weinig opwekkend beeld van de veenkoloniën: kale stukken land waar sloten en akkers langs een lineaal getrokken lijken.

Prins Frederik vond dat de veenkoloniën moesten aansluiten op de behoeften van de Nederlandse armen en riep in 1822 een commissie bijeen 'om de ware toestand van de armen te onderzoeken'. Na ampel beraad werd een vierde kolonie opgericht in Veenhuizen, waar drie reusachtige gestichten werden opgetrokken die onderdak moesten bieden aan duizenden wezen, vondelingen en bedelaars.

Maar de paternalistische plannen bleken te ambitieus: in plaats van de 100.000 mensen waarop men had gerekend, kwamen slechts drieduizend. Op instigatie van Frederik bleef de overheid echter geld pompen in de veenkoloniën en kwam er zelfs een textielindustrie die 'katoentjes' produceerde voor Indië. De armoede in Nederland werd door deze activiteiten niet minder.

Voormalig premier Lubbers had het dus kunnen weten toen hij een aantal jaren geleden uitgerekend in Veenhuizen een 'kampement' liet inrichten voor jonge gedetineerden, die daar - op vrijwillige basis - discipline bijgebracht kregen. Slechts een handjevol gedetineerden meldde zich, zodat het kampement Veenhuizen net zo'n kwijnend bestaan leidde als de veenkolonie van prins Frederik.

    • Joris Abeling