De champagne maakt plaats voor het broodje kaas en karnemelk; België treurt om overname van BBL

BRUSSEL, 18 NOV. De Belgische media vragen zich af hoe ING de geslaagde overname van de Bank Brussel Lambert heeft gevierd. Op zijn Nederlands met een broodje kaas en karnemelk of toch op zijn Belgisch met een forse fles champagne. Eén ding is zeker, de Belgen zelf zijn helemaal niet in een feeststemming. Zij vrezen dat de uitverkoop in hun land is begonnen.

Gisteren werd duidelijk dat alle grote aandeelhouders van BBL hun effecten in ruil voor ING's bod van 9 miljard gulden willen inleveren. In vergelijking met 1992 is ING bereid driemaal meer te betalen, zo memoreerde bestuursvoorzitter Michel Tilmant van BBL. “Een niet onbelangrijk verschil.” Dat BBL de laatste vijf jaar heeft verspild aan interne gevechten, bestrijdt Tilmant. “Niet alleen ING maar maar ook BBL is sinds 1992 sterker geworden. In dat jaar zouden we onze autonomie na een overname zeker hebben verloren.”

Maar Tilmant, toekomstig lid van de raad van bestuur van ING, weet dat geld noch de resterende autonomie doorslaggevende factoren zijn geweest bij de overname van BBL. Veel belangrijker is dat machtige industriëlen als Albert Frère niet meer in staat zijn om het front tegen niet-Belgische (of niet-Waalse) krachten gesloten te houden. Namens de Groupe Brussel Lambert heeft hij in 1992 samen met andere aandeelhouders als Gemeentekrediet en Royale Belge ING buiten de deur weten te houden. Dat is nu niet gelukt en dat heeft, zo valt in de Belgische banksector te beluisteren, vooral te maken met de opmerkelijke rol van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen. Voorzitter Jean-Louis Duplat heeft zeker twee keer de Belgische tactiek doorkruist. Verzekeraar Winterthur wilde zijn belang van 8 procent BBL te gelde maken via een onderhandse transactie met Frère en zijn bondgenoten, maar Duplat eiste aansluitend een openbaar bod op alle uitstaande aandelen BBL en daar schrokken de aandeelhouders (GBL, Royale Belge en Gemeentekrediet) voor terug.

Een andere slag bracht Duplat toe door bestuursvoorzitter Francois Norman van grootaandeelhouder Gemeentekrediet de toegang te ontzeggen tot het directiecomité (raad van bestuur en commissarissen) van BBL. Volgens Duplat is het niet bevordelijk voor het Belgische bankwezen wanneer concurrenten zo gemakkelijk in elkaars keuken kunnen kijken.

Terwijl de Belgische partijen elkaar in “het dossier BBL” in de haren vlogen, sloeg ING precies op het juiste moment toe. Het Nederlandse bod, grotendeels in aandelen ING, luidt 9.500 frank per BBL-aandeel, terwijl Winterhur een paar maanden eerder nog met 8.500 frank akkoord was gegaan. Los van het financiële gewin realiseerden de grootaandeelhouders van BBL zich dat hun invloed steeds meer beperkt zou worden. Door toedoen van Duplat.

Niet voor niets stelt Didier Bellens, een partner van Frère, in de Belgische krant Le Soir dat “sommige partijen” in de BBL-zaak een stok in het wiel van GBL hebben gestoken. Of hij daarmee Duplat bedoelt, wordt niet duidelijk.

De timing van ING is van groot belang geweest en het bod was zo aantrekkelijk dat Frère snel zijn zegeningen heeft geteld. Geen frank erbij, riep bestuursvoorzitter Aad Jacobs direct bij het bod, maar wellicht kunnen de voorwaarden worden bijgesteld wanneer grote andeelhouders als Frère graag cash geld willen zien. De ene dienst (binnen een paar dagen het groene licht van de aandeelhouders) is immers de andere waard.

Ook ING is er niet bij gebaat wanneer de 45 miljoen aandelen (goed voor 3,6 miljard gulden) van de vier grootste aandeelhouders al te snel op de markt te komen.