'D66 in senaat essentieel voor komst paars-2'

DEN HAAG, 18 NOV. D66 blijft ook voor de vorming van een tweede paarse kabinet essentieel, want zonder deze partij zou paars-2 geen meerderheid hebben in de Eerste Kamer.

Dit zei de fractievoorzitter van D66, E. Schuyer, vanmiddag tijdens de algemene beschouwingen in de Eerste Kamer.

“Het ontstaan van een regeringscoalitie die geen meerderheid in de senaat heeft, zou voor Nederland een unicum zijn”, aldus Schuyer.

“Het is een aspect dat in de media stelselmatig over het hoofd wordt gezien als het gaat om de vraag of D66 wel nodig blijft.”

Op 6 mei volgend jaar zijn er Tweede-Kamerverkiezingen maar pas in 1999, na de verkiezingen voor de Provinciale Staten, wordt een nieuwe Eerste Kamer gekozen.

Het staatsrecht schrijft overigens niet voor dat een kabinet een meerderheid in de Eerste Kamer nodig heeft. Een parlementair kabinet wordt geacht het vertrouwen van een vaste meerderheid in de Tweede Kamer te genieten. De geschiedenis kent vele voorbeelden van kabinetten die in geen van beide Kamers over een meerderheid beschikten.

Schuyer betoogde vanmiddag dat wanneer de kiezers voortzetting van het paarse beleid willen, zij D66 voldoende moeten belonen voor het realiseren van paars-1. “Er zal immers voor D66 wel wat te regeren moeten zijn, zowel inhoudelijk als getalsmatig.” Hij wees op punten als bestuurlijke vernieuwing zoals de gekozen burgemeester en een betere verhouding tussen milieu en economie. Hij verweet VVD-minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) dat een brede visie op mobiliteit in de toekomst ontbreekt.

Dat D66 slecht scoort in de peilingen - bijna tien zetels verlies - komt volgens Schuyer doordat het regeerakkoord lijkt op het oorspronkelijke verkiezingsprogramma van zijn partij. Voor de Democraten is het moeilijk zich “hier tegen te profileren”.

CDA-fractievoorzitter van Leeuwen was aanzienlijk kritischer over het huidige kabinet dan Schuyer. En juist de D66-ministers moesten het ontgelden. De verruiming van winkelsluitingstijden door Wijers (Economische Zaken) heeft volgens Van Leeuwen geleid tot “zondagsonrust”.

Minister Borst (Volksgezondheid) had allang moeten dreigen met aftreden om meer geld voor de gezondheidszorg los te krijgen. En minister Sorgdrager (Justitie) is er volgens hem in geslaagd ruzie te maken met vrijwel alle partijen op juridisch terrein: de rechters, de advocaten, het openbaar ministerie en de politie.

Van Leeuwen somde een lijst met voornemens uit het regeerakkoord op die de coalitie niet was nagekomen.