Convergentie en concurrentie

WorldCom, een nieuwkomer op de telecommunicatiemarkt, neemt het ene bedrijf na het andere over. Na de overname van MCI vorige week beheerst WorldCom 60 procent van het Amerikaanse en 30 procent van het Nederlandse Internetverkeer. Daarnaast is WorldCom wereldwijd de grootste leverancier van onlinediensten op de zakelijke markt door de overname van America Online en Compuserve, die samen 13 miljoen abonnees hebben.

Toen het Amerikaanse Uunet werd overgenomen door WorldCom werd er luidkeels geprotesteerd door kleine, lokale Internetaanbieders in de Verenigde Staten die bang waren dat ze meer moesten betalen voor hun toegang tot Internet.

Vorige maand werd het Nederlandse NLnet, een provider die voor veel aanbieders het transatlantische dataverkeer verzorgt, door WorldCom overgenomen. In Nederland maken ongeveer 350.000 mensen direct of indirect gebruik van de verbindingen van NLnet.

Het lijkt erop dat in Nederland politici zich meer zorgen maken over het feit dat een groot deel van de internetinfrastructuur in handen van één bedrijf is dan de providers. Volgens Rob van der Putten van de Digitale Stad Leiden (DSL) heeft NLnet de tarieven aangepast na de overname. “Wat opvalt is dat het accent verschuift van een volumetarief naar een tijdtarief”, aldus Van der Putten. Dat betekent dat providers niet meer betalen voor de capaciteit van hun Internetverbinding, maar voor de tijd dat de verbinding belast wordt. Volgens Van der Putten is deze verandering bedoeld om met PTT Telecom te concurreren en wordt transatlantisch dataverkeer niet duurder.

Ook Jaap van Till, hoogleraar Telecommunicatie aan de TU Delft, gaat ervan uit dat de komst van WoldCom op de Nederlandse markt gezond is voor de concurrentieverhoudingen. Hij vermoedt dat de diensten van WorldCom in de toekomst goedkoper worden omdat de telecom-gigant een eigen zeekabel tussen de Verenigde Staten en Europa en een Europese backbone aan het aanleggen is.

Net zo weinig bedreigend als het bijna-monopolie van Microsoft, noemt Arie Dirkzwager, voorzitter van de Digitale Burgerbeweging Nederland (DB-NL) de toenemende invloed van WorldCom. Wel vindt hij dat de overheid alert moet zijn op misbruik van machtsposities en eventueel zelf concurrerende alternatieven moet bieden. “De PTT als staatsbedrijf vond ik zo gek nog niet, sommige publieke diensten moeten niet vercommercialiseerd worden.”

Tweede Kamer-lid Hella Voûte, woordvoerder van de VVD-fractie voor de elektronische snelweg en de nieuwe Mededingingswet, is tegen monopolieposities. “Inderdaad dreigt het gevaar dat door monopolies zoals dat van WorldCom de prijzen voor de consument hoger worden en dat non-profitorganisaties niet kunnen concurreren.” De Nederlandse Mededingingsautoriteit, die per 1 januari 1998 van start gaat, zou volgens Voûte een nieuwe overname door WorldCom van een Nederlandse internetprovider kunnen blokkeren.

Guikje Roethof (D66) meent dat een groter aantal leveranciers van Internetdiensten tot prijsdaling zal leiden. De fusies tussen Internetaanbieders, telecombedrijven en mediabedrijven zijn volgens haar bedreigend voor de publieke omroepen. “De Europese Commissie wordt nu met het fenomenale probleem van de convergentie geconfronteerd, dat wil zeggen het samensmelten van telecom- en omroepnetten.”

Het probleem dat parlementariër Roethof signaleert, is tot nu toe onderbelicht.

Europese richtlijnen laten Internet-achtige diensten voor het gemak buiten beschouwing. Roethof: “Dat is content en daarmee wil niemand zich bemoeien omdat het vrijwel ondoenlijk zal zijn overeenstemming te bereiken.”

    • Marie-José Klaver