Belgische politie rakelt vragen uit IRT-dossiers op

De Belgische rijkswacht heeft vorige week een gevierde Amsterdamse banketbakker opgepakt op verdenking van grootschalige cocaïnehandel.

ROTTERDAM, 18 NOV. In september zat Taartman nog als bezoeker in de rechtszaal in Haarlem. Vrolijk zwaaide hij naar de Nederlandse verdachten die zich pro forma moesten verantwoorden voor grootschalige smokkel van cocaïne van België naar Nederland. Maar officieel, zo beklemtoonde advocaat J. Verhoef steeds, kent Taartman de verdachten niet.

Vorige week woensdag werden Verhoef en Taartman - codenaam in de IRT-dossiers van Arnold C. die in Amsterdam een paar succesvolle banketbakkerszaken bezit - samen met nog twee juristen en een Belgische hoofdverdachte overrompeld door een arrestatieteam. Geboeid en met een zak over het hoofd werden ze afgevoerd, nadat ze in een restaurant naast de snelweg besprekingen hadden gevoerd. De betrokken advocaten werden korte tijd na hun identificatie vrijgelaten. Taartman - ook 'hofleverancier' van het Amsterdamse parket - is gisteren door de rechtbank in Gent voor dertig dagen gevangen gezet.

“De rijkswacht in Gent staat op het punt de open vragen van het IRT-onderzoek op te lossen”, zegt een zakenman die de Belgische politie van tips voorziet. Onder leiding van de onderzoeksrechter M. Minnaert is de Bijzondere opsporingsbrigade in Gent al maanden bezig de cocaïnehandel te analyseren die Belgische en Nederlandse vruchtensapfabrikanten er als lucratieve nevenactiviteit op nahouden. Het onderzoek heeft sinds vorige week grote vooruitgang geboekt, verzekeren ingewijden. En dat mag een prestatie heten, want van Nederlandse zijde krijgen de Belgen tot hun verbazing en toenemende irritatie geen of nauwelijks medewerking.

Het Belgische IRT-spoor begon in juni van dit jaar toen in Zaandam drie Nederlanders werden aangehouden die 400 kilo cocaïne vervoerden. De drugs bleken onderdeel te zijn van een partij van 1.400 kilo coke die vanuit België was verzonden door vruchtensapfabrikant Napoleon de M. Deze Napoleon was tot vorig jaar zakelijk partner van de fameuze Sapman, die in Nederland bekendheid kreeg toen duidelijk werd dat hij op verzoek van de Haarlemse poltie als infiltrant werd gebruikt voor het importeren van drugs.

En er bleken nog meer toevalligheden. Napoleon is sinds 1 februari mede-eigenaar van het bedrijf A.C. Basics uit Amstelveen, nu Presto Frais geheten, dat in handen was van Taartman. Het was ook Taartman tegen wie het koningskoppel van de Haarlemse recherche, Langendoen en Van Vondel, in 1991 een infiltratie-onderzoek begonnen, waarbij Sapman als infiltrant diende.

Het bleek het begin van het meest mysterieuze politie-onderzoek dat ooit in Nederland heeft gelopen. Ook de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden en de rijksrecherche die in 1995 de drugsimporten van de Haarlemse politie onderzochten, hebben nooit kunnen ophelderen in wiens opdracht een groot deel van de drugshandel plaatshad en wat de rol van alle betrokkenen was.

Langendoen en Van Vondel hebben nooit willen uitleggen wat hun onderzoek tegen Taartman nu precies behelsde. Het Haarlemse onderzoek is volgens de rijksrecherche destijds nooit aan het openbaar ministerie gemeld. Toen Sapman in 1992 dreigde publiek te maken dat Taartman in drugs zat, kreeg hij van rechercheur Van Vondel zwijggeld aangeboden.

Zo'n zeven jaar later staat Taartman weer volop in de aandacht van de Nederlandse en nu ook Belgische politie. In Zaandam loopt een onderzoek van de politie naar aanleiding van de onderschepte cocaïne. En ondanks nadrukkelijke ontkenningen van de Haarlemse persofficier van justitie Hemmes, staat inmiddels vast dat de Haarlemse officier van justitie P. Snijders - verantwoordelijk voor de criminele inlichtingendienst - ook bezig is deze zaak te onderzoeken.

Snijders heeft tegenover de Haarlemse rechter-commissaris W. Kok op 29 september toegegeven, dat hij achter de rug om van de behandelend officier van justitie Heutink vier keer gesprekken heeft gevoerd met een Nederlandse verdachte over een kroongetuigeregeling. Deze verdachte Berend R. heeft de rechter diezelfde dag verteld, dat Snijders “informeerde naar de mogelijke betrokkenheid van Langendoen en Van Vondel bij de invoer van cocaïne”. Snijders noemt eerdere berichten hierover “speculatie”, maar een naaste collega van hem bevestigt dat de Haarlemse officier van justitie alsnog zicht probeert te krijgen op de drugsimporten die de politie verzorgd heeft.

De interesse van de Nederlandse politie is begrijpelijk. Ook hoofdinspecteur H. de Wit van de Centrale recherche-informatiedienst, die begin jaren negentig al de Sapman-zaak onderzocht, heeft verdachte Berend R bezocht. Maar voor de Belgische rijkswacht was het onbegrijpelijk dat Taartman in het lopende onderzoek in Nederland niet eens als verdachte was aangemerkt en zelfs niet als getuige is gehoord.

Omdat justitie in Haarlem niet meewerkt, hebben de Belgen inmiddels de hulp ingeroepen van het landelijk parket in Rotterdam. Dat heeft twee huiszoekingen verricht naar Taartman in Nederland. Volgens advocaat Verhoef moet de aanhouding van Taartman daarom ook worden gezien als “een gerechtelijke dwaling, ingegeven door frustraties die er aan Belgische zijde bestaan over gebrek aan Nederlandse medewerking”.

Verhoef zegt dat de gesprekken die Taartman en Napoleon vorige week in België voerden, over vruchtensap gingen en werden gehouden op verzoek van de Belgische leverancier. De advocaat van Napoleon, E. Pringuet, zegt dat het initiatief uitging van Verhoef. Overmorgen staan de aangehouden Nederlandse verdachten weer pro forma voor de Haarlemse rechtbank. Verhoef zal dan invrijheidsstelling gelasten van zijn cliënt omdat er sprake zou zijn geweest van uitlokking.

    • Marcel Haenen