Wei Jingsheng; Zo buigzaam als beton

PEKING, 17 NOV. “15 juni 1989. Geachte Deng Xiaoping. Zo, nu je zo succesvol gebruik hebt gemaakt van militair geweld tijdens je aanpak van een groep ongewapende en politiek onervaren studenten en burgers, hoe voel je je nu? (...) Het enige wat je hebt bereikt, is complete chaos. Ondergaan in schande voor het plegen van een militaire staatsgreep klinkt niet erg fijn, wat vind jij? (...) Ik ken je lang genoeg om te weten dat je er stom genoeg voor bent om zo op te treden. En jij weet dat ik stom genoeg ben tot het einde toe koppig te blijven (...). Wei Jingsheng.”

Het waren deze woorden van de Chinese dissident Wei Jingsheng na het bloedig neerslaan van het protest op het Plein van de Hemelse Vrede die Deng Xiaoping razend zouden hebben gemaakt. Niemand in Peking had gedacht dat de man die in 1979 tot vijftien jaar gevangenisstraf werd veroordeeld wegens zijn kritiek op China's toen nog kersverse leider Deng Xiaoping, door Wei beschuldigd van tirannengedrag, na tien jaar gevangenschap nog zo onbuigzaam zou zijn als gewapend beton.

De opmerkingen gericht aan Deng Xiaoping, overgenomen uit The Courage to Stand Alone, de verzameling geselecteerde gevangenisbrieven van Wei aan zijn familieleden en aan China's hoogste politieke leiders, die dit voorjaar in boekvorm zijn verschenen, golden als een vrijbrief om op te treden tegen Wei overeenkomstig het goeddunken van de hoogste politieke top in China. Vandaar ook dat in 1995, toen Wei opnieuw werd veroordeeld tot veertien jaar gevangenisstraf, zonder veel moeite een zaak tegen hem werd aangespannen. Het was nu wel duidelijk dat met Wei niets viel te beginnen. Laat hem dus maar tot het einde van zijn levensdagen in het gevang zitten, zo leek het Chinese leiderschap te hebben geconcludeerd.

Volgens Deng Xiaoping kon dat geen kwaad. In 1987 zei hij daar tijdens een toespraak het volgende over: “We hebben Wei Jingsheng gevangengenomen. Heeft het China's reputatie beschadigd? We hebben hem niet vrijgelaten, en het heeft China op geen enkele wijze slecht gedaan; integendeel, onze positie verbetert van dag tot dag.”

Maar Wei's langdurige gevangenschap maakte hem buiten China tot een internationaal symbool van verzet tegen een totalitaire regering en hij werd dit jaar genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs van de Vrede. Wei vertegenwoordigde, ondanks de toenemende internationale belangstelling voor China's groeimarkt, de afwezigheid van vrijheid van meningsuiting in China en hij werd tijdens de vele bilaterale gesprekken tussen China en andere landen voortdurend opgevoerd als het bewijsstuk van het falende mensenrechtenbeleid in China.

De in 1950 in Peking geboren Wei was al in een vroeg stadium van zijn leven een uitgesproken mening toegedaan. Blind van idealisme stortte hij zich in 1966, op zestienjarige leeftijd, in Mao's Culturele Revolutie, de politieke campagne die korte metten moest maken met heel China's traditionele, en derhalve 'anti-revolutionaire', samenleving. Wei werd een Rode Gardist en reisde in die hoedanigheid heel China door - om de revolutie te prediken en oudere partijleden te kritiseren. Maar de politiek vroegrijpe Wei begon zich tijdens zijn reizen af te vragen waarom het communisme zich tegen het volk leek te keren. Hij begon aan Mao Zedong te twijfelen en zette dat later ook op papier.

In 1973 keerde Wei terug naar Peking, waar hij in zijn onderhoud voorzag als elektricien bij het departement voor stadsgroen en de stedelijke dierentuin. Hij raakte in 1978, nadat Deng Xiaoping Mao's gedoodverfde opvolger Hua Guofeng wist te verdringen, in de ban van het politieke programma van Deng. De nieuwe leider pleitte voor 'vier moderniseringen' die volgens Wei aangevuld diende te worden met een vijfde: democratie. Volgens Wei, die zijn denkbeelden in 1978 op de Muur van de Democratie openbaar maakte, zouden zonder democratisering de andere vier 'moderniseringen' niet gerealiseerd kunnen worden. Bovendien schreef Wei in het door hem opgezette blad Verkenning dat Deng zich begon te gedragen als een dictator.

Wei werd snel daarop gevangen genomen en in 1979 veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf wegens verraad en het plegen van contra-revolutionaire activiteit. Daarvan bracht hij vijf jaar door in eenzame opsluiting. In september 1993 werd Wei, zes maanden voor het aflopen van zijn straf, onverwachts vrijgelaten, een poging van China internationale steun te krijgen voor Pekings wens de Olympische Spelen in het jaar 2000 binnen te halen. Wei bleek ondanks zijn slechte gezondheid - het gevolg van vele jaren slechte voeding en het onmenselijke gevangeniswezen - nog altijd zeer uitgesproken en hij benutte zijn nieuwe vrijheid voor ontmoetingen met journalisten en het publiceren van kritische artikelen. Zes maanden later, kort na een ontmoeting met de toenmalige Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken John Shattuck, werd hij opnieuw opgepakt. Hij verdween meer dan 21 maanden uit beeld en werd in december 1995 veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf. “Ik heb geen spijt van de tijd die ik in het gevang heb doorgebracht”, zei Wei kort voordat hij opnieuw werd gearresteerd, “ik heb het in het belang van het gehele land gedaan.”

    • Floris-Jan van Luyn