VS worden afgerekend op steun voor Israel

De Verenigde Staten zoeken Arabische steun voor hun politiek jegens Irak. Maar In de Arabische wereld wordt Washington op het ogenblik afgerekend op hun als te toegeeflijk beschouwde houding jegens Israel.

ROTTERDAM, 17 NOV. De Verenigde Staten vinden bij hun Arabische bondgenoten bitter weinig gehoor voor hun pogingen de Iraakse leider Saddam Hussein te temmen. Arabische commentatoren schrijven dat gebruik van geweld tegen Irak de Amerikaanse positie in het Midden-Oosten nog verder zal ondermijnen. Die positie is de laatste maanden aanzienlijk verzwakt doordat Washington er niet in slaagt Israel in toom te houden

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, toonde zich gisteren zeer tevreden over de “zeer solide” steun die zij op haar rondreis door de Golfstaten zei te hebben gekregen voor de Amerikaanse politiek van “intensieve diplomatie versterkt door een vastberaden militaire houding”. Maar verscheidene van wat haar woordvoerder “de frontlijnstaten” noemt, wezen de Amerikaanse minister tegelijk publiekelijk op de noodzaak van een vreedzame oplossing van de kwestie-Irak. Bagdad moet de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties uitvoeren, dat zeggen ook de Arabieren. Maar van geweld kan geen sprake zijn, vindt zelfs Koeweit, dat in 1990 toch prooi werd van Saddams machtshonger. “Een militaire actie zou het Iraakse volk en de buren schaden”, verklaarde gisteren de Koeweitse minister van Buitenlandse Zaken, sjeik Sabah al-Ahmad al-Sabah. Bahrein verwoordde een soortgelijk standpunt.

In 1990 kregen de VS bij de meeste Arabische leiders - uitgezonderd die van Jordanië, Jemen, Soedan en de Palestijnen - relatief snel gehoor voor hun plannen Saddam Hussein desnoods met geweld uit Koeweit te verdrijven. Saddam, met zijn megalomane ideeën en zijn massavernietigingswapens, werd in de eerste plaats als een bedreiging en dan pas als Arabische broeder gezien. Egypte, Syrië, de Golfstaten vochten in 1991 mee in de uiteindelijke oorlog tegen Irak. Hun rol was militair niet doorslaggevend, maar symbolisch des te meer.

De toestand nu is onvergelijkbaar: er is ditmaal geen Arabisch broederland verslonden. Saddam - een militair aanzienlijk zwakkere Saddam dan toen! - voert oorlog tegen de Veiligheidsraad en zijn resoluties. Hij vindt dat de VS oneigenlijk gebruik maken van de Veiligheidsraad om zijn val te bewerkstelligen, zoals president Clinton vrijdag feitelijk bevestigde. Ruim zeven jaar na de afkondiging van het internationale handelsembargo tegen Irak en met het eind daarvan niet in zicht, leeft bij de Arabieren zeker begrip voor dit Iraakse uitgangspunt. Ook onafhankelijke waarnemers komen met onthutsende cijfers over de noodsituatie van de Iraakse bevolking. “De sancties zijn veel te hard, en duren al veel te lang”, zei zaterdag bij voorbeeld de secretaris-generaal van de Arabische Liga, de Egyptische oud-minister van Buitenlandse Zaken Abdel-Meguid. De Arabische leiders stellen daarbij althans publiekelijk niet de vraag waarom Saddam, de sancties ten spijt, niet zijn bevolking kan voeden en wel zijn leger kan betalen.

Maar dat begrip wordt zonder enige twijfel versterkt door de huidige impopulariteit van de VS in de Arabische wereld. Washington wordt in brede kring in het Midden-Oosten het vastlopen van het Arabisch (Palestijns)/Israelische vredesproces volledig aangerekend. Het vredesproces dat ironisch genoeg de Westerse tegenprestatie vormde voor de Arabische steun tegen Saddam in 1990/91.

“De frustratie die de Arabische wereld voelt over Washingtons weigering sterkere druk op Israel uit te oefenen om vooruitgang in het vredesproces te bewerkstelligen, heeft aanleiding gegeven tot wijdverbreide onvrede over de Amerikaanse positie in het conflict met Irak”, schreef gisteren een Qatarese krant in een commentaar.

In Qatar heeft deze dagen de grote economische conferentie plaats die Washington zo graag had gezien als broedplaats van Israelisch-Arabische contacten ter onderbouwing van het vredesproces. Maar in plaats daarvan symboliseert de bijeenkomst het isolement van Israel en Amerika. Slechts zes Arabische landen zijn komen opdagen: omdat het nu eenmaal was afgesproken (Qatar) of om nog te redden van het vredesproces wat er te redden valt (Jordanië, Tunesië). En ook die landen hebben in Doha vrijelijk uiting gegeven aan bezwaren tegen de handelwijze van Israel en de VS.

“De Israelische regering moet inzien dat de posities die zij inneemt en de daden die zij onderneemt (..) in essentie het vredesproces ondermijnen en de regio blootstellen aan een gevaar van onoverzienbare dimensies”, zo verwoordde sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani de gevoelens in het Midden-Oosten. Voor alle duidelijkheid: sjeik Khalifa geldt in de regio nog als een van Israels beste vrienden. Hij weerstond bij voorbeeld zware druk uit zijn machtige buurland Saoedi-Arabië de hele conferentie af te gelasten.

De Syrische minister van Defensie, generaal Mustafa Tlass, valt natuurlijk in een andere categorie. Hij merkte gisteren op in een vraaggesprek met de Arabische krant Al Hayat dat de Iraakse schendingen van de VN-resoluties niet meer waren dan een “druppel in een zee van Israelische schendingen”.

Syrië heeft geen vredesakkoord met Israel, en boycotte ook in beter tijden conferenties waar Israel aanwezig was. Maar Damascus was aan de andere kant jarenlang een onverzoenlijke vijand van Bagdad, waar een concurrerende vleugel van de Ba'athpartij aan de macht is, wel gekenschetst als “het regime van de moordenaars” . Daarom ook was Syrië in 1991 te vinden in de anti-Iraakse coalitie.

Het laatste jaar is Syrië echter gaan schuiven, en dat is door veel waarnemers in rechtstreeks verband gebracht met de perceptie in Damascus van een groeiende alliantie tussen Israel en Turkije. Vanzelfsprekend wordt deze alliantie gezien als voorgekookt in Washington, beider bondgenoot. Wordt niet de Turkse militaire aanwezigheid in Noord-Irak door de Amerikanen met de mantel der liefde bedekt, zoals die van Israel in Zuid-Libanon? Zowel Turkije als Israel worden in Damascus (maar ook in andere Arabische landen) gezien als bedreiging; hun tamelijk recente militaire alliantie als groot gevaar.

Enkele maanden geleden is de sinds 1982 gesloten Syrisch-Iraakse grens heropend. Op de zojuist geëindigde internationale jaarbeurs van Bagdad waren volgens het officiële Iraakse persbureau INA 287 Syrische bedrijven aanwezig. Twee jaar geleden zou dit ondenkbaar zijn geweest.

    • Carolien Roelants