Voorbereid op een attentaat

Koningin Beatrix is vandaag vertrokken voor een officieel bezoek aan Egypte. Diplomaten, ambtenaren, hovelingen, rijksvoorlichters en veiligheidsbeambten zijn al maanden bezig met de voorbereiding van deze driedaagse reis, waarbij weinig aan het toeval wordt overgelaten. Draaiboeken zijn gemaakt en weer veranderd, tijdstippen van aankomst en vertrek tot op de seconde berekend, ruimtes waarin Hare Majesteit zal vertoeven tot in de puntjes verzorgd.

En om er helemaal zeker van te zijn dat er echt niets mis kan gaan reisde er vorige maand een zogeheten advance party naar gastland Egypte om alles zelf nog eens te controleren - geen overbodige luxe in een land waarin fundamentalistische aanslagen tegenwoordig aan de orde van de dag zijn.

Toch werden koninklijke reizen wel eens minder goed voorbereid, zo bleek uit de archieven van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een hilarisch voorbeeld is het ééndaagse bezoek van prinses Juliana aan Caracas (Venezuela) op 3 maart 1944. De tot tijdelijk zaakgelastigde benoemde diplomaat jonkheer Henri van Vredenburch kon daarbij slechts zoals hij schreef “met kunst- en vliegwerk... de zaak in het goede spoor houden”. De details over het verloop van het bezoek van de prinses zijn te lezen in de persoonlijke brief die Van Vredenburch op 6 maart 1944 aan minister Van Kleffens van Buitenlandse Zaken stuurde.

“Weliswaar”, schrijft hij, “was de reis een succes, maar de prinses heeft allerlei overbodige risico's gelopen omdat improvisatie de plaats van organisatie innam.” Zo was er een zwaarbehaarde dronkaard doorgedrongen op de receptie ter legatie. Dit ongure individu werd gelukkig op hardhandige wijze verwijderd. Voorts was er een incident tijdens een autorit, waarbij de prinses onverwachts uitstapte. Met getrokken revolvers spoedden Van Vredenburch en een adjudant zich naar haar toe, maar HKH bleek slechts het uitzicht te willen bewonderen. “Dat bewijst maar weer welke risico's genomen worden”, verzucht de diplomaat.

Toch had de legatiestaf erg zijn best gedaan. Het Gezantschapsgebouw in Caracas was in allerijl geschilderd en opgeknapt, er was een boudoir voor HKH ingericht “met de nodige potjes en pannetjes die dames van node hebben”, de nurse van de kinderen van de plaatselijke Shell-topman John Loudon was tot kamenier gepromoveerd, de 'pagne' stond klaar en zo brak de grote dag aan.

Een gezelschap van dignitarissen trad aan op het vliegveld om de Koninklijke Hoogheid te ontvangen. Maar het vliegtuig was te laat, zodat het gezelschap, aldus Van Vredenburch, “in een zeer zenuwachtige toestand geraakte omdat het hele programma in de war dreigde te lopen. Bovendien”, vervolgt hij, “had de vrouw van de Venezolaanse president op het laatste moment kans gezien haar jurk aan de achterzijde volkomen open te scheuren. Ik zag natuurlijk niets en het gelukte een aantal in allerijl toegesnelde adjudanten om de achtenswaardige dame nog net op tijd dicht te spelden.”

Eindelijk kwam het vliegtuig met de prinses. Ze stapte uit en enige seconden later klonk een knal die luider was dan zelfs een tamboer-majoor op een Venezolaanse trom kan produceren. “Ik was op een attentaat voorbereid”, bericht Van Vredenburch, “maar had niet gedacht dat het zó snel zou plaatsvinden.” De knal werd gevolgd door een tweede en toen werd duidelijk dat een kanon ter begroeting saluutschoten afvuurde. De Venezolaanse Chef Protocol legde de geschrokken zaakgelastigde uit dat het gezien het informele karakter van het koninklijk bezoek helaas één enkel kanon betrof, anders had er een hele batterij gestaan.

In zijn brief noemt Van Vredenburch nog zo'n staaltje van botsende culturen. “Gij weet dat Zuid-Amerikanen lange tenen hebben. Maar ik vraag mij af of het onzerzijds nodig is om op die lichaamsdelen te gaan staan en op de plaats rust te commanderen. Een koninklijk bezoek aan Zuid-Amerika kan nooit informeel zijn. De mensen houden hier nu eenmaal van tamtam. Erg was dat onze marineofficieren insisteerden om in tropenuniform te verschijnen. Een wit uniform heeft op een Venezolaanse autoriteit de uitwerking van een rode lap op een stier. Wij moeten daar rekening mee houden. Onze handelwijze wordt zo opgevat dat we Venezuela als een negerland beschouwen. Ik moest alles doen om problemen te voorkomen.”

Zo gaat de brief nog even door. Minister Van Kleffens vond het prachtig. “Met groot genoegen las ik het libretto van de opera buffa die Ge te Caracas hebt helpen opvoeren”, schreef hij vrolijk terug. Opera buffa - zijn die tijden echt voorbij of schrijft onze ambassadeur in Egypte straks ook zo'n brief aan zijn minister?

    • Reinildis van Ditzhuyzen