Straatvechter Korbach zwijgt pas in een houten jas

Bij De Graafschap-Feyenoord (0-0) hadden de trainers Leo Beenhakker en Fritz Korbach het na afloop prima naar hun zin. Twee babbelende vijftigers.

DOETINCHEM, 17 NOV. De heren Stadler en Waldorf uit de Muppet-show zaten gisteren na de wedstrijd tussen De Graafschap en Feyenoord verkleed als Leo Beenhakker en Fritz Korbach voor de microfoon. Zei Leo tegen zijn oude gabber met wie hij bij het Turkse Istanbulspor een duo vormde: “Doe mij nog zo'n dingetje van je.” Korbach, terwijl hij de nieuwe coach van Feyenoord een sigaartje overhandigde: “Eerst steel je twee punten van me en dan wil je nog een sigaartje?” Leo weer: “Ik heb je vrouw ook al gezoend.” De uitsmijter van Fritz: “Ik heb het gezien, straks schiet je me nog in de rug.”

Babbelen kunnen de twee vijftigers als de beste. Ze gelden niet voor niets als het prototype van de voetbaltrainer. Beenhakker doet dat zelfs zo handig dat hij op een fraaie staat van dienst kan terugzien, ook al lijkt hij nu bij het dolende Feyenoord aan een mission impossible te zijn begonnen. Korbach heeft echter een probleem. Zijn visitekaartje vermeldt louter clubs uit de grijze middenmoot van de eredivisie of topclubs uit de eerste divisie. Waar Beenhakker zich met de flair van een gentleman door het leven begeeft, heeft Korbach het imago van een straatvechter opgebouwd die bovendien is gezegend met een bek als een scheermes.

Het is verleidelijk de coach van De Graafschap af te schilderen als de koning van de onderbroekenlol, als een slechte persiflage op André van Duin die clubbestuurders en sponsoren de gordijnen injaagt met ordinaire moppen. Toch heeft Korbach de lach aan zijn kont hangen, want zelfs Bert Jacobs liepen als trainer van Vitesse de tranen over de wangen, toen hij na een zware operatie door zijn collega in het kruis werd gegrepen met de opmerking: “Godzijdank Bertus, ze hebben je klokhuis laten zitten.”

Je moet het maar leuk vinden, maar zelfs Wil van Rhee, de competitieleider van de KNVB, kon de humor van Korbach wel waarderen. “Die is als kind tijdens het verschonen van zijn luier van de commode geflikkerd” luidde het oordeel van de in Duitsland geboren coach. En in de overtreffende trap: “Word ik meteen door zijn moeder gebeld. Zij vroeg hoe ik wist dat Wil van de commode was gelazerd. Ach, dat mens is al jaren dood. Maar daar moet je toch om kunnen lachen? Ik begrijp de opwinding niet over zo'n grapje.”

Desondanks vond Korbach enkele dagen geleden een brief van de KNVB op zijn deurmat. “Ik denk: Fritz wordt weer gestraft voor zijn grote muil. Maar nee: het was een keurige brief van Wil van Rhee, die mijn grap zelfs met instemming citeerde. Hij heeft me uitgelegd dat hij door de uiteenlopende belangen van clubs, burgemeesters en de commerciële televisie in een lastig parket is geraakt. Dat vind ik stijlvol. Ik ga dus binnenkort een hapje eten met Van Rhee om het probleem te bespreken.”

En waarom verpakte Fritz zijn kritiek op het inderdaad absurde competitie-programma in grove bewoordingen? “Omdat de KNVB aan mijn vreten komt. Ik ben in mijn contract met De Graafschap afhankelijk van onze prestaties. Maar we speelden van de eerste zeven wedstrijden er vijf uit. Ik waarschuwde ons bestuur dat MVV zich intussen aardig had versterkt en afgelopen donderdag haalde ik mijn gelijk. Maar in plaats mij te steunen in mijn kritiek op de burgemeester, die wedstrijden verbiedt omdat hij het koekhappen op het dorpsplein belangrijker vindt, moet ik hem nota bene mijn excuses aanbieden. Over mijn lijk!”

Korbach heeft het bestuur van De Graafschap inmiddels laten weten dat hij de club wil verlaten. “Want ik heb het gevoel dat de bestuursleden onze burgemeester liever te vriend willen houden, omdat de club op eigen kracht geen nieuw stadion kan financieren. Maar ik houd van duidelijkheid. Ik heb inderdaad geroepen dat geen hond zou weten waar Doetinchem ligt als De Graafschap daar niet zou voetballen. Maak als burgemeester dan ook gebruik van die uitstraling. Als FIOD tegen Windkracht 24 wordt gespeeld en hij komt een veldwachter te kort, mag hij van mij het koekhappen voor laten gaan.”

Hoofdschuddend trok Korbach een vergelijking met het overladen programma in Spanje, waar maar liefst twintig clubs wekelijks uit en thuis spelen. “De Spanjaarden vallen 's nachts niet in slaap van het lachen als ze zien hoe het in Nederland toe gaat. Zie je het voor je dat de burgemeester van Barcelona het duel tussen Espanyol en Barcelona verbiedt, omdat die dag op de Ramblas een kanariepieten-tentoonstelling plaatsvindt? Die man zou meteen in de Middelandse Zee worden verzopen. Maar aan het einde van de eerste competitie-helft heeft De Graafschap tegen vijf clubs al twee keer gespeeld.”

En daar kwam Fritz dus tegen in opstand, want de andere verenigingen uit het betaalde voetbal “piepen pas als ze worden geknepen.” Maar wil de burgemeester van Doetinchem hem even uitleggen waardom de risico-wedstrijd tegen Vitesse in februari wél op een zaterdagavond mag plaatsvinden? Korbach: “Dan schijnt op zondag in Doetinchem een carnavalsoptocht plaats te vinden. Kan ik tenminste meelopen zonder me te verkleden. Ach, soms kijk in de spiegel en dan denk ik: 'Fritz, het had een beetje minder gekund'. Maar ik ben geen kwiebus die pas zijn vinger opsteekt als iedereen al heeft gesproken.”

Het Fritz-cliché (verkeerde stropdassen, sigaartje nonchalant in de mondhoeken, zonnebril op het voorhoofd en blote voeten in verkeerde schoenen), het Fritz-jargon (“na die rode kaart voor Olyslager was het zandzakken voor de deur en vrouwen en kinderen eerst”) en de Fritz-humor maken het beeld echter niet compleet. Korbach heeft ook een klein hartje, al weten intimi hoe hij heeft geleden onder het herseninfarct van zijn zoon Bob. Hij is de clown die de lach forceert als het hart huilt.

En zo bleef hij eenzaam achter, in de perskamer van De Graafschap. Een 'vuile cola' in de hand en nog een laatste Witz. “We spelen Ajax zaterdag compleet van de mat. Dat is ook niet moeilijk, want in de Arena ligt geen mat.” Korbach zou het zo zeggen: Fritz zwijgt pas als hem een houten jas wordt aangemeten. “Want mijn rust vind ik pas tussen zes plankjes.”

    • Robèrt Misset