Staatsbezoeken lijken soms op koninginnedag

Midden september kreeg Oranje-minnend Nederland een kleine klap te verwerken. De koninklijke familie kan het koekhappen en andere folkloristische evenementen tussen plaatselijke klederdrachten op 30 april maar matig waarderen, althans volgens Trouw-journalist Fred Lammers die daarover een boek publiceerde.

De koningin, de prins-gemaal, de prinsen, ze lachen zich allemaal dood om de simpele spelletjes en andere onbenulligheden, als ze 's avonds eenmaal weer in hun paleizen zijn teruggekeerd, schreef Lammers.

De Oranjeverenigingen reageerden vol ongeloof op de onthulling. De koningin sprak enkele weken later, op staatsbezoek in Griekenland, het bericht uit het boek hoogstpersoonlijk tegen. En voordat het debat over koninginnedag dat in een enkele talkshow op gang was gekomen, in volle hevigheid kon losbarsten, verzekerde ook premier Kok dat er niets mis was met de koninklijke verjaarspartij. “Niet iedereen loopt zak of hapt koek”, zo stelde de premier tijdens zijn wekelijkse persconferentie iedereen gerust. “Als ik naar de tv-beelden kijk, zie ik een prettige atmosfeer.”

Over de opzet en invulling van de inmiddels dertig staatsbezoeken van de koningin aan het buitenland, zoals deze week aan Egypte, heeft zich nimmer een dergelijk oproertje voorgedaan. Toegegeven, het niveau van koekhappen wordt bij zulke bezoeken nimmer gehaald, en de gastheren zijn nu eenmaal geen burgemeesters maar buitenlandse staatshoofden die niet met zich laten spotten. Niettemin kunnen ook tijdens staatsbezoeken de koninklijke hoogheid en (geloof)waardigheid in het nauw komen.

Het is vooral de ijzeren trits van staatsbanket met speech, museum- of monumentbezoek, en school- of laboratoriumvisite die twijfels oproept. Deze voorspelbare formule bracht de zeer bereisde ex-diplomaat prins Claus ooit tot de verzuchting dat het schoolse programma van sommige staatsbezoeken wat hem betreft best spannender kon. Het gaat immers vaak om musea of monumenten die een beetje bereisde burger zelf ook kent, en zeker leden van het koninklijk huis. In de oude binnenstad van Kairo bijvoorbeeld, en de piramides van Gizeh die voor vandaag en overmorgen op het programma staan, liggen nog de voetstappen die koningin en prins er in 1976 zetten. Toch gebieden de onbuigbare wetten van een staatsbezoek, wil het succesvol worden, het vertoon van verbazing en enthousiasme alsof het om een allereerste kennismaking gaat. Daarnaast worden de bezoekers regelmatig vergast op een technisch ingewikkeld betoog, deze week over het werk van het waterloopkundig instituut van El Qanater (morgen op het programma). Het gebruikelijke minicollege valt vrijwel altijd in een drukbezet programma. Voor de meereizende pers blijft het altijd gissen hoeveel concentratievermogen en aandacht koningin en prins op zo'n moment nog kunnen opbrengen.

Naast de vele voorspelbaarheden zijn er ook onverwachte ogenblikken waarop de koninklijke waardigheid in gevaar kan komen. Twee jaar geleden, tijdens het staatsbezoek aan Indonesië, verstoutte koningin Beatrix zich tot een beklimming van het boeddhistisch tempelcomplex Borobudur. Vooral het moeizaam de hand reiken van een boeddhabeeld leverde enkele onelegante poses van het staatshoofd op, en dat nog wel ten overstaan van het verzamelde fotografencorps. Woensdag wordt het wat dat aangaat spannend of koningin en prins zich goed houden in het woestijnzand rond de piramides.