Slecht horen heeft ook z'n voordelen

Toen mijn moeder zwanger was, kreeg ze een niervergiftiging. Wat voor consequenties dat eventueel voor mij zou hebben, wisten ze niet. Ik was tweeëneenhalf jaar toen onderzoek uitwees dat ik zwaar slechthorend was.

Als ik m'n gehoorapparaat niet in heb, hoor ik niets. Met gehoorapparaat wordt het geluid versterkt tot 110 decibel. Dat is vergelijkbaar met wat een 'normaal' mens hoort wanneer hij bij een startbaan staat en er een Boeing 747 opstijgt. Dat gebrul klinkt voor mij normaal. Ik heb alleen een gehoorapparaat in m'n rechteroor, links kan niet omdat ik dan last krijg van evenwichtstoornissen. Ik hoor ook alleen monogeluid, geen stereo.

Tijdens m'n studie kwam ik in aanraking met de 'echte' schietsport. Na m'n afstuderen werd het serieus, ook omdat ik talent had: na anderhalf jaar was ik Nederlands kampioen. Ik kom uit in verschillende disciplines van het pistool- of sportschieten. Eerst alleen in wedstrijden voor horenden, later ook in wedstrijden voor doven. De regels zijn hetzelfde, alleen worden bij wedstrijden voor doven gesproken aanwijzingen vervangen door vlagsignalen. Bij 'gewone' wedstrijden ben ik afhankelijk van m'n self-timing om te weten wanneer ik moet schieten. Die heb ik me in de loop der jaren eigengemaakt. Toch blijft het lastig dat bepaalde informatie aan me voorbijgaat.

Dat ik slecht hoor heeft ook voordelen. Ik word minder snel afgeleid. Overigens draag ik wel altijd gehoorbeschermers. Ook ik heb die nodig, omdat je op een meter van elkaar staat te schieten en er naast geluidsgolven ook luchtdrukgolven ontstaan die de trommelvliezen aan kunnen tasten.