Roken

Het spreekt vanzelf dat een arts moet helpen ongeacht de schuldvraag. Dit is de reactie van minister Borst en van de voorzitter van de KNMG ('Arts mag roker een behandeling niet onthouden', 5 november).

Zij maken zich er op deze wijze met een 'Jantje van Leiden' vanaf. Als de behandelend arts van mening is dat de gepresenteerde kwaal geheel of gedeeltelijk het gevolg is van een ongezonde levensstijl van de patiënt dan moet de arts in eerste instantie de patiënt adviseren hier iets aan te doen. Als de patiënt er vervolgens blijk van geeft hieraan geen medewerking te willen verlenen of zich er niet voor in te willen spannen dan is dat asociaal. De patiënt behoort zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen. Doet hij dat niet dan mag het geen vanzelfsprekendheid zijn dat de consequenties daarvan automatisch worden afgewenteld op de gemeenschap.

Wellicht beseft die patiënt dat niet zo, maar door de beperkte middelen in de gezondheidszorg zal dit uiteindelijk ten koste gaan van patiënten die wel hun verantwoordelijkheid hebben genomen maar desondanks toch hulp behoeven. De huisarts noch de gemeenschap mag een moreel oordeel uitspreken. Huisarts van Bunningen heeft dit probleem misschien op de verkeerde manier aan de orde gesteld. Maar hem alleen daarop aanspreken is kortzichtig, gaat voorbij aan het werkelijke probleem, legitimeert onverantwoordelijk en onmaatschappelijk gedrag.

De reactie van Borst is begrijpelijk vanuit electorale redenen, maar getuigt van weinig moed om een fundamenteel probleem, en een grote kostenveroorzaker in de gezondheidszorg (en elders) aan te pakken. Het individu mag wel de gemeenschap aanspreken op zijn verantwoordelijkheid, maar het omgekeerde mag niet.

    • Geert Smit