Paul McCartney

Paul McCartney's Standing Stone (EMI, 7243 5 56484 2 6)

Zodra popmusici zich met klassieke muziek bezighouden dreigt het gevaar van gewichtigdoenerij. Paul McCartney heeft de afgelopen vier jaar een omvangrijk orkestwerk gecomponeerd en het resultaat is onlangs op cd verschenen. De compositie heet Standing Stone en is gebaseerd op een door McCartney zelf geschreven, ruim tweehonderdregelig gedicht met gelijknamige titel. Daarin probeert de componist/dichter/schilder (want hij prutste ook een paar oliedoekjes in elkaar, die in de bijgevoegde toelichting zijn afgedrukt) weer te geven hoe “de Keltische mens zich vragen zou hebben gesteld over de oorsprong van het leven en het mysterie van het bestaan”. Een symfonisch gedicht dus.

De muziek is een slappe, eindeloos voortslepende brij van losse ideetjes, klankjes en melodietjes. Er is geen enkele lijn in te ontdekken. Soms lijkt een motief heel even tijd te krijgen om zich te ontwikkelen, maar van het ene op het andere moment is het weer voorbij, waarna een nieuw motief volgt.

Vooral met de overgangen weet McCartney geen raad. Op die momenten klinkt Standing Stone zoals een slecht gemonteerde film eruitziet. De orkestratie is uitermate rommelig, ieder gevoel voor het kleuren van de klank, door instrumenten samen te laten klinken, ontbreekt. Slechts af en toe weet een instrument zich even te ontworstelen aan de zompige bodem waarop alle klanken rusten.

Wat zouden de leden van het London Symphony Orchestra, die zo te horen toch hebben geprobeerd er het beste van te maken, van hun uitvoering vinden? En wie koopt zo'n cd - hij scoorde inmiddels hoog in de Amerikaanse klassieke top-tien? Wellicht zijn het vooral popliefhebbers, die hebben wel vaker een merkwaardig soort ontzag voor wat zij denken dat klassieke muziek is. Ze zouden voor de aardigheid eens moeten luisteren naar Grieg, Sibelius, Sjostakovitsj of, waarom niet, naar die goeie ouwe Beethoven.