Nabestaanden

In strijd met bestaande Verdragen (i.c. het Verdrag van New York inzake Burgerlijke en Politieke Rechten d.d. 1976) kende Nederland jarenlang geen wettelijk 'weduwenpensioen' voor mannen. Een ernstige vorm van discriminatie naar sekse. Pas in 1989 volgde de uitspraak van de rechter (de Centrale Raad van Beroep) dat - óók op het gebied van de sociale zekerheid - mannen 'gelijk' zijn aan vrouwen. En wel met ingang van 1984. Dit laatste met als argument: de wetgever moet een redelijke termijn hebben tot aanpassing van nationale wetgeving aan internatione verdragen.

Diezelfde wetgever zag - toen zijn eigen belang een rol ging spelen, wèl kans binnen de kortste keren (ca. 1,5 jaar) een ontwerp ter wijziging van de vigerende wet (AWW) tot stand te brengen.

Ondertussen werd een beroep op terugwerkende kracht van het besluit door de Centrale Raad verworpen met als grond een nieuwe vorm van discriminatie t.w. inkomensafhankelijkheid (de geldende AWW is steeds inkomensonafhankelijk geweest). Opschorting van de invoering van de nieuwe Nabestaandenwet heeft plaatsgevonden op grond van het argument dat mensen zich particulier zouden kunnen verzekeren. Een gotspe: bestaande gevallen verkeren in de onmogelijkheid zich privé te verzekeren.

In het algemeen staat hun per 1 januari a.s. een forse inkomensreductie te wachten. Dit terwijl belanghebbenden thans - november 1997 - nog niet weten waar zij per 1 januari aan toe zijn. Tezelfdertijd vindt van regeringswege een abrupte opzegging plaats van het Europese Verdrag inzake de Sociale Zekerheid (Codex VI) (NRC Handelsblad, 4 november). Dit in een uiterste poging om realisatie van bestaande aanspraken van nabestaanden via de rechter te voorkomen.

In veel gezinnen ontstaat aldus een desastreuze financiële situatie. Merkwaardige contradictie: als het haar zo uitkomt voert de regering een verdrag uit, zo niet dan wordt het opgezegd. Men kan niet anders concluderen dan juridisch gesol door de overheid met een uiterst kwetsbare groep te weten nabestaanden.