Mork ingetogen en glashelder op de cello

Concert: Truls Mork (cello), Hakon Austbo (piano). Gehoord: 16/11 Dr Anton Philipszaal Den Haag.

Heinrich Schiff opende hem de ogen voor 'wat werkelijk in de partituur genoteerd staat.' Maar zijn idool is Rostropovitsj, die als geen andere cellist 'kracht en klankschoonheid weet te combineren.' Zijn eigen spel getuigt van onwankelbare muzikale integriteit en technische superioriteit. De 36-jarige Noorse cellist Truls Mork, die in 1993 in Nederland debuteerde bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest met Dvoraks Celloconcert, behoort tot de boeiendste cellisten van de jongere generatie.

Vrijdag speelde Mork opnieuw Dvorák met het Residentie Orkest onder leiding van Horst Stein, een sublieme uitvoering waarbij vooral de vitaliteit van zijn fraseringen en de zangerige verfijning van zijn toon de aandacht trokken.

Zondagmiddag profileerde Mork zich met zijn landgenoot Hakon Austbo in een 'Romantisch recital', met werken voor cello en piano van Schumann, Dvorák, Janácek en Brahms. Het Haagse publiek liet het massaal afweten, maar ondanks de naargeestige stemming die uitgaat van een bijna lege zaal musiceerden Mork en Austbo met grote overgave.

Terwijl de al jaren in Nederland gevestigde Austbo soms zo'n overdaad aan versnellingen en vertragingen in één enkele frase wil stoppen dat de grote lijn zoek raakt, streeft Mork met zijn glasheldere fraseringen nu juist een klassieke rust en eenvoud na. Als duo bleken Mork en Austbo echter flexibel genoeg om een evenwicht te vinden tussen deze contrasterende neigingen, met een organische eb- en vloedbeweging van de melodielijnen als resultaat. Maar er viel ook iets van dat ongenaakbare en eenzame van het Noorse landschap in hun gedreven samenspel te beluisteren.

Mork moet niets hebben van holle retoriek en virtuositeit omwille van de virtuositeit. Zijn ingetogen interpretaties van Schumanns Fantasiestücke, Janáceks Pohádka en de Sonate in F van Brahms klonken scherpzinnig, trefzeker en suggestief. Maar de nobele en intieme klank van zijn Venetiaanse Montagnana cello uit 1723 bracht Mork het meest overtuigend tot leven in het melancholieke cantabile van Dvoráks Waldesruhe. Bij wijze van toegift speelde Mork met een ongeëvenaarde verfijning het langzame deel uit de Cellosonate van Chopin.

    • Wenneke Savenije