Literair lijden aan de Maas

Passionate, jrg.4, nr.6, 74 blz. Prijs ƒ 9,99. Abonnementen ƒ 55,- per jaar, ƒ 28,- per half jaar

Voor een instelling met ambities is niets zo erg als een minderwaardigheidscomplex. Of het nu een voetbalclub betreft, een museum of een tijdschrift, als ze denken dat er een concurrent is die het altijd beter doet, blijven ze vechten tegen een gedroomde bierkaai. Op cultureel gebied kun je dat goed zien aan Rotterdam: de stad heeft prachtige musea (het Boijmans, het Natuurhistorisch, de Kunsthal, Witte de With), een architectuur- en een fotoinstituut, maar blijft zich wentelen in verongelijktheid als het om cultureel prestigieuze projecten gaat. Dat merk je wanneer Rotterdam het Wertheimer-legaat voor een fotomuseum probeert binnen te halen, of culturele hoofdstad probeert te worden, altijd overheerst de sfeer van 'Amsterdam zal het wel weer krijgen' - zelfs als Amsterdam niet meedoet.

Aan een soortgelijk minderwaardigheidscomplex, maar dan veel heviger, lijdt het Rotterdamse literaire tijdschrift Passionate. Dat bestaat nu vier jaar; sinds november 1996 krijgt het subsidie van de gemeente. Voor de redactie betekende dat een doorbraak: eindelijk hoefde het blad niet meer bij de copyrette te worden vervaardigd, konden er professionele vormgevers worden aangetrokken en er zelfs één betaalde kracht aan het werk worden gezet, zodat Passionate er tamelijk professioneel begon uit te zien. Maar het minderwaardigheidsgevoel zit diep in Rotterdam. Dat wordt in het laatste nummer van de eerste gesubsidieerde jaargang allereerst zichtbaar uit de tien (!) pagina's met foto's van de Euromast, maar nog meer uit het 'In den beginne' van hoofdredacteur Giel van Strien. 'Wat de letteren betreft is de regio Rotterdam tot op zekere hoogte een eiland' schrijft hij monkelend. 'Er zijn geen literaire uitgevers, geen journalisten die voor een nationale bekendheid kunnen zorgen, en er wonen slechts een handjevol goede auteurs.' Zo pruttelt de hoofdredacteur nog anderhalve pagina door, over het 'kanaliseren van ambities', 'het ontwikkelen van een internetsite' en 'het scheppen van randvoorwaarden', maar ondertussen zie je hem zitten, in zijn huiskamer annex redactielokaal ('Eerste prioriteit heeft het verwerven van een eigen werkruimte'), dromend over Amsterdam waar al die schrijvers en journalisten en uitgevers rondlopen, waar lezingen worden gegeven en borrels worden georganiseerd - zat hij maar bij café De Zwart, naast A.F.Th. van der Heijden. Nee, dan Rotterdam: daar woont in de persoon van Marcel Möring één bekende schrijver, en wat die van Passionate vindt heeft hij zich weleens tegenover een lokaal tijdschrift laten ontvallen: 'Zevenennegentig procent van wat er in staat is rotzooi'. Dat wordt nooit meer wat.

Die lijdzaamheid van Van Strien moet niet te lang doorgaan, want Passionate hoeft zich werkelijk niet te schamen voor zijn productie van het afgelopen jaar. Het blad onderscheidt zich in de eerste plaats door zijn vormgeving: die is gedurfd, opvallend en goed leesbaar, en alleen daarmee zou Passionate zich gemakkelijk een plaatsje bij veel boekhandelskassa's kunnen verwerven. En ook over het niveau van de meeste bijdragen is voor een 'debutatentijdschrift' weinig reden tot klagen. Er zijn een paar uitzonderingen, zoals het verhaal 'Een laatste wandeling' van Erik Brus dat het larmoyante niveau van de Boeketreeks nauwelijks ontstijgt. Bovendien heeft Brus last van de debutantenziekte waarbij een verhaal altijd eindigt door een personage te laten doodgaan of een ongeluk te laten krijgen. Daar hebben ook 'Representatief' van Thomas Verbogt (toch niet bepaald een debutant) en 'Een reisje naar Parijs' van Christian Jongeneel last van, maar bij dat laatste verhaal wordt dat adequaat gecompenseerd door de spanning die het hele verhaal in de lucht hangt - de kogels op het einde komen dan als een terechte ontlading.

Passionate zou aan kracht winnen als het eens een vertaling zou aandurven, of een essay dat het niveau van huishoudelijke mededelingen overstijgt. Voor het overige hoeft het blad zeker niet onder te doen voor een vergelijkbaar tijdschrift als Zoetermeer. Nu eerst maar eens dat minderwaardigheidscomplex de Maas in - dan wordt het nog wel wat met Passionate.

    • Hans den Hartog Jager