Lak aan beschaafde beginselen

Misschien kunnen we ons au fond helemaal niet voorstellen dat iemand anders echt anders denkt. Een beetje anders wel, hij kan andere opvattingen hebben over de wenselijkheid van de euro, de aaibaarheid van honden, de charmes van house. Met kleine afwijkingen valt best te leven. Maar er zijn waarden en gevoelens waarvan het eigenlijk niet te geloven is dat iemand die niet deelt, niet kent, niet wil hebben.

Een gebrek aan mededogen bijvoorbeeld, waardoor het mogelijk wordt om iemand die schreeuwt en pijn heeft toch verder in elkaar te slaan. Of iemand zegt eenvoudigweg: “Iemand op zijn bek slaan is de snelste manier om duidelijk te maken dat je niet van hem gediend bent. Het systeem moet kapot en we zijn bereid daar heel ver in te gaan. Maakt ons geen reet uit. Als we er de bajes voor in moeten dan doen we dat gewoon.”

De uitspraak is van C. Kusters, secretaris van de Nederlandse Volks Unie en voorzitter van de Germaanse Jeugd. Hij beschouwt zichzelf als een nationaal socialist (“Neo-nazi is meer een scheldwoord. We zijn niet 'neo', we zijn het voluit.”) en werd in Trouw geïnterviewd door Colet van der Ven.

Van alles wat deze man zegt zou je willen dat het niet bestond, dat er geen mensen waren met zulke gedachten en idealen. Zijn opvattingen over wat kwaad is wijken sterk af van wat men daar in het algemeen onder verstaat. Wat hem betreft is een van de allerergste dingen dat er zoveel buitenlanders in Nederland zijn, waardoor wij gedwongen zouden zijn onze eigen identiteit op te geven om 'op te gaan in andere volkeren'. En dierenmishandeling vindt hij ook erg, bont dragen bijvoorbeeld, of ritueel slachten.

Nu ja, het is allemaal te idioot om te herhalen en te smerig ook - maar leerzaam is het wel. Er zijn veel mensen die vinden dat we dit soort griezelige lui beter kunnen negeren en doodzwijgen, en daar is ook wel iets voor te zeggen, maar aan de andere kant zie je nu maar eens wat er in zo'n hoofd omgaat. En dat is, in de ware zin des woords, onvoorstelbaar.

De dingen die vanzelf spreken, spreken helemaal niet vanzelf. Dat blijkt nog het meest uit een passage over het huidige kabinet. Van der Ven citeert de NVU-leider Joop Glimmerveen die in het partijblad heeft geschreven wat ze met het paarse kabinet zullen doen na 'de machtsovername' - moge God verhoeden dat die ooit plaatsvindt. De manier waarop men denkt af te rekenen met 'handlangers van het systeem' is extreem gewelddadig: van achteren doodschieten of ophangen 'aan pianosnaren', Glimmerveen is van plan het degelijk aan te pakken.

Kusters is het er wel mee eens, dan hebben wij de macht zegt hij, en dan kunnen we met tegenstanders doen wat we willen. “Stel je voor dat ze jullie met deze middelen zouden bestrijden,” zegt Van der Ven. “Dan wordt het oorlog,” is het antwoord. “Waarom zouden anderen moeten pikken van jullie wat jullie niet pikken van hen?” “Dat moeten zij weten.”

Misschien is deze passage wel de meest angstaanjagende. Want die betekent dat deze zevenentwintigjarige man totaal lak heeft aan de allergewoonste beschaafde beginselen - die zijn voor hem geen argument. Als u zich zo nodig behoorlijk wilt gedragen moet u dat zelf maar weten, daar kan ik me niet mee bezighouden. Van hem valt geen spijt te verwachten, geen ander inzicht, want de dingen waar wij van uitgaan, waarvan onze maatschappij, onze fijne beschaving uitgaat, die zeggen hem helemaal niets.

In het laatste nummer van het tijdschrift Nexus stond een stuk van Heikelien Verrijn Stuart die een vergelijkbaar onbegrijpelijk fenomeen wilde begrijpen. Zij was bij het TadiEÉc-proces aanwezig geweest om erachter te komen wat wreedheid is, hoe het kan dat iemand ertoe overgaat om zijn buren, kennissen, stadgenoten zo te mishandelen dat sommigen daarvan aan de gevolgen overleden. De wreedheid van TadiEÉc is niet dezelfde als die van Kusters, die zich trouwens tot nu toe beperkt heeft tot slaan en schoppen - aan het ophangen van mensen is zijn organisatie nog niet toegekomen. Maar in zekere zin is het wel hetzelfde: beiden zijn in staat zo over andere mensen te denken dat zo'n simpele regel als 'wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet', een basisregel immers voor beschaafde omgang, niet langer van toepassing is.

TadiEÉc, schrijft Verrijn Stuart, beschouwde zichzelf als slachtoffer van de omstandigheden. Hij behoorde tot een Servische minderheid in zijn stad, en zodra er een partij kwam, die van KaradziEÉc, die vond dat hij desondanks bepaalde 'rechten' had werd hij daar lid van - ook al was hij bevriend met zijn moslimburen. Daar ging het kennelijk niet om. Net zoals deze Kusters op de LTS in de klas zat met buitenlandse jongens, met wie hij ook wel omging ('je moet wel' zegt hij nu) maar desalniettemin vond dat 'het systeem' niet klopte. Blijkbaar had ook hij het gevoel dat hij bepaalde rechten had die hij niet kon uitoefenen zoals dat hem toekwam zolang die buitenlanders daar zaten. Die hij niet haatte, welnee, hun schuld was het niet, dat zag hij wel in. Maar aan alles wat hij zegt, of niet wil zeggen omdat het strafbaar is (“Ik heb geen vrijheid van spreken, want ik ben gebonden aan artikel 137”) is wel duidelijk dat hij, als zijn tijd gekomen is, absoluut niet van plan is om iemand te ontzien.

De rest van een krant is na zo'n interview enigszins surrealistisch. Daarin wordt gepraat en gedacht over wat van belang is, wat mooi is, wat rechtvaardig - maar dat heeft geen enkel verband met wat we zojuist gelezen hebben. Dat komt uit een wereld waarin andere regels gelden. Alles waar 'wij', die zo verschillend denken over de euro, house, honden, het moeiteloos over eens zijn, kan door 'hen' moeiteloos opzij geveegd worden.

Dat is niet nieuw. Dat er mensen zijn die streven naar systemen waarin vreedzaamheid en verdraagzaamheid geen deugden zijn, wisten we al. En in Nederland zijn extreem rechtse partijen, waarin primitieve types verongelijkt vinden dat zij, anders dan iedereen, 'geen vrijheid van spreken' hebben, gelukkig heel klein. Maar in Frankrijk zijn veel meer van zulke mensen. En wij, omdat we nu eenmaal democratisch willen zijn, kunnen niet verbieden dat ze partijen oprichten - hooguit kunnen we ze verbieden om sommige dingen hardop te zeggen.

Ineens, terwijl ik de uitspraken van deze griezel las, leek een verbod op een Nederlandse heruitgave van Mein Kampf mij toch wel een goed idee. Blijkbaar zijn er ideeën die zo gevaarlijk en tegelijkertijd zo aanstekelijk zijn dat het beter is ze niet in de wereld toe te laten - hoe beschaafd en verlicht het ook zou zijn om dat wel te doen.Beschaving is, in zekere zin, weerloos, want iedereen die zich er niet aan wil houden wint van iedereen die zich er wel aan houdt. Wie lawaai maakt, te hard rijdt, erop los slaat, andermans spullen pikt - die verstoort meteen het evenwicht, die verpest het leven van zijn medemens. Hetzelfde terugdoen is op grond van de overtuigingen van het slachtoffer onmogelijk. Maar het lijkt bijna onnozel om niets anders te doen dan hopen dat het wel los zal lopen, of bij zal trekken. Kusters had met het 'ouder worden' wel iets geleerd zei hij: “als ik nu een klap uitdeel denk ik er misschien een paar seconden langer over na.”