Jules Wijdenbosch regelt het graag zelf

In de zich verder verscherpende crisis tussen Suriname en Nederland lijkt de Surinaamse president Jules Wijdenbosch het voortouw te hebben genomen. Eens de aimabele gemeenteambtenaar en sociale organisator, nu de enigmatische solospeler op het politieke toneel van twee kleine landen.

De passagiers in de toeristenklasse van het vliegtuig dat de Surinaamse president Jules Wijdenbosch in augustus naar Nederland bracht, keken vreemd op toen hun staatshoofd door de gordijnen naar achteren kwam om handen te schudden. “Ik was stomverbaasd”, zegt een Surinaamse toerist die aan boord was. “Ik ben helemaal niet van zijn partij. Maar ik heb hem wel een hand gegeven.”

Het tafereel tekent Jules Wijdenbosch, nu ruim een jaar president van Suriname. Hij staat bekend als een sociaal mens, die hecht aan gezelschap en persoonlijk contact. Soms zelfs té veel. “Het is niet helemaal mijn methode”, zegt zijn woordvoerder Borger Breeveld over de scène in het vliegtuig. “Maar zo doet hij de dingen nu eenmaal. Dicht bij de mensen. Zijn ontvangstruimte zit soms zo vol met mensen die hem willen spreken, dat de rest van het werk blijft liggen.”

De weduwnaar Wijdenbosch, vader van een volwassen dochter, heeft een relatie met de bekende Surinaamse volleybalster Patricia de Leon. Zij heeft als 'First Lady' nu een eigen bureau in Paramaribo. De president zelf trekt nog elke week een uurtje uit voor een oude sportieve hobby: een potje basketbal met ministers en andere notabelen. Ooit speelde hij in het nationale team.

Volgens oude bekenden hebben maar weinigen zich zo ingespannen voor de Surinaamse immigranten in Nederland als Jules Wijdenbosch, die eind jaren zestig naar Amsterdam kwam. Zijn inzet als bestuurder van sociale, culturele en sportorganisaties wordt nog steeds geprezen. In de kantine van voetbalclub Real Sranang, waar de vaders van Gullit, Rijkaard en Kluivert hebben gespeeld, hangt nog altijd een portret van Wijdenbosch als erevoorzitter. “Als we over hem praten, hebben we het gewoon over 'Jules', niet over de president”, zegt Real Sranang-penningmeester Henk Abendanon. “Bij ons is iedereen heel positief over hem. Los van de politiek, want daar praten we hier niet over.”

Ook in veel sociale, culturele en welzijnsorganisaties voor Surinamers in Nederland heeft Wijdenbosch zijn sporen nagelaten, zoals bij de stichtingen 'Welsuria' en 'Bouw een Surinaams Tehuis' (stichting 'Best'). Het was begin jaren zeventig, de tijd dat de 'Bijlmerexpres' uit Suriname op gang kwam en Surinamers hier niet al te vriendelijk werden behandeld.

Voor de jonge Wijdenbosch was dat een extra motivatie zich in te spannen voor de opvang van zijn landgenoten. Hij stond voor een beproefd emancipatiemodel: Surinamers, vooral de jongeren, moest in eigen kring vorming, opleiding en ontspanning worden geboden om vanuit een weerbare positie een volwaardige plaats in de Nederlandse samenleving te kunnen innemen.

En dat zonder extreme politieke opvattingen. “Jules hoorde niet bij de linkse Surinaamse organisaties die zich tegen Nederland afzetten”, zegt Suriname's ambassadeur in Brussel Carlo Spier die Wijdenbosch bij de stichting Best leerde kennen. “Hij was juist een persoon die de harmonie zocht.”

Jules Albert Wijdenbosch (56) komt uit een eenvoudig gezin. Zijn vader was hoofdonderwijzer op een school van de Evangelische Broeder Gemeente (EBG), van oudsher de kerk van veel creoolse Surinamers. Vader Wijdenbosch klom op tot inspecteur voor het EBG-onderwijs. Hij was een toonbeeld van de EBG-cultuur van plichtsbetrachting en zelfontplooiing, ten bate van de gemeenschap. “Het heeft allemaal met onze opvoeding te maken. De EBG is bij ons een rol blijven spelen”, zegt de broer van de Surinaamse president, John Wijdenbosch, ondernemer in Paramaribo en voorzitter van de Associatie van Surinaamse Fabrikanten.

Jules ging in de jaren vijftig naar de Mulo, destijds de hoogste vorm van voortgezet onderwijs in Suriname en te vergelijken met de huidige Nederlandse Havo. In die tijd kwam hij voor het eerst in aanraking met de politiek. Hij had grote bewondering voor zijn oudere neef Eddy Bruma, de latere inspirator van de nationalistische beweging in Suriname die als 'kweekje' werd grootgebracht in het gezin Wijdenbosch.

Later werd Bruma de grote kracht achter de Surinaamse onafhankelijkheid. Hij bracht de zwarte volkscreolen zelfrespect bij, vooral door het gebruik van het sranan tongo (het Surinaams) te stimuleren. Bruma was ook een van de eerste creolen uit de volksklasse die in Nederland gingen studeren. “Eddy Bruma is voor ons als een broer”, zegt John Wijdenbosch.

Politiek gezien volgde Jules Wijdenbosch zijn neef niet, toen deze in de jaren zestig de Partij Nationalistische Republiek (PNR) oprichtte. De familie Wijdenbosch behoorde van huis uit tot de meer gematigde Nationale Partij Suriname (NPS) van de populaire creoolse leider 'Jopie' Pengel. Zoon Jules bleef in die traditie en werd actief in de jongerenbeweging van de NPS. Ook in zijn eerste baan, bij de douane, deed Wijdenbosch zich gelden. Al gauw was hij voorzitter van de bond van douaneambtenaren.

Eind jaren zestig vertrok Wijdenbosch voor studie naar Nederland. Hij haalde in Amsterdam zijn MO-Staatsinrichting en diploma's Gemeente-Administratie 1 en 2, en trad in dienst bij de gemeente. Hij was onder meer betrokken bij het opzetten van stadsdeelraden in de hoofdstad. In de weinige vrije tijd naast zijn werk en talrijke bestuursfuncties haalde hij zijn doctoraal politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.

De terugkeer naar Suriname volgde begin jaren tachtig. Inmiddels waren daar de militairen onder leiding van sergeant Desi Bouterse aan de macht gekomen, een omwenteling die nieuwe mogelijkheden opende voor de generatie geschoolde volkscreolen waartoe Wijdenbosch behoort. Zijn organisatorische werk in Nederland was ook bij de nieuwe machthebbers opgevallen: de militairen konden zijn inzet goed gebruiken op het Bureau Volksmobilisatie. Het was in de periode dat het militaire regime een steeds grimmiger karakter kreeg, met de decembermoorden van 1982 als dieptepunt.

In Suriname verbaast menigeen zich er nog over dat de NPS'er Wijdenbosch, afkomstig uit een kerkelijk gezin, het gezelschap zocht van Bouterse en consorten. Zijn pragmatisme kan het antwoord zijn: Bouterse bood de beste kansen voor een politieke loopbaan en een nieuwe aanpak voor Suriname. “Er zijn momenten dat ik weet dat Bouterse niet vrijuit gaat, dat zegt mijn geweten”, aldus broer John Wijdenbosch, zelf niet politiek gebonden. Volgens hem wordt binnen de familie over politiek wel “hard maar nooit harteloos” gesproken.

Wijdenbosch werd in 1983 de belangrijkste man achter de 25-Februari-beweging, de politieke arm van Bouterse's leger, vernoemd naar de coup van februari 1980. Wat hij had geleerd bij het opzetten van de Amsterdamse stadsdeelraden kon hij nu aanwenden ten bate van de 'revolutie'. “Toch bleef hij dezelfde persoon”, meent Carlo Spier, die op het Bureau Volksmobilisatie met Wijdenbosch samenwerkte. “Het pragmatische speelt bij hem de hoofdrol.”

Na het prille herstel van de democratie in Suriname werd Wijdenbosch nauw betrokken bij de oprichting van de Nationale Democratische Partij (NDP), opvolger van de 25-Februari-beweging en het vehikel voor de politieke aspiraties van Bouterse. Bij de verkiezingen van 1987 leed de partij een verpletterende nederlaag, maar na de 'telefooncoup' van 1990, toen Bouterse opnieuw een gekozen regering naar huis stuurde, kreeg de NDP alsnog een machtspositie. En opnieuw kon Bouterse een beroep doen op Jules Wijdenbosch: dit keer om vice-president te worden in een overgangsregering. Belangrijkste prestatie van zijn regering was dat in luttele maanden de bodem van de staatskas werd bereikt.

De herkansing - en het hoogtepunt in zijn politieke leven - kwam zes jaar later, opnieuw dankzij Desi Bouterse. NDP-lijsttrekker Wijdenbosch werd onverwacht gekozen tot president, nadat Bouterse erin was geslaagd de oude coalitiepartners van Venetiaan los te weken met beloftes over invloed en ministersposten. De zege van Wijdenbosch kwam hard aan in Den Haag, dat al zijn kaarten had gezet op voortzetting van de regering van Venetiaan. Nu kwam 'sterke man' Desi Bouterse dan toch aan de macht.

Sindsdien hebben de ontwikkelingen een nieuwe wending genomen. Wijdenbosch beloofde een vliegende start, maar een jaar later is van alle goede voornemens weinig over. Zijn regering is vervallen in een Surinaamse patroon van management by speech en belandt van het ene conflict in het andere. Beloftes worden even snel gedaan als vergeten. Een handvol ministers is de laan uitgestuurd. De relatie met Nederland staat onder zware druk door de drugszaak tegen Desi Bouterse.

Maar het opmerkelijkst is iets anders. De pragmaticus Wijdenbosch heeft zich ontpopt als een ware autocraat. In de persoonlijke omgang geldt hij nog steeds als aimabel, maar hij regeert vrijwel alleen, negeert ministers, en spreekt in het parlement voor de vuist weg, zonder blijk te geven van veel kennis van zaken. De ontslagen ex-minister van Financiën Atta Mungra noemde hem “machtsdronken”. Oppositie-parlementariër Fred Derby: “De president kent zichzelf via staatsbesluiten allerlei bevoegdheden toe. Hij heeft zijn ministers tot brievenbussen gemaakt.” Een gevaarlijk centralisme, zegt een andere ex-minister die niet met name wil worden genoemd, omdat Wijdenbosch “absoluut geen verstand heeft van economie”.

Volgens zijn critici is Wijdenbosch bezig in Suriname een 'parallele staat' te creëren, die zich onttrekt aan publieke controle en verantwoording. Het parlement vergadert steeds minder, de Rekenkamer is buiten spel gezet en beleid wordt bij voorkeur gemaakt door schimmige task forces, gerecruteerd uit NDP-kringen. Rondom Wijdenbosch is een omvangrijk presidentieel Kabinetsbureau ingericht, dat door waarnemers wordt beschouwd als een schaduwregering. Het staat onder leiding van de militair Iwan Graanoogst, tweede man in de legertop tijdens de periode-Bouterse.

Bij de gewone Surinamer heeft Wijdenbosch intussen veel krediet verspeeld. Volgens een recente enquête heeft nog maar elf procent van de Surinamers vertrouwen in de president. Ruim zeventig procent vindt dat hij het “niet zo nauw neemt” met de waarheid. Het grapje doet de ronde dat de president “telkens als hij zijn neus aanraakt, een leugen vertelt”. De columnist 'Winied' van het dagblad De Ware Tijd schreef onlangs: “Tante vindt dat de man te loslippig is. Hij belooft veel en maar raak, zó veel en zó maar raak dat hij zelf ontkent wat hij allemaal heeft aangekondigd en er dan natuurlijk ook niets aan doet.”

Wijdenbosch' autocratische optreden strookt met zijn visie op het presidentschap. Hij wil een sterk, 'executief' presidentschap naar Amerikaans model, een opvatting die afwijkt van het 'parlementaire' presidentschap dat in Suriname tot nu toe gebruikelijk was. “Kennelijk regeert maar één persoon het land”, zegt de gezaghebbende politicoloog Hans Breeveld van de Universiteit van Suriname. “Ik ben ook voor een sterk presidentschap. Maar dat betekent niet dat land en middelen het eigendom zijn van de president.”

Wat is er gebeurd met de gemeente-ambtenaar en multi-bestuurder Jules Albert Wijdenbosch uit Amsterdam? Een theorie wil dat het presidentschap voor hem simpelweg te hoog gegrepen is. De modus operandi die hem in Amsterdam vooruithielp - persoonlijke charme, optreden uit de losse pols, zelf zaken regelen - keert zich nu tegen hem. Het besturen van een sportclub of een sociaal-culturele vereniging is iets anders dan het regeren van een land. Zeker als je het alleen wilt doen.

Niet alleen de 'gewone' Surinamers valt dat op, ook zijn beschermheer Desi Bouterse kritiseert Wijdenbosch steeds openlijker. “Deze regering doet te weinig voor de kleine man”, zei hij onlangs. De relatie tussen beiden blijft mistig, maar terwijl velen in Paramaribo er vanuit gingen dat Wijdenbosch niet meer was dan een stroman van Bouterse, wordt de laatste tijd gespeculeerd over een machtsstrijd tussen beiden. 'Baas' heeft volgens ingewijden concurrentie gekregen en wel van zijn eigen beschermeling. Duidelijk is dat Wijdenbosch meer wil zijn dan een marionet. Hij probeert Suriname al vrijwel te regeren zonder ministers, zonder parlement, en zonder Rekenkamer. Maar de vraag is of het hem ook lukt zonder Desi Bouterse.