Jeltsin weigert ontslag van chef-hervormer; Schandaal Moskou: Tsjoebais mag blijven

MOSKOU, 17 NOV. Anatoli Tsjoebais, de architect van de markthervormingen in Rusland, mag aanblijven als vice-premier, maar is politiek verzwakt door het zogeheten 'boekschandaal'. President Jeltsin weigerde zaterdag een ontslagbrief van Tsjoebais te accepteren, nadat hij eerder drie van diens bondgenoten van sleutelposities had verwijderd.

Het prestige van het jonge team economen in de Russische regering, dat ondanks felle maatschappelijke weerstand een liberaal economisch beleid voert, is aangetast. Het door communisten beheerste parlement eist sinds vanmorgen ook het hoofd van Tsjoebais. De radicale fractie dreigt anders op woensdag de ontwerpbegroting voor 1998 te verwerpen, een essentieel element voor het op orde brengen van de overheidsfinancien.

Tsjoebais en de zijnen raakten vorige week in opspraak over een contract ter waarde van ééneneenkwart miljoen gulden voor het schrijven van een boek over de privatiseringen in Rusland. Volgens de Novaja Gazeta, een blad van de mediatycoon Boris Berezovski, gaat het in feite om steekpenningen van de Uneximbank, een machtig conglomeraat dat bij de veiling van staatsbedrijven geregeld als winnaar uit de bus komt.

Donderdag nog verdedigde Tsjoebais het boekcontract. Volgens hem wilde de invloedrijke Berezovski, die eerder deze maand door Jeltsin is ontslagen als veiligheidsadviseur, hem in diskrediet brengen, juist nu het parlement zich buigt over de begroting voor volgend jaar. De vice-premier zei dat 95 procent van de boekopbrengst bestemd is voor een liefdadigheidsfonds ter ondersteuning van kleine ondernemingen.

Vrijdag echter onthief Jeltsin per decreet Aleksandr Kazakov, een van de zeven co-auteurs, uit zijn functie van onderdirecteur van de presidentiële staf. Diens vrouw zou het voorschot van haar man in contanten hebben geïnd. Verder bleek het liefdadigheidsfonds (nog) niet te bestaan.

Vrijdag gaf Tsjoebais toe dat de voorschotten hoog waren. Zaterdag bood hij zijn ontslag aan. Twee andere leden van het auteurscollectief kregen het die dag: Harvard-econoom Maksim Bojko, sinds drie maanden privatiseringsminister, en Pjotr Mostovoi, het hoofd van het Federale Faillisementsbureau. Een andere co-auteur, Alfred Koch, was in augustus al uit overheidsdienst ontslagen, nadat hij van een Zwitsers bedrijf, dat nauwe banden met de Uneximbank onderhoudt, twee ton had ontvangen voor een apart manuscript over hetzelfde onderwerp.

Jeltsin liet Tsjoebais telefonisch weten dat hij 'ontoelaatbaar' had gehandeld, maar hield hem op zijn post om de economische koers van Rusland niet in gevaar te brengen. Boris Nemtsov, die ook vice-premier is, zei dat het ontslag van Tsjoebais “misplaatst en gevaarlijk voor het land” zou zijn geweest. De leider van de communisten, Gennadi Zjoeganov, hekelde daarentegen “het gebrek aan moed” van Jeltsin om “alleen wat pionnen te offeren, teneinde zijn loper te sparen”.

Volgens Zjoeganov, die vorige maand een motie van wantrouwen tegen de regering op het nippertje introk, is het beleid van Tsjoebais en zijn team “compleet bankroet”. Het boekvoorschot zou “slechts het topje van een gigantische corruptie-ijsberg” zijn. Het openbaar ministerie onderzoekt of de honoraria verkapte steekpenningen zijn of niet.

Hoeveel krediet Tsjoebais heeft verspeeld, moet de komende dagen blijken. Politiek analisten vrezen dat de term 'jonge markthervormers' onder het brede publiek net zo'n negatieve bijklank zal krijgen als 'democraten'. De nog altijd communistische Pravda heeft opgeroepen tot de arrestatie van Tsjoebais.