Georges Marchais, 1920-1997; Een leven in dienst van een vergissing

PARIJS, 17 NOV. De tranen in zijn ogen waren echt toen hij in 1994 de teugels van de Franse Communistische Partij overdroeg aan Robert Hue. Tranen om een vervliegende illusie. De ex-metaalarbeider opgevolgd door de ex-verpleegkundige. Ook Frankrijk ontkomt niet aan de overgang van een productie- naar een zorg-samenleving. Georges Marchais heeft er alles aan gedaan om ook die modernisering tegen te houden.

De licht linkse ochtendkrant Libération is vandaag het hardst in haar oordeel. Onder de kop 'Absurde Trouw' schrijft hoofdredacteur Laurent Joffrin dat Marchais met al zijn strijdheroïek en zijn stalinistische bestuursmethoden “een leven in dienst van een vergissing” heeft geleefd. Niets begrepen van Solzjenitsyn, Gorbatsjov en de Val van de Muur.

Het meest tekenend voor zijn verdamping achter de horizon van de tijdgeest was misschien het vraaggesprek dat L'Humanité, het dagblad van de PCF, begin deze maand afdrukte met de rustende voorman. Zoals hij gewend was had Marchais de tekst zelf ingestuurd, dat wil zeggen de antwoorden én de vragen. Voor het eerst had de redactie het nuttig gevonden dat er bij te vermelden.

Marchais wilde in deze tijd van onzekerheden zijn aanhangers enig houvast bieden. De redactie van L'Humanité had hem aangeboden een ingezonden stuk te plaatsen. Marchais weigerde en schreef zijn eigen interview waarin hij afgaf op diegenen, “ook binnen de leiding van de Partij”, die nadenken over de vraag of het woord 'communisme' uit de naam moet verdwijnen. Verder verdedigde hij zich desgevraagd tegen de beschuldigingen geuit in het Zwartboek van het communisme, misdaden, terreur, onderdrukking, dat onlangs is verschenen bij uitgeverij Robert Laffont.

Met de 85 miljoen slachtoffers van het communisme heeft Marchais niets te maken, onderstreept hij, in wat zijn laatste publieke uitspraken zijn geworden: “Franse communisten hehben zich nooit schuldig gemaakt aan misdrijven. Zij hebben geen enkele vrijheid aangetast.” Op de vraag of het waar is dat hij binnenkort een boek wil publiceren antwoordt Marchais bevestigend. Hij zou daarin verder uitleggen dat de partij al vanaf 1976 bezig is geweest zich los te maken van het stalinisme. Marchais was vijf jaar eerste secretaris toen de PCF brak met 'de dictatuur van het proletariaat'. Tot slot geeft hij zijn opvolger een trap na door diens poging de bakens te verzetten af te doen als een slap aftreksel van waar hij al veel langer mee bezig was. “Mij moet men niet verwijten dat ik huiverig ben voor onontkoombare ontwikkelingen”. Aanvallen is altijd de beste verdediging geweest bij deze politicus in hart en nieren. Het meest wordt vandaag zijn strijdbaarheid op de televisie genoemd, een medium dat hij beheerste als geen ander. “Daar heeft hij meer bereikt dan ideologisch of electoraal”, zegt Alain Duhamel, die als ondervrager op radio en televisie Marchais veelvuldig heeft ontmoet. Het is een feit dat onder diens leiding de Franse communisten in de stembus zijn weggezakt. Direct na de Tweede Weereldoorlog haalden zij onder Maurice Thorez tussen de 25 en 30 procent van de stemmen, onder Waldeck Rochet in de jaren '60 waren zij nog goed voor 22 procent, maar sinds het midden van de jaren '80 schommelt de PCF rond de tien procent. De presidentskandidaat André Lajoinie - Marchais zag toen van de kandidatuur af - noteerde in '88 een communistisch diepterecord met 6,7 procent.

In een wereldbeeld met heel wat samenzweringen was de pijnlijkste misschien wel die Georges Marchais tegen zichzelf zag opdoemen: vanaf de jaren '70 circuleerden berichten als zou de jonge Normandische vliegtuigtechnicus tijdens de oorlog vrijwillig dienst hebben genomen in Duitsland. Zelf verklaarde hij bij hoog en bij laag dat gedwongen arbeidsdienst hem bij Messerschmidt had gebracht, van waar hij in '43 was ontsnapt. Maar ook van zijn daaropvolgende onderduikperiode in Frankrijk ontbreekt ieder spoor. Het vermoeden is altijd blijven rondzweven dat hij tot '45 of langer oostelijk van de Rijn is gebleven; de eerste aantoonbare tekens van leven dateren van later in de jaren '40.

Het is een smet op het blazoen van een partij die zich als het Franse verzetsmonument bij uitstek heeft gezien. Deze geschiedenis heeft Marchais overigens nooit dicht bij de socialist François Mitterrand (met zijn gemengde oorlogsverleden) gebracht. Marchais sloot met hem in '72 een 'gemeenschappelijk programma' dat tot 1977 stand hield, waarna de communisten in '81 met links gingen meeregeren, tot juli '84. De vernieuwer Marchais was toen al stevig terug op de Moskou-lijn. De huidige regeringsdeelname van drie communisten droeg zijn goedkeuring dan ook niet weg. Hoe het communisme van morgen er volgens Georges Marchais uit zou moeten zien was al helemaal een geheim. Het boek met zijn nieuwe lente-inzichten zal nooit verschijnen. Robert Hue heeft moeite genoeg het zijne te schrijven. Eén obstakel wordt donderdag begraven.

    • Marc Chavannes