Blair bezweert dat zijn geweten schoon is

De Britse Labourpartij heeft volgens premier Tony Blair niets onoirbaars gedaan door geld aan te nemen van de baas van de Formule 1-races. Gisteren probeerde hij het bevlekte blazoen te zuiveren.

LONDEN, 17 NOV. Hij deinst niet terug voor impopulaire maatregelen, zoals blijkt uit zijn voorstel om voor het eerst in de Britse naoorloogse historie collegegeld te heffen. Ook de internationale confrontatie schuwt hij niet, zoals het Britse standpunt in de huidige Golfcrisis demonstreert.

In het Lagerhuis glorieert hij in het vlijmscherpe debat. Maar premier Tony Blair kan er niet tegen als hij onbetrouwbaar wordt genoemd. Als hij krijgt te horen dat de politiek toch één pot nat is: troebel, smerig. Had hij het Britse volk niet beloofd dat Labour anders zou zijn?

Die gevoeligheid trad vorige week al aan het licht toen het parlementslid Martin Bell hem attaqueerde. De voormalige BBC-journalist heeft zich als onafhankelijke kandidaat een zetel in het Lagerhuis veroverd met zijn campagne tegen corruptie. “Hebben we de ene draak verslagen”, vroeg Bell, verwijzend naar de Conservatieven, “om zijn plaats door een andere te laten innemen, met een rode roos in zijn bek?” De premier was even sprakeloos.

Gisteren gebruikte hij een tv-interview om zijn integriteit te verdedigen en om het bevlekte blazoen van zijn partij schoon te wassen. Hij bezwoer dat hij “een schoon geweten” had en dat hij steeds “in alle oprechtheid datgene had gedaan waarvan hij dacht dat het goed voor het land was”. Maar hij erkende ook dat zijn regering de rel die de afgelopen twee weken is ontstaan over een storting in de partijkas van Labour verkeerd heeft beoordeeld en slecht heeft behandeld. Hij bood zijn verontschuldigingen aan.

De regering is in opspraak gekomen door het besluit om de autosport te vrijwaren van een verbod op tabaksreclame. Dat gebeurde nadat Tony Blair een persoonlijk onderhoud had gehad met Bernie Ecclestone, directeur van de Formule 1-races. Kort daarna maakte de Labourpartij bekend dat ze begin dit jaar een donatie van een miljoen pond had ontvangen van Ecclestone. Labour stortte dat bedrag onmiddellijk terug nadat Sir Patrick Neill, de voorzitter van onafhankelijke commissie die op normen en waarden toeziet, met dat advies was gekomen. Enkele dagen later meldde de partij schoorvoetend dat ze Ecclestone nog onlangs had benaderd voor een tweede gift.

Blair zei dat de feiten nooit druppelsgewijs naar buiten hadden mogen komen omdat zo de schijn van geheimzinnigheid was gewekt. Hij verweet zichzelf dat hij onvoldoende aandacht aan de kwestie besteed had. “De zaak had veel sneller en veel beter aangepakt moeten worden”, zei Blair in het vraaggesprek dat een eind moest maken aan de eerste politieke crisis van zijn regering.

Pagina 4: 'De affaire is buiten proporties opgeblazen'

Maar de premier hield vol dat de regering niets onoirbaars heeft gedaan. Hij zei dat het nooit in zijn hoofd zou opkomen om een donatie aan de partij het kabinetsbeleid te laten beïnvloeden. Alleen al dat die indruk ontstaan was, had hem “geraakt en bedroefd”, zei Blair in een emotionele reactie. “Ik ben een tamelijk eerlijke vent”, voegde hij daar later onhandig nog aan toe. Ook verdedigde hij het persoonlijke onderhoud dat hij met de Formule 1-baas had gehad. Hij zei dat Ecclestone soortgelijke gesprekken had gevoerd met de Duitse bondskanselier Kohl en de Italiaanse premier Prodi. “Het zou bizar zijn geweest”, brieste Blair, als hij Ecclestone had benadeeld omdat hij Labour had gesteund.

De premier verdedigde ook het besluit om voor de autosport een uitzondering te maken. Hij zei dat alle Europese landen waar Formule 1-races worden gehouden hetzelfde hebben gedaan. Volgens Blair zou een verbod op tabaksreclame ertoe leiden dat de sport naar Azië zou uitwijken, dat de Britse race-industrie zou verdwijnen, en dat de wedstrijden, inclusief de reclame, wel op de Europese tv te zien zouden zijn.

Tussen de regels door erkende Blair dat hij naïef was geweest om te denken dat hij gevrijwaard kon blijven van beschuldigingen van financiële wanpraktijken. De Conservatieven zijn in hun laatste regeerperiode achtervolgd door schandalen. De Britse media zijn op dergelijke ontsporingen gespitst. Daarbij komt dat het Britse systeem van fondswerving door politieke partijen het gevaar van malversaties in de hand werkt. Partijen zijn voor hun inkomsten voor een belangrijk deel afhankelijk van donaties, afkomstig van particulieren en bedrijven. Die particulieren en bedrijven zijn op hun beurt weer afhankelijk van het overheidsbeleid. Daardoor ontstaat al snel de schijn van belangenvermenging.

De overheid hoeft maar één beslissing in het voordeel van een gulle gever te nemen, of de suggestie van een gekochte gunst ontstaat. The Sunday Times kwam gisteren met de 'onthulling' dat de supermarktketen Sainsbury in Richmond een bouwvergunning heeft gekregen, tegen de nadrukkelijke wens van de plaatselijke autoriteiten in. Lord Sainsbury, bestuursvoorzitter van de onderneming, is donateur van Labour.

Blair noemde dat bericht gisteren suggestief en “belachelijk”. Hij zei dat de Formule 1-affaire door de pers ook “buiten proporties was opgeblazen”. Hij wees erop dat Labour zelf opening van zaken over de gift van Ecclestone heeft gegeven. Hij daagde de Conservatieven uit om met een overzicht van grote donateurs te komen, zoals bij Labour gebruikelijk is.

Verder onderstreepte hij dat de regering opdracht heeft gegeven tot een diepgaand onderzoek naar de financiering van politieke partijen. Als het aan hem lag, zouden donaties voortaan aan een maximum worden gebonden.

    • Dick Wittenberg