Wereldvreemd

Het zal u niet zijn ontgaan dat scholen rapportcijfers hebben gekregen. Ik heb me nogal druk gemaakt om de onzorgvuldigheid waarmee dat gebeurde. Daar schijn ik heel verkeerd aan te hebben gedaan. Het doet er namelijk niet toe of dat allemaal wel zo verantwoord was, werd me links en rechts te verstaan gegeven, waar het om gaat is het effect en dat is dat scholen zich niet langer kunnen verschuilen achter mooipraat en dure vierkleurenfolders. Ze komen er niet langer onder uit om, net als bedrijven, een doorzichtige winst- en verliesrekening te presenteren.

Bij het aanhoren van deze kritiek gingen mijn gedachten uit naar het Vara-programma Het Lagerhuis van afgelopen zaterdag. Daarin werd gedicussieerd over de vraag of justitie er indertijd goed aan had gedaan door jongeren van wie vermoed werd dat ze het Amsterdamse feestje van de Eurotop wel eens zouden kunnen verstoren, preventief in te rekenen en drie dagen op te sluiten. De reacties van het publiek maakten duidelijk dat de meesten deze maatregel betreurden omdat ze liever hadden gezien dat bij die gelegenheid niet alleen die jongeren, maar iedereen die riekte naar afwijkend gedrag of opstandigheid, niet voor drie dagen, maar voorgoed achter de tralies was gezet.

Ik ben niet gelukkig met deze verruwing van de omgangsvormen. Als we de zorgvuldigheid van handelen ten aanzien van afzonderlijke personen of instellingen ondergeschikt maken aan het nuttige effect ervan in algemene zin, zijn we op een gevaarlijke weg.

Dit alles betekent natuurlijk niet dat we ons hautain onverschillig moeten tonen voor de publieke reactie op wat dan ook. Zo valt uit de reacties op het onderzoek te leren dat veel mensen zich ergeren aan de wijze waarop scholen zich afschermen van de samenleving, zich ongrijpbaar maken voor kritiek, geen pottenkijkers dulden, geen open kaart spelen.

Toch is het niet redelijk het onderwijs te verwijten dat het zich van de buitenwereld heeft afgesloten. Die autistische gedragswijze is namelijk het vanzelfsprekende gevolg van het feit dat de maatschappij het onderwijs heeft buitengesloten. Zo hebben we met z'n allen laten gebeuren dat de sector onderwijs regels kreeg opgelegd die overal elders als wereldvreemd, onredelijk of zelfs onfatsoenlijk zouden zijn afgewezen, maar omdat u dat financieel of politiek goed uitkwam, vond u dat het onderwijs dat allemaal moest slikken. Of misschien vond u wel niks en heeft u alleen maar toegekeken toen er met het onderwijspersoneel werd gehannest op een wijze die nergens anders zou zijn geduld.

Aan de universiteiten werd een deel van het personeel collectief in rang verlaagd. Beginnende leraren kregen een nergens vertoond schijntje. Een overeengekomen wachtgeldregeling voor HBO-docenten werd gaande de rit veranderd. Het onderwijs werd in een wedren tussen vrouwvriendelijke ambtenaren en politici opgezadeld met feminiene streekcijfers voor leidinggevenden die geen enkele ambtelijke instelling en geen enkele politieke partij voor zichzelf vond gelden: dit met medewerking van de vakbonden die ook wel eens een kosteloos succesje wilden boeken. Scholen werden gebundeld in clusters afhankelijk van de ideologische opvattingen van lokale bestuurders. Het onderwijs werd gedwongen mee te werken aan schijnvertoningen, zoals de invoering van de Basisvorming die uitsluitend tot doel had politiek gezichtsverlies te voorkomen. Zo kan ik nog uren doorgaan.

Het gevolg is dat het onderwijs angstig, eenkennig, wereldvreemd, onzakelijk, weinig resultaatgericht en inefficiënt is geworden. Zou het onderwijs de ramen openen, dan zou het uitzicht worden belemmerd door de muur die de maatschappij eromheen heeft gebouwd. Ramen openen, prima, maar dat helpt alleen als we ook die muur afbreken.