Weinreb (3)

In de hernieuwde discussie rond de figuur Weinreb blijft opnieuw de kwaliteit van Collaboratie en verzet onbesproken. Dat is jammer. Ik ken geen boek dat zo trefzeker de dagelijkse sfeer in de oorlog oproept. Wanneer je het leest, ruik je de schroeierige sigarettenrook van 'eigen teelt'; proef je de laffe smaak van 'taptemelk'; hoor je het gepiep en geknars van lijn 8 die vóór Hollands Spoor de bocht neemt.

Het meeste indruk maakt het boek als avonturenroman - of beter schelmenroman. Collaboratie en verzet is evenwel het tegendeel geworden van de apologie van Weinreb waartoe het moest dienen. De Leeuw en Giltay Veth, die Weinrebs vermeende heldendaden tot op het bot hebben gefileerd, hebben overtuigend aangetoond dat de schelm een schurk was. De heldendaden zijn bedrog en fictie gebleken. Maar het boek biedt ook 'faction', een mengeling van fact en fiction. De kracht daarvan schuilt in de verbeeldingskracht waarmee de schrijver de oorlogssfeer doet herleven. Presser heeft daar in zijn Voorwoord al op gewezen: “Slechts een enkeling weet, een enkele keer, het onmogelijke te volbrengen, zijn toen als nu te beleven en beschrijven.” Al lezende zou je zo graag willen dat het allemaal was gebeurd zoals het beschreven wordt: een eenmansguerrilla tegen de Wichtigmacherei en paperassenwaan van het nazidom. Wat blijft hangen is dat wat je leest misschien zo had kunnen zijn gebeurd - net als in Schindlers List.

Een vraag die in de discussie eveneens onbesproken blijft is wie het boek eigenlijk geschreven heeft. Nuis heeft gezegd dat hij alleen voor het Nawoord tekent. Renate Rubinstein schrijft in haar Verantwoording: “Mijn aandeel in dit werk bestond voornamelijk uit inkorting van het manuscript en hier en daar wat modernisering van de stijl.” Is zij te bescheiden? Wellicht weet Nuis daarover iets te vertellen of geeft het manuscript van Collaboratie en verzet, dat berust bij de Rijksdienst voor Oorlogsdocumentatie, uitsluitsel. Ik houd het er vooralsnog op dat Weinreb de avonturen heeft bedacht en dat de fraaie stijl en sterke compositie van Renate Rubinstein zijn.

Collaboratie en verzet verdient ook door de huidige generatie te worden gelezen. In zijn oorspronkelijke vorm - drie fikse paperbacks, totaal bijna 2000 pagina's - zal het dit lezerspubliek niet trekken. Wanneer de apologetische gedeelten eruit worden gehaald kan het boek echter tot naar schatting éénderde worden teruggebracht. Dan blijft nog steeds over: een authentieke weergave van de oorlogssfeer, vervat in spannende avonturen van een schelm zoals menige lezer graag was geweest in de oorlog.

    • Dr. Lambert J. Giebels Breda