Vladivostok is zijn energie kwijt; De de-elektrificatie van Rusland

Bestuurlijke chaos, stakingsacties, zestig roestende kernonderzeeërs en een haperende stroomtoevoer - dat zijn de explosieve elementen van Vladivostok, de uiterste oosthoek van Rusland. Valeri Boetov heeft een oplossing: sluit de reactoren van de slooprijpe onderzeeërs aan op het stadsnet. De regering-Jeltsin is al met een proef begonnen.

De spelonken in de rotswand zijn al uitgehouwen. Het zijn geheime havens onder de klippen, type James Bond, waar de oceaan tot honderden meters diep in doordringt. Vanuit de lucht zijn ze onzichtbaar, net als de onderzeeboten die er ongemerkt naar binnen kunnen varen. Hoewel de grotten op geen enkele civiele kaart staan ingetekend, bestaan ze wel degelijk.

“Ze zijn alleen minder geheim dan vroeger”, zegt marine-inspecteur Valeri Boetov. Als procureur-generaal bij de krijgsraad van de Sovjet-vloot in Vladivostok was hij jarenlang een gevreesd man. Een bovenmeester. Vaderlijk overwicht, strenge bril. Dat hij gewend is aan het omgaan met geclassificeerde documenten, daarvan getuigt het cijferslot waarmee hij zijn zwartleren koffertje afsluit. Blauwdrukken of rapporten heeft hij niet, of wil hij niet laten zien. Maar Boetov tekent met genoegen zijn geesteskind uit op een vel papier: een sigaarvormig gevaarte aan een ondergrondse pier, afgesloten van zee door een metersdikke betonwand en via een elektriciteitskabel verbonden met een transformatorhuisje. “De kernreactor van een onderzeeboot heeft een vermogen van honderd megawatt”, zegt Boetov. “Dat is genoeg om heel de stad Vladivostok te doen baden in het licht.”

Afgedankte kernonderzeeërs ombouwen tot mini-kerncentrales in de schachten van de Koude Oorlog - dat is het idee. Meer dan zestig duikboten liggen ijdel te klotsen langs de kust van Ruslands Verre Oosten. Vanaf het veer dat elk kwartier de Gouden Hoorn-baai van Vladivostok oversteekt, kun je er vier zien liggen, ingeklemd tussen marinegrijze kruisers en mijnenvegers. De raketten en torpedo's met kernkoppen zijn verwijderd, maar de op uranium draaiende kernreactoren niet. Om te voorkomen dat de achttien ton wegende monsters zinken en een stille milieuramp veroorzaken, is er continu een twintigkoppige bemanning aan boord. De matrozen werken in ploegendienst: twaalf uur op, twaalf uur af. Hun taak: controleren of de romp nergens begint te lekken.

Voor soldij is geen geld. Ook niet voor onderhoud. De conditie van de Stille-Oceaanvloot is zo beroerd dat het ministerie van Defensie in Moskou haar heeft ingeschaald als de minst gevechtsklare van alle legeronderdelen. In de winter van 1993 had een kapitein van een kernonderzeeër, Viktor Tserepkov, met een verborgen camera gefilmd op een trainingskamp van de marine. De matrozen kregen er niet genoeg te eten, ze crepeerden zowat van de honger. “Schande”, zeiden de inwoners van Vladivostok, nadat de beelden op televisie waren vertoond. De admiraal van de vloot moest aftreden en kapitein Viktor Tserepkov werd tot burgemeester gekozen.

Al gauw raakte hij verstrikt in een machtsstrijd met de gouverneur van het gewest, de omhooggevallen staalarbeider Jevgeni Nazdratenko, die zich ontpopte tot een authentieke Sovjet-apparatsjik. Besturen schoot erbij in, met als gevolg dat in het voorjaar het huisvuil in de marinestad wekenlang lag te rotten op straat. Eerst geld, dan pas halen we het op, zeiden de vuilnismannen. Ook de onderwijzers en de artsen en de mijnwerkers staakten. Niemand ontving nog salaris, waardoor niemand gas en elektra betaalde, waardoor het energiebedrijf en de stadsverwarming geen kolen konden kopen, waardoor de mijn de lonen niet kon uitbetalen, de kompels het werk neerlegden en heel Vladivostok in het donker en de kou zat.

IJzeren rijgdraad

Tot 1 januari 1992 was Vladivostok een verboden militaire vesting, met een door Stalin etnisch gezuiverde bevolking van voornamelijk Russen. “Vanaf de dag dat de stad geopend werd, is het verval ingetreden”, zegt Aleksandr Zorin, een werkloze spoorwegmonteur die vijftien jaar op de Trans-Siberië Express heeft gewerkt. 's Ochtends om kwart voor tien, als de trein uit Moskou na een reis van 156 uur aankomt, rijdt hij even naar het station om wat bij te verdienen als taxichauffeur.

Kilometerpaal 9297, het eindpunt van 's werelds langste treintraject, geeft je een idee van de ligging van Vladivostok (wat 'heerser over het oosten' betekent). Het is de verst vooruitgeschoven post van het immense Russische rijk. Langs deze spoorlijn hebben de bolsjewieken hun revolutie en hun ideeën naar het oosten getransporteerd, daarbij de Witten voor zich uit drijvend, totdat ze in paniek naar China vluchtten. Opgewekte leden van de Komsomol namen deze trein om het alfabet te verspreiden onder ongeletterde arbeiders. Ook de brigades technici die in het kader van de elektrificatiecampagne van dorp tot dorp gingen om de hoogspanningslijnen door te trekken, maakten dankbaar gebruik van de 'ijzeren rijgdraad' die de Sovjet-Unie bijeenhield.

Vladivostok is geen voorpost meer, maar een uithoek. Na de doodstrijd van de eerste arbeidersstaat, de USSR, is de stad in een geografisch isolement beland. Alleen een totalitair heerser in het Kremlin, een tsaar of een eerste secretaris, kan zijn gezag over negen tijdzones tegelijk laten gelden. Jeltsin niet. Deze zomer heeft hij geprobeerd de gouverneur te ontslaan, en toen dat niet lukte, onder curatele te stellen, maar die trekt zich daar niets van aan.

De Vladivostokse schrijver Anatoli Lebedev ziet in Siberië “een enorme afgrond, die ons van Europa scheidt”. Zijn stad heeft niets meer van Moskou te verwachten, maar rooit het evenmin op eigen kracht. Subsidies noch oekazes uit de hoofdstad bereiken de periferie, waardoor het Russische rijk langs alle randen is gaan rafelen.

Het lijkt wel of de-elektrificatie van Rusland in Vladivostok begint. Zelfs de telefoonverbinding met Moskou verloopt moeizaam. Je krijgt het idee dat de kabels die ooit van enorme haspels zijn gerold, over de Oeral, door de taiga, binnenkort doorroesten, en dat niemand nog de moeite neemt ze te vervangen. Een Amerikaanse Rusland-kundige uit Seattle typeerde de sfeer in de marinestad deze zomer als volgt: “Stel je voor: het Wilde Westen van Amerika van 1860; de Grote Depressie van de jaren dertig, plus de energiecrisis van de jaren zeventig.”

De geografische grootsheid van Rusland bestaat alleen nog op papier. Toen Nobelprijswinnaar Aleksandr Solzjenitsyn, schrijver van de Goelag-archipel over de kampen van Stalin, in 1994 na een ballingschap van twintig jaar in Vladivostok aankwam - om zijn intocht in Moskou zo lang mogelijk uit te stellen en de uitgestrektheid van Rusland te ondergaan - ontdekte hij dat er geen warm water was in zijn hotel. Meteen op dag één van zijn thuiskomst zat hij vast in de lift omdat de stroom uitviel.

Sindsdien is het haperen van de stroomvoorziening endemisch geworden - en niemand die er wat aan doet. Vorige winter was de stad, met zijn 630.000 inwoners soms vijftien uur per etmaal van elektriciteit verstoken. Een huiveringwekkend aangezicht: verduisterde huizen en flatgebouwen op de heuvels, met in de baai een woud van radars en antennes van marineschepen.

Het energiebedrijf Dalenergo liet ingewikkelde schema's afdrukken: welke wijk op welke uur van de dag stroom kreeg. Het was de bedoeling om gevangenissen, eerste hulpposten, kraamklinieken, het stadhuis en de zetel van het gouvernement te ontzien. Maar de operatiekamers van de ziekenhuizen rekenden liever op hun eigen generatoren, dan op de schema's van Dalenergo.

Het stadshospitaal van Pogranitsi bij de grens met China heeft drie noodaggregaten, maar die doen het niet. Toen verpleegster Galina op een voorjaarsnacht met een keizersnee moest bevallen, viel halverwege de operatie het licht uit. Haar dochtertje kwam gezond ter wereld, maar zelf bloedde ze in het donker dood. In mei dit jaar braken er op de kades van Vladivostok rellen uit, die dagenlang aanhielden. “De massale onlusten hebben een kookpunt bereikt”, schreef de correspondente van de krant Komsomolskaya Pravda. “De scholen zijn dicht, medici voorspellen epidemieën en 's nachts beheersen bandieten de straat.” De bloedbank had haar hele voorraad in het riool laten lopen nadat de koeling was uitgevallen.

Dat was de tijd dat ook de mijnwerkers uit het stadje Partizansk in opstand kwamen. Een van hen, Sasja Ignatjev, was in een schacht in hongerstaking gegaan, terwijl zijn kompanen met hun helm in de hand hun achterstallige loon van een half jaar kwamen opeisen.

Maar de vicieuze cirkel van oninbare rekeningen is niet te doorbreken. De wortels van de crisis reiken tot diep in het Sovjet-verleden, toen Stalin ervoor koos de olie van het eiland Sachalin aan te wenden voor de defensie-industrie (waaronder de bouw van kernonderzeeërs in Komsomol-aan-de-Amoer) en de civiele energiebehoefte te dekken met de kolen uit Partizansk. Dat die erg diep liggen en daardoor peperduur zijn om te delven, was geen punt. In een commando-economie bestaan geen reële prijzen, en de fictieve werden op een rekencentrum in Moskou vereffend.

Het gevolg is dat een kilowattuur, opgewekt in de kolengestookte centrales van Dalenergo, anno 1997 zes keer zo duur is als in de rest van Rusland - alleen voor zijn persoonlijke relaties hanteert de gouverneur een vriendenprijsje. Station 2 van de Vladivostokse stadsverwarming kon in de winter begin dit jaar de dure kolen niet betalen, noch de lonen van de werknemers en viel stil voordat de winter voorbij was.

Nu de koude opnieuw inzet, draait Station 2 op halve kracht. “Ik slaap met al mijn kleren aan”, zegt Irina Joerejevna, een gepensioneerd bouwkundig ingenieur, die haar geestelijk gestoorde zoon een kippenboutje met gebakken aardappels brengt - omdat het psychiatrisch ziekenhuis waar hij verblijft alleen nog rijstepap en thee op het menu heeft staan. “De inrichting geeft hem niet genoeg te eten, maar ik kan hem er thuis niet bij hebben. 's Ochtends staan er ijsbloemen op de ramen van mijn flatje.”

In het voorjaar al kondigde burgemeester Tserepkov de noodtoestand af. In de kiosken verscheen een haastig geschreven thriller over marineofficieren die een kernonderzeeër kapen om hun soldij op te eisen. Door te dreigen met het afvuren van een nucleaire torpedo houden de desperado's de stad in hun greep. Toen fictie en werkelijkheid in elkaar dreigden over te lopen, begon Valeri Boetov, de gewezen marine-inspecteur, met hernieuwde kracht voor zijn duikboten-plan te lobbyen.

Ecologische risico's

Het idee om slooprijpe kernonderzeeërs aan te sluiten op het stadsnet lag zo voor de hand! Het was doorgerekend door de beste kernfysici van Moskou en St. Petersburg. Officieel stonden deze gevaarlijke relikwieën uit het Sovjet-tijdperk op de nominatie om ontmanteld te worden. Om dat goed en verantwoord te doen hadden de Amerikanen in 1994 25 miljoen dollar betaald aan de werf Zvezda (Ster) op de marinebasis Bolsoj Kamen, een baai ten noorden van Vladivostok. De kernreactor, zo groot als een garagebox, wordt eruit gehaald en in een sarcofaag van beton diep onder de grond begraven. In drie jaar zijn er op die manier twee boten ontleed en onschadelijk gemaakt. Toen was het geld op. Het los snijden van de uitgedoofde energiebron uit zijn 47 centimeter dikke titanium omhulsel vreet stroom en de werf kon de energierekening niet meer voldoen.

Dit gegeven tart alle logica, vindt Boetov, die ineens gaat spreken met de gedrevenheid van een missionaris. Wat kan hij nog zeggen? Er liggen zestig drijvende centrales van honderd megawatt voor de kust!

Wie over de ecologische risico's en Tsjernobyl begint, is bij Boetov aan het goede adres. Uit het visitekaartje dat hij als een troefkaart op tafel legt, blijkt dat hij voorzitter is van het Ecologische Oceaan Fonds, dat geld krijgt van de Europese Ontwikkelingsbank. Hij houdt van vissen. Van de jacht, van de Siberische taiga. Bovendien: hij weet waarover hij praat. Als militair jurist binnen de Stille-Oceaanvloot hield hij ook toezicht op de naleving van de veiligheidsvoorschriften voor de kernonderzeeërs.

In augustus 1985 was er een groot alarm op de Zvezda-werf. “Binnen enkele uren was ik er”, vertelt hij. “Een kraanmachinist en tien man personeel lagen dood op het dok. Ik heb toen een overdosis straling opgelopen, die mij m'n gezondheid heeft gekost.”

Wat was er gebeurd? De brandstofstaven van een onderzeeër moesten worden vervangen - een routineklus. Daartoe werd de kern omhoog getakeld, maar omdat er golfslag stond lukte dat niet goed. De kraandrijver, die niet wist dat het verwisselen snel diende te gebeuren, klom naar beneden om te kijken waarom de uraniumstaven klem zaten. Ineens begon de kern vervaarlijk te sissen en het volgende moment knalde hij uit elkaar.

“Het was een klein Tsjernobyl”, zegt Boetov. “Maar in die tijd hebben we dat niet naar buiten gebracht.” Een stoomexplosie van tweehonderd atmosfeer had radioactieve stukken in een straal van drie kilometer rondgeslingerd, zo rapporteerde Boetov aan zijn superieuren. Net als de militairen die moesten meewerken aan de schoonmaak van de besmette werf, heeft hij sindsdien last van misselijkheid en hoofdpijn.

Dat hij aan gammastraling heeft blootgestaan, maakt deze voorvechter van drijvende kerncentrales een nog wonderlijker man. Weet hij dat de felste voorstanders van kernenergie vaak niet serieus genomen worden als milieuactivist? Boetov knikt. Dat weet hij. “Maar de milieurisico's van dit plan zijn nul”, zegt hij. “Ik heb toch gezegd dat we de duikboten afmeren in onderaardse tunnels, die hermetisch worden afgesloten met een betonwand? Je krijgt dan een gesloten systeem in de rotsen.”

En wat als een reactor het begeeft? “Dan giet je de tunnel vol met vloeibaar glas.”