Valse processen-verbaal; Delicten van politie Limburg niet vervolgd

MAASTRICHT, 15 NOV. Agenten van het politiekorps Limburg-Zuid hebben begin jaren negentig herhaaldelijk strafbare feiten gepleegd bij het opsporen van drugsdelicten, maar zij worden daarvoor niet strafrechtelijk vervolgd. Het ging om vervalste processen-verbaal, inbraken en afluisteren.

Wel zal justitie bij de Hoge Raad revisie vragen van een vonnis dat op grond van een vervalst proces-verbaal tot stand is gekomen. Dit heeft het openbaar ministerie in Maastricht gisteren bekendgemaakt.

Volgens hoofdofficier van justitie H.W. Overbosch is het niet meer opportuun de agenten te vervolgen, omdat de aanwijzingen te oud of te onduidelijk zijn, of omdat de acties niet in strijd waren met de regels die destijds golden. Hij acht het echter niet uitgesloten dat enkele agenten disciplinair zullen worden gestraft.

De illegale praktijken zijn aan het licht gekomen nadat een Limburgse politieman, die uit zijn functie was gezet omdat hij zich niet kon verenigen met de methodes die hij moest gebruiken, zijn beklag had gedaan. Volgens hem hadden hij en zijn collega's zich schuldig gemaakt aan inkijkoperaties, vervalsingen van processen-verbaal, verkapte uitleveringen, ongeoorloofde acties in het buitenland, afluisteren en inbraak.

Van de 42 incidenten die hij tegenover de rijksrecherche noemde, zijn er uiteindelijk elf onderzocht. Daaruit is onder meer gebleken dat rechercheurs in 1991 een vals proces-verbaal hebben opgemaakt over een observatie van een zekere Van D., die later tot zeven jaar gevangenisstraf is veroordeeld. Twee van de drie handtekeningen onder het stuk waren vervalst, terwijl de rechercheur wiens handtekening wel echt was, heeft verklaard dat hij zijn handtekening onder een andere versie had gezet. Bij een andere actie zou een verdachte door de Nederlandse politie over de grens naar Duitsland worden gelokt om hem daar door de Duitse politie te laten arresteren.

Uit het onderzoek is gebleken dat die verkapte uitlevering niet kon doorgaan, omdat de verdachte op de bewuste dag niet aanwezig was. In de meeste andere gevallen, die vooral inkijkoperaties in drugslaboratoria betroffen, is volgens justitie niet in strijd met de toen geldende regels gehandeld.

De advocaat van Van D., Th. Hiddema, reageerde gisteren boos op het resultaat van het onderzoek. Volgens hem heeft het openbaar ministerie de belangrijkste feiten niet onderzocht. Ook zou na het proces tegen Van D. zijn gebleken dat een van de medeverdachten een politie-informant was die justitie wel moest vervolgen op straffe van ontmaskering. De man werd vrijgesproken.