Steve Earle raspt zich door de folk

Concert: Steve Earle. Gehoord: 14/11 Paradiso, Amsterdam.

“Koop alsjeblieft mijn cd, dan kan ik mijn telefoonrekening betalen.' Het was aandoenlijk om Steve Earle in een uitverkocht Paradiso te horen smeken om de gunst van het publiek. Aan applaus geen gebrek, maar het lijkt of de Amerikaanse singer-songwriter zichzelf telkens weer dwars zit bij het behalen van het verdiende succes. Elf jaar na zijn veelbelovende debuutalbum Guitar Town lijkt zijn levensloop een aaneenschakeling van arrestaties, mislukte huwelijken (zes in totaal), drugsverslaving en boetedoening. Tussendoor schreef de Texaan voldoende sterke nummers om zich staande te houden, ook al lijkt hij met zijn uitdijende postuur en kalende schedel op een karikatuur van de popster die hij had kunnen zijn.

Ten onrechte wordt Steve Earle tot de country & westernzangers gerekend, want zijn muziek past in de tijdloze folktraditie van storytellers als Woody Guthrie, Hank Williams en Bruce Springsteen. De draad die Springsteen liet vallen na zijn indringende folkplaat Nebraska, wordt door Earle opgevat in de sobere songs 'Christmas in Washington' en 'Fort Worth Blues', respectievelijk het openings- en slotnummer van zijn nieuwe cd El Corazón. Die twee zonder opsmuk gespeelde liedjes over echte mensen aan de onderkant van de Amerikaanse samenleving, waren met voorsprong de hoogtepunten van een vrij tamme muziekavond.

In zijn begeleidingsband speelden de van Emmylou Harris geleende drummer Brady Blade en gitarist Buddy Miller. Met mandoline, mondharmonica en al of niet elektrische gitaren laveerde het viertal tussen folk en rock. Daarin school de zwakte van een concert met veel goede nummers over alledaagse ellende, gezongen met de doorleefde raspstem van iemand die het allemaal echt heeft meegemaakt. Telkens als de stemming met uptemponumnmers als het Iers getinte 'Copperhead Road' wat feestelijker dreigde te worden, plantte Earle zijn motorlaarzen weer stevig op het plankier voor het herenleed van 'Poison Love' of het Springsteeneske 'Billy Austin'.

Zelfs bij de toegift met losjes uit de pols geschudde coverversies van The Rolling Stones' 'Sweet Virginia' en 'Sin City' van de Flying Burrito Brothers mocht het niet gezelliger worden dan strikt noodzakelijk. Het publiek dat bij het horen van het woord 'Emsterdem' in gejuich losbarstte, realiseerde zich waarschijnlijk niet dat Steve Earle op dat moment zong over de droefheid die hij met onze hoofdstad associeert sinds zijn paspoort er werd gestolen. Als je hem zo hoorde mijmeren over zijn buitensporig hoge telefoonrekening, zou je hem een plaats in een tehuis voor chronisch onderschatte popmuzikanten toewensen.

    • Jan Vollaard