Regerende socialisten boeten met volksstemming voor verkiezingsbelofte van heel lang geleden; Hongarije werpt met referendum over NAVO zelf hindernis op

De Hongaren stemmen morgen in een referendum over het NAVO-lidmaatschap. De manier waarop het referendum tot stand kwam is een exercitie in onbeholpenheid.

BOEDAPEST, 15 NOV. Ook al bestond hij niet echt, majoor Lájos Kardos was de afgelopen maanden de belangrijkste militair in Hongarije. Hij leidde namens het ministerie van defensie het media-offensief dat de Hongaren moest overtuigen van de zegeningen van het NAVO-lidmaatschap. De fictieve majoor maakte dankzij 80.000 gulden subsidie van de regering zijn debuut in de populaire televisie-soap 'Familia Kft'. In militair uniform sprak hij het televisiegezin Szép toe over de voordelen van de Euro-Atlantische integratie, en bezocht hij met hen een NAVO-tentoonstelling in Boedapest.

Kosten noch principes heeft de Hongaarse regering gespaard om de bevolking te bewegen morgen in een referendum voor toetreding tot de NAVO te stemmen. De pro-NAVO-boodschap werd met veel overheidssubsidie verspreid op de televisie, in een veelbeluisterde radio-show en in bijlages van kranten. Een cd-rom ter aanprijzing van het bondgenootschap ging naar alle Hongaarse scholen. Het computerspel was betaald door het Amerikaanse bedrijf McDonnell Douglas dat de nieuwe NAVO-bondgenoot straks graag straaljagers wil verkopen.

Critici noemen het een modern produkt uit de oude communistische propaganda-machine. Maar zelfs voorstanders van de NAVO vinden dat de regering de grens tussen overheidsvoorlichting en manipulatie hier en daar heeft overschreden. De klachtenraad voor de media oordeelde na een protest van de vredesgroepering Alba Kör dat het optreden van majoor Kardos een overtreding van de mediawet was: in de aftiteling had moeten staan door wie de acteurwas betaald.

De overspannen NAVO-propaganda illustreert vooral de benauwdheid van de regering, die zichzelf met het referendum onnodig in de problemen heeft gebracht. Van de drie landen (Polen, Tsjechië en Hongarije) die in juli door de NAVO als kandidaat-lid werden uitgekozen, heeft Hongarije als enige een referendum georganiseerd. De Poolse regering weet zich verzekerd van de steun van tachtig procent van de bevolking en heeft geen referendum nodig. In Tsjechië begint de regering er gezien de lauwe reactie onder de bevolking liever niet aan - in veel peilingen haalt het aantal voorstanders niet de vijftig procent. In Hongarije is volgens de laatste Gallup-peiling 57 procent van de acht miljoen stemgerechtigden vóór de NAVO en 23 procent tegen. De rest heeft geen mening. De grootste steun voor de NAVO (61 procent) werd in juni dit jaar geregistreerd, het dieptepunt (44 procent voor, 35 procent tegen) in februari 1996.

Een volksraadpleging is geen voorwaarde voor toetreding tot de NAVO. Alle partijen in het Hongaarse parlement zijn voor het lidmaatschap. Dat er nu toch enige spanning rondom de Hongaarse kandidatuur is ontstaan, vloeit voort uit een belofte van de regerende socialistische partij tijdens de verkiezingscampagne van 1994. De partij van bekeerde oud-communisten was toen nog niet zo overtuigd van het NAVO-lidmaatschap, en beloofde haar achterban daarom een referendum. In de afgelopen drie jaar heeft de partij Hongarije kundig de NAVO binnengeloodst. Het referendum werd voor de regering van premier Gyula Horn een lastig overblijfsel uit een andere tijd.

Aanvankelijk was het ook nog gekoppeld aan een referendum over de aankoop van grond door buitenlanders, een veel gevoeliger onderwerp in Hongarije. Na maandenlang geruzie tussen regering en oppositie verdween dat tweede referendum van de agenda. In een ondoorzichtig politiek spel van zetten en tegenzetten en pesten over en weer werd het NAVO-referendum, eigenlijk tegen de bedoeling van de partijen in, ook nog bindend ook, in plaats van slechts adviserend. “We hebben een risico genomen”, meent Ferenc Somogyi, staatsecretaris voor Buitenlandse Zaken belast met de integratie in de NAVO en de EU. “We hebben zelf een hindernis opgeworpen in een proces dat anders gladjes zou zijn verlopen. Nu moeten we proberen het referendum tot een bewijs van de Hongaarse steun aan de integratie te maken”.

Over de uitslag hoeft de regering niet wakker te liggen. Volgens de wet is een referendum geldig als 25 procent van de bevolking igen (ja) of nem (nee) stemt. Met twee miljoen ja-stemmen heeft de regering de goedkeuring van de bevolking binnen. De politici hebben meer zorgen over de opkomst. Als minder dan de helft van de Hongaren de moeite neemt om op een vrije zondag hun enthousiasme te tonen voor het Westerse bondgenootschap, bevestigt dat het beeld dat de NAVO-uitbreiding vooral een zaak is van de politieke en militaire elite. Dat zal niet onopgemerkt blijven in Washington, waar de Senaat de uitbreiding nog moet goedkeuren. “Vanuit Brussel gezien is het belangrijk of de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken namens zijn land de letter of intent indient bij de NAVO”, zegt staatssecretaris Somogyi. “Hoeveel steun hij daarvoor heeft, laat Brussel feitelijk koud: dat is de interne politieke routine van het betreffende land. Maar met een lage opkomst geeft de Hongaarse bevolking natuurlijk geen positief signaal af.”

Het verzet tegen het lidmaatschap bestaat uit een handvol groepjes, van pacifisten tot communisten. Zij kunnen weinig uitrichten tegen de bulldozer van de overheidspropaganda. Hun voorstel om het campagnegeld gelijkelijk te verdelen over de voor- en tegenstanders, werd door de politiek afgewezen. “Tachtig procent van het geld was al tevoren verdeeld, vooral onder voorstanders van de NAVO die goede relaties hebben met de ministeries van buitenlandse zaken en defensie”, beweert Tamás Csapody van de vredesgroep Alba Kör. “Het was een illustratie van de zwakke politieke cultuur in Hongarije”.

Nee-stemmers geven de voorkeur aan een neutraal Hongarije, een brug tussen West en Oost. Zij vrezen ook dat de kosten veel hoger zullen uitvallen dan de regering voorspiegelt. De regering presenteert het NAVO-lidmaatschap als de goedkoopste optie om het land te verdedigen. Hongarije zal 11,7 miljoen dollar per jaar aan NAVO-bijdrage betalen. De defensie-begroting wordt volgend jaar verhoogd van 0,8 tot 1,5 procent van het BNP, en groeit daarna met 0,1 procent per jaar verder. Uiteindelijk gaan de defensie-uitgaven 1,8 procent van het BNP bedragen. Neutraliteit zou volgens de regering aanzienlijk duurder zijn.

Volgens Csapody zal het Hongaarse NAVO-lidmaatschap de machtsbalans in de regio verstoren. Hij voorziet spanningen met Slowakije en Roemenië, landen met grote Hongaarse minderheden, die nog niet zijn toegelaten tot de NAVO. “De NAVO-uitbreiding levert geen stabiliteit op, maar een nieuwe splitsing in Europa. Dat zal leiden tot een nieuwe wapenwedloop. Zonder de NAVO zou Hongarije beter zijn eigen plaats en identiteit in Europa kunnen vinden.”

    • Peter ter Horst