Rafter kan na nederlaag tegen Sampras met vakantie

HANNOVER, 15 NOV. Voor zijn duel tegen Pete Sampras sprak Patrick Rafter van een “win-win-situatie”. Hij zou zich kwalificeren voor de halve finale van het wereldkampioenschap tennis, of hij zou vandaag beginnen aan een vakantie. Beide vooruitzichten stonden de Australische tennisser wel aan. Titelhouder Sampras liet Rafter gistermiddag weinig keus. Na precies een uur tijd kon Rafter zijn koffers pakken, 6-4 en 6-1.

Sampras eindigde door de zege als eerste in de rode groep. De Spanjaard Carlos Moya werd tweede door een beter set- en game-gemiddelde dan Rafter. Sampras speelt vandaag in de halve finale tegen de Zweed Bjorkman, die hij veertien dagen geleden nog versloeg in de finale van het indoortoernooi in Parijs. De andere halve finale gaat tussen Rus Kafelnikov en Moya. De finale is morgen.

De 15.000 toeschouwers in de Messe van Hannover namen gisteren met een staande ovatie afscheid van Rafter. De tennisser met het halflange haar, onlangs door het Amerikaanse People magazine gekozen tot een van de tien meest sexy mannen ter wereld, stal de show met indrukwekkende zeges op Rusedski en Moya. Maar tegen Sampras kwam de publiekslieveling er niet aan te pas. De Amerikaanse nummer één is een Angstgegner voor de Australiër. Sampras won de laatste acht onderlinge wedstrijden.

Beide tennissers spelen hetzelfde aanvallende spel. Maar het duel tussen Pistol Pete en Power Pat maakte het verschil duidelijk tussen een echte en gemaakte kampioen. Bij Sampras ging iedere beweging vloeiend en vanzelfsprekend. Rafter tenniste meer als een schaker die over iedere zet eerst moest nadenken. De Amerikaan kwam op eigen service geen enkele keer in problemen. Rafter stond bij iedere opslagbeurt onder druk. Na de eerste break op 3-3 speelde Sampras de partij op superieure wijze uit.

Volgens de Amerikaan bepaalde zijn return het verschil in kwaliteit. Rafter reageerde na afloop veel minder diplomatiek. “Ik krijg van hem altijd een schop onder mijn kont. Pete vindt het heerlijk om tegen mij te spelen.” Maar de Australiër legt zich niet neer bij de hegemonie van de nummer éen. “Al al moet ik nog tien keer van hem verliezen, op een dag pak ik hem.” Daarna beloofde Rafter drie weken geen racket te zullen aanraken. “Ik ga veel surfen, veel golfen en een beetje feest vieren.”

De 24-jarige Rafter heeft alle reden om het er eens van te nemen. Hij kan terugkijken op een formidabel seizoen. Jarenlang ging de in Mount Isa geboren tennisser gebukt onder de hoge verwachtingen die zijn landgenoten van hem koesterden. De Australische fans wachten al een kwart eeuw op de opvolger van de legendarische Rod Laver, John Newcombe, Ken Rosewall en Fred Stolle. Sponsorcontracten bezorgden Rafter als tiener al een zorgeloze toekomst. Maar aansprekende resultaten bleven uit. En door een ernstige polsblessure zakte hij de afgelopen twee jaar zelfs naar de onderste regionen van de tophonderd.

Dit jaar maakte het Australische tieneridool de belofte eindelijk waar. Met zijn harde service en vrijwel ongeëvenaard volleyspel veroverde hij de tenniswereld. Met als hoogtepunt in september de US Open-titel, die hem de derde plaats op de ATP-ranglijst opleverde. Sommige Australische kranten vulden zes pagina's met zijn levensverhaal. “Ze zijn gek geworden”, vindt de tennisser.

Maar met die druk heeft hij inmiddels leren leven. “Een paar jaar lang was ik erg gefrustreerd en gedroeg ik me hufterig op de baan”, vertelde Rafter deze week. “Ik genoot niet meer van het spel. Maar dit jaar heb ik het naar mijn zin. Ik geniet weer van tennis. Ook als ik verlies stap ik met een lach op mijn gezicht van de baan.”

En de op Bermuda wonende Australiër heeft reden tot lachen. Hij voelt zich een bevoorrecht mens, geniet van zijn sport, en verdient zoveel geld dat hij na zijn tenniscarrière zoveel kan golfen en surfen als hij maar wil. Met de ruim zes miljoen gulden prijzengeld die hij dit jaar verdiende, weet hij zich geen raad. “Ik denk dat ik het maar aan mijn familie geef”, zei Rafter. “Wat moet ik met al dat geld? Ik kan het toch niet uitgeven. Een auto heb ik niet nodig. Door het zoute water roesten de auto's op Bermuda binnen vier jaar. Bovendien geldt bij ons een maximumsnelheid van 35 kilometer per uur. Als ik thuis ben huur ik altijd een brommer.”

    • Arjen Ribbens