Pomp bij Schier zuigt grondwater onder duinvallei weg

In het Kapenglop, een duinvallei op Schiermonnikoog, is de knopbies-vegetatie aan het verdwijnen. De aftocht van de knopbies, een plant die gedijt in een basisch milieu, duidt op verzuring van de bodem. Dr. Francisca Sival, bodemkundige van de universiteit Groningen, promoveerde onlangs op een onderzoek naar processen in bodem en grondwater, die de zuurgraad in duinvalleien beïnvloeden.

Sival probeerde de oorzaak van de verzuring te achterhalen. Ze analyseerde bodemmonsters van 47 plekken op Texel, Vlieland, Terschelling en Schiermonnikoog. Uit haar onderzoek blijkt dat onder andere de splitsing van calciumcarbonaat essentieel is voor de 'ontzuring' van de bodem. Calciumcarbonaat splitst zich in CO2 en calcium; het CO2 verdwijnt en het kalk slaat neer op de zandkorrels. Dit proces voltrekt zich alleen als er voldoende water aanwezig is.

Veel duinvalleien staan 's winters blank; de kalkconcentratie is er hoog. 's Zomers drogen de valleien op. Maar door de capillaire werking van het zand wordt dan grondwater omhoog gezogen en slaat er toch kalk neer. Voorwaarde is alleen dat het grondwater niet dieper dan een centimeter of vijftig, zestig onder het maaiveld staat. Duinvalleien waar de knopbies-vegetatie verdwijnt, blijken 's winters nauwelijks nog te overstromen en hebben 's zomers een te lage grondwaterstand.

Dat geldt ook voor het Kapenglop. Hoewel het gebied ooit 's winters vaak met regenwater overstroomde, blijft het de laatste tientallen jaren steeds vaker droog. De belangrijkste oorzaak is de drinkwaterwinning. Niet dat de eilanders en toeristen zo veel water verbrassen; er wordt een fractie opgepompt van wat er uit de Hollandse duinen wordt gehaald. Maar de locatie van de pompen is beslissend. Onder Schier en de andere Waddeneilanden zit zoet water. Dat drijft als een soort bel op het onderliggende zeewater, want zoet is lichter dan zout. Aan de bovenkant komt er regenwater bij. Even benoorden het dorp Schiermonnikoog is de bel het dikst. Daar kan het zoete water maximaal 85 meter diep worden. Voortdurend stroomt zoet water van de bel af naar de lager liggende omgeving, tot het in zee belandt. Het zoete water stroomt, ontdekte Sival, niet gelijkmatig alle kanten op, maar vooral in drie richtingen: noord, zuid-oost en zuid-west. De stroom naar het noorden houdt het Kapenglop nat. De putten voor de drinkwaterwinning zijn een kilometer westwaarts geslagen. Door het gepomp wordt de noordelijke grondwaterstroom weggezogen naar het westen, met het gevolg dat het Kapenglop verdroogt.

Om de knopbies-vegetatie te herstellen zou het drinkwater volgens Sival aan het eind van de grondwaterstroom moeten worden gewonnen. Bij zee dus. Daar verstoort men de waterhuishouding het minst. Omdat de zuidwestelijke stroom het grootst is, zou je bij de Westerplas in de buurt moeten pompen. Inmiddels heeft het drinkwaterbedrijf Friesland een deel van de pompen op Schiermonnikoog al verplaatst.

    • Koos Dijksterhuis