Pensioenfondsen rijp voor scherpere regels; De verloren onschuld

Staatssecretaris De Grave wilde al enige tijd de pensioenfondsen aan striktere regels onderwerpen. De fondsen zelf vonden dat niet zo nodig, maar sinds er een geval van fraude is geconstateerd vindt de Grave meer gehoor. En de integriteit van de bestuurders is niet zijn enige zorg.

Toen de eerste berichten over de arrestatie van een medewerker van het Philips pensioenfonds wegens fiscale fraude binnenkwamen, belde staatssecretaris Frank De Grave van sociale zaken vorige week de twee pensioenexperts bij VNO-NCW en FNV, Van Kesteren en Muller. “Ik heb erop aangedrongen dat ook de sociale partners de integriteit van bestuurders en medewerkers van pensioenfondsen en de noodzaak van interne controles op hun handelen op de agenda zullen zetten bij de pensioenfondsen. Daar waren ze het mee eens.”

De Grave wil actie. Hij wil heldere en duidelijke verhoudingen in de pensioenwereld, zodat de werknemers weten wat er met hun spaarpot voor de oude dag gebeurt. Die helderheid wil De Grave stimuleren met wetgeving en via de sociale partners die de pensioenfondsen beheren. Zes maanden geleden zette de staatssecretaris de toets op deskundigheid en integriteit van pensioenfondsbazen al op de agenda. De branche, die 700 miljard gulden pensioengeld belegt (de verzekeraars hebben ook nog eens 300 miljard) reageerde zonder een spoor van enthousiasme. Maar na het beursfraudeschaal in Amsterdam, dat tot een aanhouding bij het grootste ondernemingspensioenfonds leidde, heeft De Grave de wind in de zeilen.

“Het is een illusie om te denken dat misstanden dankzij wetgeving en aanscherping van interne regels bij pensioenfondsen nooit meer voorkomen. Nu is er bewust de aandacht voor die er in het verleden onvoldoende is geweest”, zegt de staatssecretaris.

Het gebrek aan alertheid is wel verklaarbaar, vindt hij. Ook binnen de overheid heerste tot voor kort de indruk dat malversaties, omkoping van ambtenaren en pressie op wethouders niet voorkwamen. Totdat mevrouw Dales, voormalig minister van Binnenlandse Zaken in een speech de publieke sector de spiegel voorhield.

Het beursschandaal berooft nu de pensioenfondsen van hun onschuld. “Het karakter van de pensioenfondsen is de afgelopen vijf jaar veranderd. Het waren weinig spectaculaire bedrijven die de ontvangen premies overmaakten naar de agent van Financiën om staatsleningen te kopen. Daarmee kan weinig misgaan, maar je hebt het dan niet over spannende jongens uit de wereld van Peter Stuyvesant. Dat is veranderd door de gegroeide geldstromen en door de verlegging van beleggingen naar de effectenbeurs”.

Toen het beursschandaal drie weken geleden uitbarstte maakte De Grave opnieuw duidelijk dat hij een integriteitstoets wil. De twee koepelorganisaties van de pensioenfondsen reageerden boos en verdrietig: zij waren al het zwarte schaap voordat er ook maar een aanwijzing van malafide gedrag was. De volgende dag werd de medewerker van het Philips-pensioenfonds opgepakt. “Ik had de pensioenfondsen nog gevraagd, is het wel verstandig om nu al met zo'n reactie te komen?”

De Grave geeft de pensioenwereld geen tijd om uit te hijgen van zijn dadendrang. Binnenkort presenteert de staatssecretaris een wetsvoorstel in de ministerraad dat de pensioenfondsbestuurders nog veel slapeloze nachten zal opleveren. Het voorstel - een aanpassing van de Pensioen- en Spaarfondsenwet - behelst naast scherper toezicht ook het stopzetten van regelingen waarbij de werkgever een deel van de pensioenpremie pas later hoeft te voldoen (uitstelfinanciering). Wanneer het bedrijf onverhoopt failliet gaat, blijft het pensioenfonds met miljoenentekorten zitten, zoals bij Daf en Fokker is gebleken. Bij beide ondernemingen stuiten de pensioenfondsen op onwillige curatoren, die er alles aan doen om de claims (van respectievelijk 106 en 243 miljoen gulden) niet uit te hoeven keren.

Aan dat soort misstanden moet voor eens en altijd een einde komen, vindt de staatssecretaris. “Mijn bedoeling is dat het faillissement van een bedrijf geen enkel gevolg mag hebben voor het pensioen van de werknemers”. De Grave wil de uitstelfinanciering die Daf en Fokker kenden (de zogeheten 65-x systemen) helemaal verbieden. Werkgevers moeten overstappen op een systeem waarbij alle vereiste premies onmiddellijk door de werkgever worden overgemaakt.

Grote beheerders als de bedrijfspensioenfondsen voor de bouwnijverheid en de metaalindustrie zijn al begonnen de uitstelfinanciering af te schaffen. Het bouwnijverheidsfonds heeft dat vorig jaar met 649 mijloen gulden in één keer afgekocht. De fondsen krijgen tien jaar de tijd om alle achterstallige verplichtingen op orde te krijgen. “Er is vrij veel weerstand tegen het voorstel om het systeem van 65-x af te schaffen. Het gaat natuurlijk om een hoop geld”, zegt De Grave laconiek.

Voor de 1.100 Nederlandse pensioenfondsen is het leed daarmee nog lang niet geleden. Fondsen die niet groot genoeg zijn om de kwaliteit van het pensioenbeheer te kunnen waarborgen, mogen die functie straks niet meer zelfstandig uitoefenen. Waar De Grave de grens wil leggen (100 werknemers?, minder?) is nog niet duidelijk. “Er moet voldoende waarborg zijn voor stabiliteit en professionaliteit.” Wie niet aan die eis voldoet, moet fuseren of het beheer over de pensioengelden overdragen aan een verzekeraar, zo stelt de bewindsman. Voor de pensioenwereld betekent deze wetswijziging niets meer of minder dan een aardverschuiving. Hoeveel kleintjes zullen moeten verdwijnen, wil De Grave in dit stadium niet zeggen. “Het zal zeker leiden tot een substantiële vermindering van het aantal pensioenfondsen”.

De hardhandige inmenging van De Grave, die anderhalf jaar geleden onverwachts de post van staatssecretaris op Sociale Zaken overnam van partijgenoot Robin Linschoten, leidde aanvankelijk niet alleen bij de pensioenfondsen tot woedende reacties. Ook de vakbonden en de werkgeversorganisaties (die de regelingen bij CAO afspreken en tevens vaak samen in het bestuur van de fondsen zitten) lieten geen gelegenheid voorbij gaan om duidelijk te maken dat pensioen 'hun' onderwerp is - daar had de staatssecretaris maar vanaf te blijven.

De Grave's voorstel vorig jaar om de pensioenregelingen ingrijpend te versoberen, werd furieus ontvangen. Deze week bleek echter dat de soep minder heet hoeft te worden gegeten: de sociale partners krijgen van het kabinet twee jaar de tijd om zelf goedkopere en modernere regelingen te ontwerpen. Lukt dat niet, dan wil De Grave alsnog met fiscale middelen kostenverlaging afdwingen.

Zijn argumentatie voor het ingrijpen van de politiek in het erfgoed van het maatschappelijk middenveld heeft De Grave inmiddels geperfectioneerd. Omdat de overheid werknemers verplicht om deel te nemen aan de pensioenregeling bij hun bedrijf, heeft dezelfde overheid de plicht om er op toe te zien dat de belangen van de pensioengerechtigden goed worden behartigd. Wie kan daar tegen zijn? “De sociale partners vervullen bij de pensioenfondsen hun rol prima. Ik heb er geen enkele behoefte aan om dat ter discussie te stellen. Maar dat laat onverlet dat ook de overheid op dit gebied verantwoordelijkheid heeft. Voor veel werknemers is de waarde van hun pensioen groter dan het bedrag dat ze op de bank hebben staan. Dat de Verzekeringskamer op een vergelijkbare manier toezicht houdt als De Nederlandsche Bank op de banken, is logisch.”

Als grootste werkgever kan ook de overheid zich niet onbetuigd laten. De overheid benoemt de helft van het bestuur van pensioengigant ABP. Ook met de verantwoordelijke bewindsman op Binnenlandse Zaken heeft de staatssecretaris inmiddels gesproken.

De Grave gebruikt het groeiende maatschappelijke belang van pensioenen om de toezichthoudende Verzekeringskamer meer macht te geven en om mensen die al pensioen ontvangen meer directe zeggenschap te geven bij de pensioenfondsen: “Op die manier komen er automatisch meer checks and balances, meer interne controles. En dat komt de helderheid en de duidelijkheid alleen maar ten goede.” De rol van de overheid is daarbij beperkt tot het scheppen van de goede randvoorwaarden. “De Verzekeringskamer krijgt de tanden die ze nodig heeft. Het is aan hen om die tanden ook te gebruiken.”

    • Menno Tamminga
    • Marcella Breedeveld