Op de beurs

De Amsterdamse beurs AEX heeft het moeilijk. Eerst die shockerende koersdaling eind vorige maand en toen de nog dramatischer arrestaties. Zo op het oog blijven de handelaren er onbewogen onder. Maar bij nader inzien ligt dat anders. Een week op de beursvloer.

Twee jongens, Paul en Frank, leunen met één hand tegen het beeldscherm en wijzen met hun andere hand naar de cijfertjes. Ze praten tegen André - die staat achter hen. Het klinkt naar ruzie, maar het is, zeggen ze, een zakelijk gesprek. Het gaat over honderd put-opties op de AEX die ze een paar dagen geleden hebben verkocht. Tóen dachten ze nog dat de markt zou stijgen.

“Terugkopen”, zegt Frank. “We kunnen er nu drie gulden op verdienen.”

Drie gulden maal honderd opties op honderd aandelen is dertigduizend gulden.

“Pakken we zo even mee,” zegt Frank.

André aarzelt. Als de AEX tóch omhoog gaat, kan er nog veel meer worden verdiend.

“Kom op man”, zegt Frank. “Ben je flauw of ben je vast?”

Hij bedoelt: denk je dat de markt gaat dalen of gaat stijgen.

“Flauw”, zegt André.

“Ga ze dan terughalen”, roept Frank. “Zeker als je ze voor de lol gegeven hebt.”

“Oké oké oké”, zegt André. Hij trekt zijn jasje recht en loopt met grote stappen langs zeshonderd andere market makers naar de balie waar in AEX-opties wordt gehandeld. Hij gaat middenin de groep staan, haalt adem als een operazanger en brult: “Nov seven eighty puts three bid.”

Dat is: ik wil honderd put-opties op de vijfentwintig belangrijkste aandelen in de AEX-index kopen, uitoefendatum derde vrijdag van november, uitoefenprijs zevenhonderdtachtig en ik bied drie gulden per stuk.

Van de dertig handelaren die bij de balie rondhangen kijken er twee op. Eén van hen zegt: “Twenty.”

Drie gulden en twintig cent - daar kan André ze voor krijgen.

André loopt meteen weg, ook omdat wordt omgeroepen dat er telefoon voor hem is. Maar dat is het reisbureau, over de wintersportvakantie.

Het is maandag 10 november, twee weken na het krachje op Wall Street dat volgde op de krach van Hongkong, en twee weken plus twee dagen na de arrestatie van de effectenhandelaars Han V. en Adri S. Van dat laatste is op de Amsterdamse Optiebeurs, aan het Rokin, weinig te merken. Hier is het business as usual en er wordt enorm geklaagd, want er valt niets te beleven. De volgende dag, dinsdag 11 november, is het nog erger: de handel ligt bijna helemaal stil. Geen vraag, geen aanbod. Iedereen weet wel dat na zo'n val als op 27 oktober de markt moet uitrazen, maar wat ís dat saai als je gewend bent om de hele dag in the crowd te staan, met in het hoofd alle koersbewegingen en in de hand je orderbriefjes, en steeds opnieuw de bevrediging te voelen dat je mening goed is geweest: de markt gíng omhoog/ naar beneden en je hebt weer tienduizend/ twintigduizend/ honderdduizend gulden verdiend. Of andersom, ja.

Hier wordt, als het stil is, patience gespeeld op de laptop en gerookt in het trappenhuis. Hier wordt niet met opzet gezwegen over wat tot verdriet van de beurs zelf in kranten en op televisie de beursfraude is gaan heten, of beursgate. Het is gewoon geen onderwerp.

Maar loop dan eens langs het Nationaal Monument en de Bijenkorf naar de Effectenbeurs op het Damrak, sinds de fusie van januari de andere helft van Amsterdam Exchanges NV, en ga eens een paar dagen in de nis van het hoekliedenbedrijf Van der Moolen zitten. Dan kun je meemaken hoe mensen, door er alsmaar niet over te praten, het er voortdurend wél over hebben: dat zij de schuld krijgen van dingen die zij niet hebben gedaan. En hoe bang ze zijn dat ze eraan kapot gaan. Je hoort het aan de grappen.

Op de beursvloer, als een meisje van kantoor haar arm om de schouder van een hoekman legt en hem op de wang zoent: “Foto! Foto! Hier zien we Jaap K. in YY te Amsterdam.” YY is Yab Yum.

In het café: “Belt mijn moeder, die me anders nooit belt, om te vragen of ze zich zorgen moet maken. Word jij nou ook gearresteerd, Cor?”

Ze zijn wat ouder (rond de 35) en wat minder slank en modieus dan de market makers op de Optiebeurs. Ze hebben geen staartjes in de nek, ze dragen demonstratief driedelige pakken (leverkleur met een geel overhemd, of zwart met een krijtstreep) en in hun portemonnee zitten portretjes van hun kinderen - die laten ze graag zien. Zo zijn de hoeklieden van de Effectenbeurs. 's Morgens om acht uur komen ze met hun auto vanuit de nieuwbouw van Purmerend of Amsterdam-Noord naar het centrum, 's avonds om vijf uur rijden ze weer terug - behalve als ze met elkaar of met hun klanten “een hapje gaan eten” en daarna naar Dante of Luxembourg op het Spui gaan. Nee, voor dansen zijn ze niet jong genoeg meer. En zeg je bordeel, dan worden ze kwaad en beginnen over de riooljournalisten van de Telegraaf die de hobby's van één of twee personen, niet eens hoeklieden, toeschrijven aan een hele groep. Als zij een keer “dol willen doen” gaan ze, gezinnen mee, een weekendje naar een bungalowpark. Of skiën. Of naar een voetbalwedstrijd (geen skybox).

In de uren tussen de gong van half tien en de gong van half vijf zitten ze achter hun beeldschermen en doen hun taak: in hun eigen fonds vraag en aanbod bij elkaar brengen en de beste prijs stellen. Veel orders - ze komen van banken en commissionairs, met de beleggers daarachter hebben hoeklieden niets te maken - lopen tegen elkaar weg: de computer regelt, de hoekman kijkt. Is er weinig aanbod en veel vraag, of weinig vraag en veel aanbod, dan neemt hij om de handel aan de gang te houden zelf een positie in: hij koopt of verkoopt, met één druk op de knop. Geen gevlieg, geen geschreeuw. En er zijn dagen, zoals donderdag 6 november, dat de enige consternatie komt van de bekendmaking van cijfers Koninklijke Olie, klokslag 11 uur. Dan zit hoekman Johan, die voor Van der Moolen in het verwante fonds Dordtsche Petroleum handelt, om twee minuten voor elf op zijn stoel te draaien en tuurt hij onafgebroken naar zijn scherm. “Er is angst”, zegt hij tegen zijn buurman Arjan. “Hij staat nu al een gulden lager.”

Zelf zit hij long, hij heeft nog wat aandelen in zijn fonds waar hij voor elven nog graag even van af wil, want dit kan geld kosten.

Een minuut later ís hij ervan af en nog een minuut later verspreidt het hulpje van de commissaris voor de noteringen vanaf het midden van de beursvloer de papieren waaruit blijkt dat de resultaten van Shell toch mooier zijn dan verwacht. “Kopen, kopen”, roept Johan tegen zichzelf.

Dat roepen honderden, misschien duizenden beleggers over de hele wereld ook en hup, de koers springt van 104 naar 105,40. Maar een paar seconden later zakt hij terug naar 103,80 en is Johan - de computer houdt het precies voor hem bij - zevenduizend gulden kwijt.

Om één minuut over elf is het weer rustig. Ook op de Effectenbeurs is de handel sinds 27 oktober zo dood als een pier. “Ach”, zegt hoekman Casper bemoedigend tegen zijn collega Fred die in aandelen ING handel, “ik zie dat er bij jou vanochtend zevenhonderdduizend stukken zijn omgegaan.”

“Je gaat toch niet beweren dat dat veel is”, zegt Fred. “Zo'n omzet had ik een paar weken geleden vijf minuten na opening.”

Maar Casper vindt dat Fred eens even aan de jaren zeventig moet denken. In die tijd, bijna niemand deed in aandelen, was je blij als je zevenhonderdduizend per week haalde.

Het is een van de grootste angsten van de hoekmannen: dat het op de Effectenbeurs weer wordt zoals toen.

George Möller, president-directeur van Amsterdam Exchanges NV, wist ervan. Van de de zomer al. Hans Brouwer, directeur van de Effectenbeurs, wist het ook. En het hoofd van Juridische Zaken. Verder niemand, zelfs George Möllers president-commissaris niet. De FIOD en het openbaar ministerie hadden deze drie mannen voor de grote dag om alle medewerking gevraagd en natúúrlijk zouden ze die geven. Criminaliteit op de beursvloer? Aanpakken! Of zoals Möller het niet moe wordt te formuleren: “De rotte appels moeten er zo snel mogelijk uit.”

Op de marktplaats die de beurs is, voegt hij er dan steeds aan toe, is hij alleen maar de kramenverhuurder.

Acht mannen meldden zich op vrijdag 24 oktober bij de directie van Amsterdam Exchanges. Het was half vier 's middags. Ze kregen een kamer met telefoon en fax en wat ze verder maar nodig hadden. Er werd iemand naar beneden gestuurd om Han V. te halen. (Adri S. was er niet.) Er zijn boven een paar heren die u willen spreken.

Om tien over half vijf gingen de mannen de trap af naar de beursvloer en liepen meteen door naar de nis van het commissionairsbedrijf Leemhuis & Van Loon, links van de ingang. Vanaf de galerij keek de persman van Amsterdam Exchanges toe hoe ze, snel en geruisloos, hun floppy's in de computers staken en alle informatie eruit trokken. Tien jaar geleden, toen de banken aan de beurt waren en de FIOD en het openbaar ministerie het hoofdkantoor van Slavenburg binnenvielen, kwamen ze met z'n tweehonderden: toen zat alles nog in dozen en archiefmappen. Het NOS Journaal stond er op uitnodiging bij en 's avonds kon heel Nederland zien dat justitie het niet langer tolereerde, die witwas- en belastingontduikingspraktijken waar financiële instellingen zich voor leenden.

Deze keer kwamen de waarschuwingen pas dagen later: uit de mond van minister Zalm die, eerst op de televisie en daarna op de Dag van het Aandeel, meedeelde dat dit nog maar het begin was, er zouden nog veel meer koppen gaan rollen, en iedereen moest goed begrijpen dat het nu afgelopen was.

Van de inval zelf merkte niemand iets. De hoeklieden hadden er naast gestaan. Maar ze lazen het nieuws pas de volgende ochtend in de krant.

“Eerst denk je: wat een geouwehoer”, zegt hoekman Frank. “Iemand gaat een keer met een klant naar de hoeren. Nou en?”

Maar toen kwamen de volgende arrestaties, steeds schokkender, en in De Telegraaf verscheen op zaterdag 1 november het bericht dat ook Hans Kroon, tot voor kort de directievoorzitter van Van der Moolen, iets met de zaak te maken had. En toen begonnen Frank en zijn collega's het flink benauwd te krijgen. Het zou toch niet waar zijn?

De koers van het aandeel Van der Moolen - in Amsterdam genoteerd - ging met guldens naar beneden. “We verloren in één week een tiende van onze waarde”, zegt Peter van der Lugt, sinds maart Kroons opvolger.

Dat van Kroon was niet waar, maar hoe vertel je dat geloofwaardig? Op woensdagavond 5 november ging Peter van der Lugt naar het Hilton voor een bijeenkomst van captains of industry, onder wie veel van zijn relaties. In zijn zak had hij een brief van zijn advocaat waarin het openbaar ministerie verklaarde dat Van der Moolen niet in het onderzoek voorkwam. Van der Lugt was niet van plan geweest om naar dat feestje te gaan, maar nu zag hij een kans om te laten gebeuren wat hij had gehoopt. Hij liep een beetje rond, glas roze champagne in de hand, en zijn klanten kwamen vanzelf op hem af: “God, Peet, ik zit toch wel bij de goeie specialist?”

De hoeklieden van Van der Moolen zijn goed geïnstrueerd en ze houden het lang vol om na iedere vraag over wat-ze-er-nou-van-vinden zo neutraal mogelijk te kijken en in een taal die hun taal niet is uit te leggen dat er geen schuldigen zijn zolang er niets bewezen is. Er zijn, zeggen ze, alleen nog maar aanklachten. Pas als op maandag 10 november bekend wordt dat het hele bestuur van Bank Bangert Pontier is afgetreden beginnen ze voorzichtig te zeggen dat er toch echt wel wat aan de hand zal zijn. Ze vinden het alleen zo vreselijk oneerlijk dat niemand snapt dat het onderzoek wel begon op de beurs, maar gáát over commissionairs. En daar de klanten weer van: de particuliere en de institutionele beleggers.

Met dat PR-probleem zit Amsterdam Exchanges ook. Het duurde even voordat de strategie was bepaald, maar toen ging president-directeur George Möller er op zijn manier ook vol tegenaan. Eerst kondigde hij op die bijeenkomst in het Hilton waar Van der Lugt ook was vast aan dat hij op de Dag van het Aandeel harde woorden zou spreken. En op vrijdag 7 november kwamen ze dan, een kwartier lang achter elkaar. Weer over die rotte appels. En over de schillen om de beurs heen. En de pijn van het onverdiend in het verkeerde daglicht staan. Maar ook de blijdschap over de kracht van Justitie. Certificering van iedere effectenhandelaar persoonlijk - daar pleitte Möller voor. Hij zei dat al in januari, toen hij net was benoemd. Overdreven, vond iedereen toen nog. Maar wat een pech voor de beurs dat Möller het allemaal zo koel en verantwoord brengt - alsof het hem eigenlijk niet veel kan schelen. En wat een verademing om na al die beeldspraak in het café een broodje omelet te eten met Hans Brouwer, de directeur van de Effectenbeurs. Die is tenminste gewoon kwaad. En hij verbergt het niet, al doet de persman van Amsterdam Exchanges nog zo zijn best om hem wat af te remmen. “Ik wil er best wat emotie in gooien hoor”, zegt Brouwer. “Ik had wel tegen die mannen willen zeggen: luister eens, als jullie dit soort dingen flikken, neem ik je mee naar het Beursplein en geef ik je een pak op je lazer onder de vlaggenmast.”

Pagina 18: De persman heeft het niet meer. Brouwer gaat nog even door. “Godverdomme, het gaat zo goed met ons, dit jaar weer vijftig procent meer omzet, we zijn gegroeid van tweeduizend miljard naar drieduizend miljard, en dan krijg je deze shit over je heen.”

En hij had altijd zo'n bewondering voor de gearresteerde handelaren. Van S. leerde hij dat de beurs er niet was om orders uit te voeren, maar om orders te genereren. “Hoeveel mensen”, zegt hij, “zullen 's morgens in de spiegel hebben gekeken en tegen zichzelf hebben gezegd: ooit hoop ik net zo'n goede handelaar te worden als híj”.

Brouwer - voor de liefhebberij schrijft hij kinderverhalen - heeft een verklaring voor hoe het kon gebeuren, de (vermoedelijke) misstappen van de twee effectenhandelaars. Vroeger, zegt hij, zat de hele financiële wereld op de beursvloer en iedereen hield elkaar in de gaten, want iedereen was elkaars concurrent. Wie wat fout deed, werd naar boven geroepen en alle handelaren en hoeklieden wisten: met die vent die daar over de galerij loopt, doen wij geen zaken meer.

Toen kwam de automatisering. De banken en commissionairs bouwden kantoren aan de rand van de stad en nog verder weg, er kwamen dealingrooms vol computers, en door alle nieuwe IT-mogelijkheden kunnen orders nu real time van over de hele aardbol anoniem worden ingelegd.

De sociale controle viel weg - dat wil Brouwer maar zeggen. En het duurde te lang voordat er een ander soort controle was, van buiten de beurs.

Han Kleiterp, president-commissaris van Amsterdam Exchanges, zag “o god” het hele scenario al voor zich toen George Möller hem die vrijdagmiddag 24 oktober belde om te vertellen dat er op de beursvloer huiszoeking werd gedaan. Kleiterp was in de tijd van de Slavenburg-affaire directievoorzitter van de effectenbank Pierson, Heldring & Pierson, later MeesPierson. Hij moest meteen denken aan wat Duisenberg van de Nederlandsche Bank in die tijd zei: twee voetbalelftallen misdragen zich, de scheidsrechter doet niets en de volkswoede richt zich op de bal.

Inderdaad: toen waren het de banken, nu is het de beurs die het voor het grote publiek gedaan heeft. En leg dan maar eens uit, zegt Kleiterp, dat de beurs alleen maar het instrument is geweest waarvan slechterikken zich hebben bediend. Maar hij wil niets goedpraten. “Je màg je niet laten misbruiken. Je moet zorgen dat het niet kan.”

Hem verbaast het niet dat de commissionairs en de klanten nu ook een keer aan de beurt zijn. “Waarom”, vraagt hij, “gaat een iemand uitgerekend naar die ene effectenhandelaar om aandelen Koninklijke Olie te kopen? Hij kan ze toch overal kopen?”

Hij geeft zelf het antwoord. “Of de dienstverlening is erg goed. Of hij krijgt zegeltjes.”

Een fles wijn met Kerst. Een VIP-kaart voor een voetbalwedstrijd. Een lopende rekening bij Yab Yum. Smeergeld.

Kleiterp weet nog hoe hij vroeger, toen hij veel vloog, in gewetensnood raakte door de airmiles die hij bij zijn tickets kreeg. Stak hij ze in zijn zak? Of gaf hij ze aan zijn bedrijf?

Het werd uiteindelijk het bedrijf, omdat je niet voorzichtig genoeg kunt zijn. “Ik begin geloof ik een oude vent te worden”, zegt hij. “Maar ik vind het echt erg dat het blijkbaar nodig is geworden om ieder gedrag te binden aan regels.” Bij Amsterdam Exchanges gaat het gewone leven intussen ook door. In de directievergadering van maandag 10 november is één van de agendapunten het evaluatierapport van het Trading System Amsterdam dat komende week naar buiten moet. Zoals het nu toegaat op de Effectenbeurs - één hoekman per fonds, de plicht om de beste prijs te stellen, enzovoort - zo werkt het sinds 1994 en toen was afgesproken dat dit jaar zou worden gekeken of het efficiënt genoeg was.

Later op de dag wil de directeur van de Optiebeurs, Rudolf de Soet, er nog wel wat over kwijt. Hoekmannen, vertelt hij, raken hun privileges kwijt. Ze moeten gaan concurreren met de market makers. Nu betrekken market makers - slimmer, sneller, en meestal hoger opgeleid (geen mavo, vaak universiteit) dan de hoekmannen - al hun aandelen nog van de Effectenbeurs. Daar balen ze van, want ze moeten courtage betalen. Wat onze leverancier kan, zeggen ze, kunnen we zelf ook.

Het is de zoveelste aanval.

Peter van der Lugt, de directievoorzitter van Van der Moolen, windt zich er erg over op. Hij gelooft heilig in het nut van de hoekman. Hij vertelt over de beurzen van Londen en Frankfurt, waar de hoeklieden zijn afgeschaft. De handel verloopt daar helemaal via schermen. En wat zie je? New York stortte in en de volgende ochtend gebeurde er in Duitsland en Engeland urenlang niets omdat niemand de handel op gang durfde te brengen. En het gat tussen vraag en aanbod werd zo groot, daar kon een stoomboot doorheen.

De hoeklieden zijn er ook zenuwachtig over. Dat zeggen ze niet, maar ze kunnen uren over hun eigen toegevoegde waarde vertellen - ongevraagd.

Op woensdag 12 november, bij het bier na beurs, worden de jongens van Van der Moolen wat losser. Tussen de grappen, de wedstrijdjes wie-is-het-meest-ad-rem en het geduw en getrek door zeggen ze: “Mijn zoontje kijkt naar me alsof ik een enge ziekte heb.”

En: “Dat van die gecodeerde rekeningen, dat wisten ze allang. Ze proberen de kleine commissionairs de nek om te draaien.”

En: “Alleen de grote banken blijven over. En die denken dat ze ons niet nodig hebben.”

De hoeklieden en market makers wilden liever niet met hun achternamen in de krant.