Ogentroost voor wie aan het wereldleed lijdt

Is het u ook opgevallen dat de voorpagina van de Nederlandse kwaliteitskrant steeds meer we op een museumwand gaat lijken? Bijna iedere week wordt er wel een schilderij getoond van een bekend kunstenaar. In kleur uiteraard, prominent bovenaan de pagina en over een breedte van tenminste drie kolom.

De aanleiding kan van alles zijn: een prijs, een opdracht, een vervalsing, een ontdekking, een restauratie of het overlijden van de kunstenaar in kwestie. Dinsdag vormde de 44 miljoen dollar die op een veiling voor het schilderij betaald werd de aanleiding om De Droom van Pablo Picasso, een werk uit 1932, in volle glorie te reproduceren op de voorpagina van deze krant.

Ik ben de dienstdoende redactie daarvoor dankbaar, want het is een prachtig doek. Het matte krantenpapier doet daar niets aan af. Integendeel, de ingetogen atmosfeer van het portret van een slaapster wordt er juist door versterkt. Ook de banaliteit van het omringende nieuws over Ajax-supporters, het PvdA-Kamerlid Houda en de oorlogsdreiging in Irak verhoogt de aanblik. De noodzaak tot dromen is op deze plaats alleen maar vanzelfsprekend.

Maar is dit laatste ook de bedoeling? Wordt het werk van Picasso, en eerder van De Kooning, Lichtenstein, Rembrandt, Malevitsj, en al die anderen die recentelijk de voorpagina haalden, alleen maar gebruikt als onschuldige ogentroost temidden van het wereldleed? Is de redactie misschien van mening dat kunst dezelfde functie heeft als het pasgeboren leven uit de dierentuin waarmee de populaire massabladen zo vaak openen?

Het is mogelijk.

Het zou me ook niet verbazen als het continue lezersonderzoek van deze krant aantoont dat de kwaliteitsabonnee meer dan gemiddeld een museum bezoekt. En minder dan gemiddeld een dierentuin. Het is ongetwijfeld een culturele kapitalist die zijn eigenwaarde afmeet aan het aantal kunstenaars waarvan hij op de hoogte is.

Het plaatsen van een verantwoord schilderij is dan te zien als een soort lezersservice. En als je het op de voorpagina zet is het tegelijkertijd een interessante propositie waarmee de krant zich in de losse verkoop onderscheidt van de platvloerse concurrentie in het rek.

Maar naast marketingoverwegingen is er nog een reden waarom de kunst in de krant oprukt naar pagina één.

Dat is de terreur van het design. Zoals in de hele samenleving, wordt er ook bij de dagbladen steeds meer geluisterd naar de specialisten van de buitenkant: de grafisch ontwerpers die met hun digitale toverdoos vol grids, fonts, en icons iedere boodschap de gewenste uitstraling kunnen geven. Had de schrijvende journalist vroeger alleen te maken met eerlijke typografen, die slechts geïnteresseerd waren in het tot op de picopunt fijnregelen van de eigen CAO, en de krant verder met rust lieten, tegenwoordig wordt hij geconfronteerd met een complete redactie vormgeving die tot taak heeft de 'visuele identiteit' van de krant tot in de haarlijntjes uit te broeden. Deze lieden denken de hele dag na over hun 'concepten', waarmee ze de 'informatievormgeving' naar een hoger artistiek plan willen tillen. Zij beschouwen de aangeleverde journalistiek als het ruwe materiaal waaraan zij een beeldende gelaagdheid willen toevoegen. Zo ontstaat er een meerduidige betekenisarticulatie waardoor de postmoderniteit van het wereldgebeuren verhevigd wordt.

Tenminste, dat zijn hun woorden.

Het spreekt vanzelf dat de inbreng van deze bevlogen vormspecialisten een steeds grotere verkunsting van het krantennieuws tot gevolg heeft. Dat komt onder andere tot uiting in het gebruik van de fotografie.

Waarom staan er überhaupt foto's in de krant? Om het nieuws te tonen of om het geschreven nieuws te verduidelijken, zou je zo denken. Maar de moderne persfotograaf trekt zich van deze opdracht niets aan. In het beste geval is de foto een persoonlijke interpretatie van een nieuwsfeit, en is het aan de lezer om zelf het verband met de berichtgeving te vinden. Dat vereist een groot inlevingsvermogen in de artistieke kronkels van de maker.

Het komt echter steeds vaker voor dat dat niet genoeg is. De foto draagt dan een geheel autonome betekenis, die ver uitstijgt boven het lelijke wereldnieuws en ons inzicht biedt in het rijk van de abstractie en de zuivere symboliek. Zulke foto's zijn bij de krantenontwerper favoriet: zij kunnen op elke willekeurige plaats gebruikt worden als vormaccent binnen zijn paginaconcept. Het probleem van de inhoud is teruggebracht tot de formele kwaliteiten van het beeld: toon, kleur en compositie. De abstrahering in de moderne persfotografie is daarom te begrijpen als het gevolg van de groeiende macht van de vormgeving binnen de krant.

Het vervangen van foto's door kunst is de volgende stap in deze ontwikkeling. Als het werkelijkheidsgehalte er niet meer toe doet, zou het dwaas zijn om de verbeeldingskracht van de kunstenaar niet aan te boren. De rijke vormentaal van de moderne schilderkunst biedt de beste mogelijkheden om de krant als artistiek product een autonoom gezicht te geven.

Vandaar dus dat de krant in hoog tempo een dependance van het Museum voor Schone Kunsten wordt.

Ondanks alle ogentroost is dat voor de nieuwgierige lezer een benauwend vooruitzicht.