Netanyahu verliest steun en behaalt winst

De Israelische premier Netanyahu heeft deze week het vertrouwen van zijn ministers verloren. Maar hij ontdeed zich van de inspraak van de basis van zijn Likud-partij, en dat is belangrijker.

TEL AVIV, 15 NOV. Opiniepeilingen wijzen uit dat de Israelische premier Benjamin Netanyahu door de socialistische partijleider Ehud Barak met een verschil van 12 procent zou worden verslagen indien er nu verkiezingen voor het premierschap zouden worden gehouden. Toch is Netanyahu er zeker van dat zijn premierschap deze week niet in gevaar is gekomen. Het interesseert hem niet dat hij deze week tijdens het partijcongres van Likud het vertrouwen van de laatste ministers die hem nog geloofden, heeft verloren.

Netanyahu weet precies waar zijn deze week behaalde politieke winst zit. Met politiek meesterschap is hij erin geslaagd zich te ontdoen van de inspraak van meer dan 200.000 leden van zijn Likudpartij op de samenstelling van de kandidatenlijst voor de Knesset, het parlement.

Dit onder Menahem Begin begonnen democratiseringsproces in Likud is deze week door medestanders van Netanyahu de nek omgedraaid. Zo'n 3.000 leden van het partijcongres hebben op instructie van Ivet Lieberman, de directeur-generaal van het bureau van Netanyahu, schreeuwend de macht weer aan zich getrokken. Dit partijlichaam zal in het vervolg weer uitmaken wie wel en niet naar de Knesset gaat, wie wel en niet in aanmerking komt voor het ministerschap.

Het partijcongres heeft deze week 'Bibi' (de politieke koosnaam van Netanyahu) niet alleen bejubeld maar ook uitgefloten. Dat wegfluiten wekte de schijn van onafhankelijkheid, maar was in wezen doorgestoken kaart. De partijleden leken tegen Netanyahu in opstand te komen toen hij voorstelde de stemming over het afschaffen van de voorverkiezingen uit te stellen. De afgevaardigden wilden deze week een beslissing. Dat was ook de vurige politieke wens van Netanyahu. Zijn ministers had hij, om hun gerust te stellen, in het geheim het tegendeel beloofd. In het openbaar hield hij zich op de vlakte. Geen woord voor of tegen het vasthouden aan de voorverkiezingen kwam uit zijn mond.

Lieberman had zijn werk echter voortreffelijk gedaan. Netanyahu wist dat het uitfluiten van zijn voorstel om géén beslissing over de voorkiezingen te nemen, precies op zijn politieke ambities was afgestemd.

Daarom is Netanyahu zo zelfverzekerd. Zijn ministers sidderen voor hem. Hun lot ligt in zijn handen nu het partijcongres hem bijna partij-dictator heeft gemaakt. Aan deze machtige greep van Netanyahu, de eerste rechtstreeks gekozen premier, op Likud kan alleen een einde komen indien enkele ministers en parlementariërs hun geculmineerde frustaties over Netanyahu omzetten in politieke moed, aftreden en zich van Likud afsplitsen. Dit scenario is na het partijcongres niet denkbeeldig omdat de Likud-elite zich bedreigd voelt door de populistische Netanyahu. Twee Likud-prinsen Benni Begin en Dan Meridor hebben hun ministerschap al neergelegd. Maar velen in Likud deinzen er wegens de historische beslissingen die nog met de Palestijnen moeten worden genomen voor terug de enige grote partij te laten imploderen die zich op ideologische gronden nog schrap zet tegen een Palestijnse staat. Dit ideologische element en zijn vrijwel absolute controle over de partij zijn de peilers van de macht van Netanyahu.

In het politieke debat tijdens de partijconventie kwamen ideologische kwesties deze week niet aan de orde, alsof de Palestijnse problematiek niet om een oplossing schreeuwt. Toch kan Netanyahu niet om de Palestijnse kwestie heen. In zijn regeringscoalitie heeft hij geen meerderheid om tot een tweede grote terugtrekking op de Westelijke Jordaanoever over te gaan, waartoe Israel krachten het akkoord van Oslo is verplicht en op uitvoering waarvan de VS sterk aandringen. Vandaar dat ook wegens de politieke onzekerheid in Likud weer stevig wordt gespeculeerd over de vorming van een regering van nationale eenheid.

De plechtige herdenking deze week van de tweede verjaardag van de moord op premier Yitzhak Rabin heeft, tijdelijk tenminste, een sfeer van nationale verzoening geschapen die volgens president Weizman zou moeten sublimeren in een regering van nationale eenheid. Deze politieke emotie wordt echter meer gevoed door angst om verscherping van de binnenlandse tegenstellingen, op het gevaar van een burgeroorlog af, dan de noodzaak om de handen ineen te slaan om uit de impasse met de Palestijnen te komen.

    • Salomon Bouman