NAAMBORD

De heer Prick neemt in zijn column van 11 oktober ten onrechte aan dat een leraar Frans uit de jaren '50 en eerder geen publicitair doel voor ogen had wanneer hij op zijn naambord zijn bevoegdheid vermeldde. Leraren en leraressen moderne talen deden dit om leerlingen aan te trekken, die door welke oorzaken dan ook geen regulier middelbaar onderwijs konden volgen of hadden kunnen volgen.

Zoals studerenden voor de toenmalige staatsexamens HBS/Gymnasium en voor de verschillende correspondentiediploma's.

Maar ook allen die zonder examendoel een taal wilden leren, konden bij zo'n docent(e) terecht. Deze laatste was meestal in het bezit van een zogenoemde Huisakte M.O., die de bevoegdheid verleende aan huis les te geven. Onder meer door zo'n naambord gaf men daaraan bekendheid. Trots kan aanwezig zijn geweest, maar speelde geen rol.

    • Drs. W. Dannis