Minder kanonnen, meer boter

Si vis pacem para bellum. De Romeinen wisten het al: als je de vrede wilt, bereid je dan voor op de oorlog. De militaire uitgaven in de wereld hebben sindsdien een hoge vlucht genomen. Sinds het eind van de Koude Oorlog is echter een sterk dalende lijn ingezet.

Over het verband tussen economie en ontwapening hebben zich de afgelopen decennia al aardig wat economen gebogen. Ex-president Wim Duisenberg van De Nederlandsche Bank promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen zelfs op het onderwerp. De eerste studies concentreerden zich vooral op de problemen: hoe de sociale en economische schade van de sluiting van wapenfabrieken zo veel mogelijk te beperken. Pas sinds kort is er een wat concreter inzicht in de weldadige gevolgen van ontwapening.

Volgens een recente IMF-studie gingen de militaire uitgaven tussen 1990 en 1995 fors omlaag van 3,6 procent naar 2,4 procent van het totale bruto binnenlands product (bbp) in de wereld. In de voormalige communistische landen was de daling het grootst met de voormalige Sovjet-Unie als absolute koploper.

In dollars gemeten gingen de militaire uitgaven in de hele wereld in vijf jaar met 120 miljard dollar omlaag. De besparing bedraagt zelfs 345 miljard dollar, indien de militaire uitgaven als percentage van het bbp gelijk aan 1990 zouden zijn gebleven. Ter oriëntatie: dit bedrag komt overeen met het totale bbp van Nederland en is de helft groter dan de jaarlijkse directe buitenlandse investeringen in de opkomende economieën.

Het IMF maakte in 1993, in haar World Economic Outlook, een schatting van de heilzame economische effecten van militaire bezuinigingen aan de hand van econometrische modellen. Een wereldwijde vermindering van de militaire uitgaven met 20 procent zou volgens het IMF op termijn leiden tot een stijging van de particuliere consumptie (mogelijk gemaakt door lagere belastingen) en investeringen (mogelijk gemaakt door een lagere rente) met respectievelijk één en twee procentpunt.

Hieruit volgt volgens de IMF-berekening een welvaartstijging met een contante waarde van 10.000 miljard dollar: dat is het totaal van de toekomstige extra inkomensstromen, als dat nu contant zou worden gemaakt. Het resulterende bedrag komt overeen met 45 procent (!) van het wereldinkomen in 1992. Er valt dus heel wat te verdienen met een vermindering van de militaire uitgaven. De positieve effecten treden op zowel in de landen die wapentuig produceren als in de importerende landen.

Op korte termijn valt in de landen van de grote wapenproducenten veel productie weg, met alle sociale en economische gevolgen vandien. Het omsmeden van kanonnen tot ploegscharen kost nu eenmaal tijd en inspanning. De ervaring in Rusland maakt dat maar al te duidelijk.

Maar het lijdt geen twijfel dat de omschakeling uiterst lucratief is. Een van de meeste sprekende voorbeelden is de Amerikaanse staat Colorado, dat binnen enkele jaren is uitgegroeid tot een bloeiend centrum van high tech. De stad Denver kreeg er het afgelopen decennium elk jaar 30.000 banen bij. Afgelopen zomer konden de leiders van de G7 tijdens hun top deze succesvolle 'conversie' met eigen ogen aanschouwen.

De positieve economische effecten strekken zich ook uit tot landen die niet of nauwelijks in hun militaire uitgaven snijden. Dat komt doordat vermindering van militaire uitgaven in het ene land positieve externe effecten heeft voor de rest van de wereld.

Zo zal het renteniveau in de wereld dalen, wanneer een militaire big spender als de Verenigde Staten zijn defensie-uitgaven terugbrengt. De ervaring van de laatste jaren - hoge groei in de VS bij een laag overheidstekort en een dito inflatie en renteniveau - lijken dit scenario te onderstrepen. Bovendien zal de Amerikaanse import stijgen, omdat militaire uitgaven een veel lagere importcomponent hebben dan particuliere bestedingen.

Het IMF kwam in zijn World Economic Outlook van 1993 dan ook tot de conclusie dat per saldo vooral ontwikkelingslanden met schulden sterk profiteren van demilitarisering. Een lagere rente maakt de schuldenlast van deze landen per slot van rekening lichter en hun export naar de industrielanden neemt toe. Afrikaanse schuldenlanden zullen relatief de meeste welvaartswinst boeken door militaire bezuinigingen van hun traditionele Europese handelspartners. De Latijnsamerikaanse landen hebben relatief meer baat bij militaire bezuinigingen van de Verenigde Staten, die immers veel uit deze regio importeren.

Interessant is ook het gegeven dat landen met IMF-hervormingsprogramma's dieper in hun militaire uitgaven snijden dan landen zonder zulke programma's. Tegelijkertijd nemen de uitgaven voor onderwijs en gezondheidszorg relatief toe, wat bijdraagt aan armoedebestrijding, vergroting van human capital en dus van welvaart.

Het is in dit licht nogal schrijnend dat de internationale wapenhandel in 1996 voor het tweede achtervolgende jaar steeg na zeven achtervolgende jaren van daling. Volgens onlangs gepubliceerde cijfers van het International Institute of Strategic Studies steeg de reële waarde van de wapenexport met acht procent naar 39,9 miljard dollar.

De aanstaande uitbreiding van de NAVO met Oosteuropese landen zal ongetwijfeld ook tot verhoging van defensiebudgetten leiden. Deze landen moeten hun defensie immers moderniseren. Een paar degelijke lessen economie zou de internationale politieke en militaire strategen dus zeker geen kwaad doen.

    • Hans Buddingh'