'Mijn geld en voor u de kosten!'

Wat doe je als je een kamer verhuurt en de bewoner laat verstek gaan met het betalen van de huur? Of wanneer het terugbetalen van een lening van vijfduizend gulden aan een vriend na een ruzie uitblijft? Als de schuld niet zelf kan worden geïnd kan de hulp van een incassobureau of deurwaarder uitkomst bieden.

Het uit handen geven van een vordering aan een dergelijke intermediair is eenvoudiger dan soms wordt aangenomen. Incassobureaus en deurwaarderskantoren worden over het algemeen beschouwd als organisaties die op de stoep staan als het betalen van uitstaande rekeningen, naar de mening van de leverancier te lang uitblijft. Maar ze kunnen ook hulp bieden aan de particulier; als u een achterstallige kamerhuur wil innen, de buurman, wiens heggenschaar niet alleen de heg, maar ook uw schutting mutileerde tot betaling wil dwingen of de loodgieter, die u een geperforeerd garagedak bezorgde tot genoegdoening wil aanzetten.

“Advocaten en deurwaarders zijn ingesteld op het gerechtelijke traject, terwijl incassobureaus zich in eerste instantie richten op het buitengerechtelijk oplossen van het probleem”, zegt mr. R. van der Starre, directeur van incassobureau Intrum Justitia en secretaris van de Nederlandse Vereniging van Incasso-ondernemingen (NVI). Een incassobureau legt eerst contact met de schuldenaar, en probeert de vordering ineens te innen of een gespreide betalingsregeling te treffen. In beginsel kost dat de schuldeiser niets. De provisie, die de incasso-organisatie berekent, komt voor rekening van degene met de schuld. De gangbare provisie bedraagt zo'n vijftien procent. Daarbovenop kan tenslotte nog de rente komen. Iemand met een huurachterstand van tweeduizend gulden betaalt dus uiteindelijk 2300 gulden, plus de eventuele verschuldigde rente over de schuld.

Toch houdt Van der Starre een slag om de arm. In bepaalde gevallen kunnen incassobureaus de kosten niet verhalen op de schuldenaar. En dan draait de schuldeiser er toch voor op. In bovenstaand geval betaalt de huurder het volle pond: tweeduizend gulden, terwijl de verhuurder maar 1700 gulden incasseert.

Als de schuldenaar hardnekkig blijft weigeren te betalen, start het incassobureau een juridische procedure. Bij claims tot vijfduizend gulden komt de zaak voor de kantonrechter, daarboven wordt de arrondissementsrechtbank ingeschakeld. Daarvoor moet het incassobureau een advocaat of gerechtsdeurwaarder in de hand nemen.

Uiteraard stijgen de inningkosten op deze manier. Van der Starre: “Een eenvoudige gerechtelijke procedure kost al snel vier- tot vijfhonderd gulden.” Hoe dan ook, de extra kosten zullen eveneens door de schuldenaar moeten worden betaald. Tenminste, als de rechtbank de claim terecht acht.

Tenslotte is er nog een scenario denkbaar. Voordat het incassobureau juridische stappen neemt, voert ze een onderzoek uit naar de schuldenaar. Als deze waarschijnlijk niet in staat is het geld op te hoesten (bijvoorbeeld door verleend uitstel van betaling of een uitgesproken faillissement), adviseert het bureau de schuldeiser van een verdere procedure af te zien. “Van een kale kikker kunnen we geen veren plukken”, zegt Van der Starre.

Bij iemand in loondienst of met een uitkering kan vrij eenvoudig beslag worden gelegd op de inkomsten. Maar als dat niet het geval is, en er ook geen beslag kan worden gelegd op goederen, houdt het op. In die gevallen is de schuldeiser het haasje. Niet alleen kan hij naar zijn centen fluiten, ook brengt het incassobureau hem nog “een klein bedrag” voor dossier- en administratiekosten in rekening. “Je moet denken aan zo'n honderd gulden”, zegt Van der Starre.

Het inschakelen van een bureau dat een no cure no pay-regeling hanteert, is lang niet altijd zo gunstig als het lijkt. In de meeste gevallen besteden die ondernemingen minder tijd aan de claims waarvan de kans op succes klein is. De klanten met moeilijk te vorderen claims hoeven weliswaar geen provisie of kosten te betalen, maar krijgen hun geld uiteindelijk ook niet. De NVI-leden werken daarom nooit op die basis.

Wat zijn de meest voorkomende gevallen waarmee particulieren bij incassobureaus terecht komen? Exacte cijfers zijn Van der Starre niet bekend, maar afgaande op eigen ervaring kan hij toch een top-vier opmaken. Meestal gaat het om kamerverhuur, schadegevallen en geldleningen aan vrienden, kennissen of familieleden. Ook is er regelmatig sprake van situaties waarbij iemand nog iets tegoed heeft van een vroegere werkgever, in achterstallig loon of onuitbetaalde vakantiedagen, somt Van der Starre op.

Dossiers over financiële onenigheid tussen vroegere echtelieden, bijvoorbeeld over de betaling van alimentatie, komen nauwelijks bij het incassobureau terecht. “Aan alimentatie ligt meestal een vonnis van de rechtbank ten grondslag. Die zaken gaan vaak rechtstreeks naar de gerechtsdeurwaarder.”

Ook in gevallen waarin er nog geen rechtbankvonnis ligt, is het mogelijk meteen dit zware geschut te hanteren. Gerechtsdeurwaarders hebben een vierjarige opleiding achter de rug, zijn door de Kroon benoemd en hebben verdergaande mogelijkheden een vordering af te handelen. Ook de gerechtsdeurwaarder kan buitengerechtelijk proberen de schuld te innen; daarnaast is hij bevoegd de gerechtelijke procedure af te handelen, en kan na het vonnis optreden. Ook daarin heeft hij verregaande bevoegdheden; hij kan beslag leggen, en zelfs wanbetalers in gijzeling nemen. “Alles onder één dak”, zegt gerechtsdeurwaarder W. Rosmalen uit Breda. Rosmalen is woordvoerder van de Koninklijke Vereniging van Gerechtsdeurwaarders (KVG).

Van der Starre (NVI) relativeert het voordeel dat een gerechtsdeurwaarder een gerechtelijke procedure direct kan opstarten. “Een juridische procedure is in het overgrote deel van de gevallen overbodig. Zo'n zeventig procent van de gevallen wordt buiten de rechtbank opgelost.” In die gevallen zit je beter bij een incassobureau, claimt de jurist. “Bij ons werken er tachtig man dagelijks aan het incasseren van schulden, dat is onze eerste zorg.” Bij een deurwaarder, die zich ook bezighoudt met vonnissen en dergelijke, “staat de incasso op de tweede plaats”.

(Informatie bij Nederlandse Vereniging van Incasso-ondernemingen (NVI) 040-242.69.48 en Koninklijke Vereniging van Gerechtsdeurwaarders (KVG) 030-258.84.99)