Mahathirs allergie voor 'racistische' speculanten

De eigenzinnige Maleisische premier Mahathir Mohamad neemt nooit een blad voor de mond als het om Westerse speculanten gaat. In een gesprek wijst hij kritiek over zijn anti-semitisch genoemde uitlatingen resoluut af. “Als ergens in de wereld een aanslag wordt gepleegd krijgen de moslims de schuld. Dan vragen wij toch ook geen excuses?”

KUALA LUMPUR, 15 NOV. De Maleisische pers boft: hun praatgrage premier Mahathir Mohamad is vandaag op twee locaties benaderbaar voor vragen. Eerst lanceert de premier, midden op de dag de Perkasa, een in eigen land gefabriceerde vrachtwagen. Vervolgens sluit Mahathir aan het eind van de middag het 'Global Panel' in de hoofdstad Kuala Lumpur af voor een gehoor van Aziatische en Europese zakenlieden.

Beide evenementen worden massaal bezocht door de nationale pers. En als zo vaak gaat het de journalisten niet om de nieuwe vrachtwagen of de uitkomsten van het congres, maar wil men het commentaar van Mahathir op 'lopende zaken'. Die zijn er altijd in overvloed bij de 71-jarige premier die in de zestien jaar dat hij zijn land inmiddels leidt mondiaal een reputatie opbouwde als populair provocateur en anti-westers retoricus.

Mahathir worstelt vandaag met de naweeën van een zware verkoudheid die de workaholic twee weken geleden zelfs een paar dagen in bed hield. De verplichte rust maakte een voorlopig einde aan een periode van vier maanden waarin de Maleisische premier vrijwel dagelijks het wereldnieuws haalde nadat hij eind juni luidruchtig de aanval inzette op de in zijn ogen “gevaarlijke en racistische” valutaspeculanten, aangevoerd door de Amerikaans-Hongaarse miljarden-investeerder George Soros, die met hun acties de Aziatische economieën kapot maken.

Na alle commotie die de uitlatingen van Mahathir steeds weer veroorzaken, tracht zijn pers-secretaris Hashim Makaruddin hem dezer dagen wat uit de internationale schijnwerpers te houden. Een verzoek van deze krant om een persoonlijk interview met Mahathir tijdens het tweedaagse congres, wordt wellicht daarom na een aanvankelijke toezegging plotseling om onduidelijke redenen tot nader order uitgesteld. Maar als Mahathir met zichtbaar genoegen het congres heeft afgesloten door een uurlang spontaan vragen uit de zaal te beantwoorden, stemt de premier alsnog persoonlijk toe in een gesprek. Het mag tien minuten duren, meldt Hashim streng.

“Ik heb niets te verbergen, want wij leven hier in een open maatschappij”, zet de premier ongevraagd de toon. “Dit is een samenleving met Aziatische waarden en normen waarin iedereen zich vertrouwd en veilig voelt. Wij geloven dat individuen het leven van de meerderheid niet mogen ontwrichten.” Het lokt de vraag uit of het hem verbaast dat juist zijn individuele uitlatingen zoveel impact hebben gehad. Met name zijn antisemitische opmerkingen over een “verborgen joodse agenda” die achter de aanval op de Aziatische economie zou hebben gezeten, wekten alom grote woede. Vanuit het Amerikaanse congres is geëist dat Mahathir zijn excuses aanbiedt of opstapt.

Heeft hij spijt van zijn opmerkingen? “Nee. Het gaat om de perceptie van mijn woorden. Omdat een aantal valutahandelaren joods is en twee van de door hun acties getroffen landen, Maleisië en Indonesië, moslim-naties zijn, bestond de perceptie dat de valuta-aanvallen onderdeel waren van een joodse samenzwering.”

Maar beseft hij dat zijn woorden een zeer antisemitisch karakter hadden en dat hij de joodse gemeenschap geschokt heeft? Mahathir licht geïrriteerd: “Ik ben een moslim. En nogmaals, ik heb nooit iets anti-joods gezegd. Ik zei alleen dat de perceptie bestond dat er een verborgen joodse agenda bestond. Mogen we die dingen niet meer zeggen? Moeten regeringsleiders van alle landen in de wereld bij alles wat ze zeggen toestemming vragen aan het Amerikaanse Congres? Dat zou een beetje vreemd zijn. Ik word gevraagd op te stappen door deze mensen, maar welk mandaat hebben zij? Elke keer dat ergens in de wereld een aanslag wordt gepleegd krijgen de moslims de schuld. Dat betekent toch ook niet dat ik een motie indien in het Maleisische parlement om excuses te eisen van degene zoiets zegt.”

Mahathir maakt duidelijk dat hij geen woord terugneemt van zijn uitspraken over de vermeende joodse samenzwering achter de aanval van valutaspeculanten op de Zuidoost-Aziatische financiële markten. “Die valutaspeculanten wilden natuurlijk dat ik mijn mond hield, want ik weet precies hoe zij werken en hoe zij de valutamarkt manipuleren”, zegt de man die pas rond zijn veertigste een carrière in de medische wereld verruilde voor een loopbaan in de politiek. “Zij wilden dat ik zei dat het aan de fundamenten van de Aziatische economieën lag dat onze munten en beurzen daalden. Welke fundamenten? Wij hebben hier de sterkste fundamenten”, zegt Mahathir.

Hij haalt Michel Camdessus aan, de topman van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), die op 17 juni, twee weken voordat de crisis in Zuidoost-Azië begon met de devaluatie van de Thaise baht, tijdens een conferentie in Los Angeles lovend was over de Maleisische economie. “Laat ik het u even woord voor woord voorlezen”, zegt Mahathir met gepast cynisme. Er volgt een lang citaat uit de voordracht van Camdessus waarin de Maleisische autoriteiten een pluim krijgen voor hun financiële beleid. “Dus volgens het IMF, dat zoals u weet nogal gierig is met positieve beoordelingen, kreeg Maleisië, twee weken voor de nog slimmere valuta-speculanten ontdekten dat alles mis was in ons land, hele hoge cijfers voor zijn 'solide financiële systeem'. Camdessus zei dat Maleisië, ik citeer: “De juiste houding heeft die het vertrouwen van de markten volledig rechtvaardigt”. Het is duidelijk dat het IMF lovend is over onze economische fundamenten. Maar blijkbaar was dat allemaal niet genoeg om weerstand te bieden aan de primitieve kudde-instincten van de valutahandelaren en de aandelenbeleggers en het besmettelijke Thaise tom yam-effect.”

Zelfs nu de rust enigszins lijkt weergekeerd op Maleisië's financiële markten weigert de even charismatische als autocratische Mahathir zijn verbale strijd tegen de in zijn ogen ware boosdoeners achter het verval van het Aziatisch wonder op te geven. Om te voorkomen dat de valutahandelaren ook in de toekomst kunnen doorgaan met de “vernietiging van willekeurige economieën”, vecht hij nu voor speciale regels voor de valutamarkt.

“Deze mensen hebben Zuidoost-Azië arm gemaakt. Moeten we dit pikken door simpelweg te zeggen: dit is nu eenmaal de markt, we kunnen er niets aan doen?”, vraagt hij. De wenkbrauwen stijgen verontwaardigd boven zijn brilmontuur uit. Hij buigt voorover, steekt een vinger in de lucht en vervolgt: “In oorlogstijd worden dergelijke profiteurs hard aangepakt. Maar er is hier geen oorlog. Daarom moeten we regels maken voor de valutahandelaren die nu volgens hun eigen regels werken. Ik wil weten wie zij zijn, hoeveel ze verdienen, of ze belasting betalen, en zo ja: aan wie? Als we geen regels maken voor deze wereld van valutahandelaren, waarom moeten we dan nog verder praten over zaken als vrijheid, democratie en mensenrechten?”

Aanvankelijk leek Mahathir alleen te staan in zijn roep om regulering van de valutamarkt, maar voorzichtig begint hij nu enig gehoor te krijgen. “Er zit een kiem van waarheid in wat hij zegt”, zei bijvoorbeeld Fred Bergsten, topman van het gezaghebbende International Economic Institute in Washington gisteren in de International Herald Tribune.

Op 24 en 25 november zal Mahathir zijn eigen plan voor regulering van de valutahandel kunnen voorleggen aan zijn collega-regeringsleiders uit Azië en Noord en Zuid-Amerika tijdens de jaarlijkse top van de Asia Pacific Economic Cooperation (APEC) in het Canadese Vancouver. Ook wil hij daar praten over een speciaal Aziatisch fonds als alternatief voor de fondsen die het IMF nu bijeenbrengt als reddingspakket voor zieltogende economieën als die van Thailand en Indonesië. “Het IMF stelt strenge voorwaarden bij zijn financiële hulp die niet prettig zijn voor de gewone man. Het Aziatische fonds zou dat niet doen; het zou zich moeten richten op het financieel ondersteunen van de bevolking die lijdt onder valuta-devaluaties”, legt hij uit. Waarnemers achten zijn plan echter weinig kansrijk.

Mahathir wil voorkomen dat Maleisië ooit zover moet gaan om bij het IMF, of een eventueel Aziatisch fonds, aan te kloppen voor hulp. “Ik zal binnenkort een plan presenteren waarmee wij verzekeren dat onze economie door ons wordt bestuurd, en niet vatbaar is voor reacties op acties van buitenstaanders.” De details van dat plan, zo belooft hij, volgen snel.

Inmiddels zijn we al bijna een kwartier in gesprek en maant een zenuwachtige voorlichter zijn baas nu echt te stoppen. “Laat ik u nog wel verzekeren dat mijn positie in geen geval in het geding is”, vertelt hij bij het vertrek. Amerikaanse weekbladen als Time en Newsweek suggereerden recentelijk dat Mahathir naar aanleiding van de schade die hij had aangericht onder druk zou opstappen. Zelf wuift hij die suggestie weg. “Vertel uw Amerikaanse collega's maar dat ik steviger dan ooit in mijn stoel zit.” Al wandelend vertelt hij over zijn lievelingsnummer dat in eigen land vaak voor hem wordt gespeeld: 'My Way' van Frank Sinatra. “Ik blijf de mensen uitleggen dat het begint met: “And now, the end is near”. Maar mijn einde is nog lang niet aangebroken.”

'Dr. M', zoals de ongekend populaire premier in eigen land liefkozend wordt genoemd, lacht er hartelijk bij en wandelt door de gangen van Kuala Lumpurs Hilton naar de gereedstaande strech Proton limousine, een van de trotse symbolen van Maleisiës moderne economie zoals die onder zijn bewind tot stand kwam.