Je bent wie je denkt; Menselijk gedrag is sterk geautomatiseerd

Iemand die aan een professor denkt scoort beter bij een spelletje Triviant dan iemand die aan een topmodel denkt. Stereotiepe beelden activeren bijbehorend gedrag.

HET ONBEWUSTE WORDT in de psychologie niet meer beschouwd als een bruisend vat vol primitieve driften. Het is eerder te vergelijken met een intelligent, zelflerend computerprogramma, dat bijhoudt wat we denken, voelen en doen in welke situaties, en onze reacties automatiseert zodat we er geen aandacht meer aan hoeven besteden.

Onlangs ontdekten onderzoekers van de vakgroep Sociale Psychologie van de Katholieke Universiteit Nijmegen hoe dit 'onbewuste' te gebruiken is om een spelletje Triviant te winnen. In een reeks experimenten lieten A. Dijksterhuis en A. van Knippenberg hun deelnemers steeds tussen de 20 en 60 tot meerkeuzevragen omgewerkte Triviant-vragen beantwoorden. Even daarvoor was aan de ene helft van de deelnemers gevraagd over een typische professor na te denken en alles op te schrijven wat ze dachten over diens gedrag, uiterlijk en manier van doen. De andere helft had hetzelfde gedaan over een secretaresse. De deelnemers vermoedden geen verband tussen deze taak en de kennisvragen. Toch bleek telkens dat de mensen die over een professor hadden nagedacht meer vragen correct beantwoordden dan de mensen uit de secretaresse-groep. Hoe langer de deelnemers vooraf over een professor hadden nagedacht, des te meer vragen ze goed hadden.

De verklaring die de onderzoekers voor dit verschijnsel aandragen, is gebaseerd op enkele ideeën over de manier waarop de menselijke hersenen informatie verwerken. Ten eerste veronderstellen de onderzoekers dat gedragsneigingen op een vergelijkbare manier worden opgeslagen als gedachten en gevoelens. Hoe dat opslaan neurologisch precies in zijn werk gaat, is een vraag die sociaal-psychologen graag omzeilen door alles wat opgeslagen is aan te duiden als mentale representatie. Die kan geactiveerd worden, waardoor de inhoud toegankelijk wordt. Deze activering hoeft niet bewust te gebeuren. De representatie 'abrikozen' kan geactiveerd worden doordat iemand geconcentreerd aan abrikozen zit te denken, maar ook bijvoorbeeld doordat iemand langs een bord met de tekst 'Abrikozen Drie Gulden Het Pond' loopt, dat hij niet bewust registreert. Het idee is verder dat geactiveerde mentale representaties automatisch andere representaties activeren met een gerelateerde inhoud, zoals 'abrikozenjam' en 'oranje'. Geactiveerde representaties zitten, als het ware, vooraan in je hoofd. Iemand bij wie de representatie 'abrikozen' geactiveerd is, en aan wie gevraagd wordt een vrucht te noemen met beginletter A, zal geneigd zijn aan abrikozen te denken.

Op dezelfde manier kan de mentale representatie van een gedragsneiging 'vooraan zitten', zodat dat gedrag optreedt zodra de mogelijkheid zich voordoet. Volgens de Nijmeegse onderzoekers is dàt een verklaring voor wat er gebeurde in het Triviant-onderzoek: het denken aan professoren activeerde 'professoren-gedrag'.

IDEOMOTOR GEDRAG

Gedrag dat onbewust door een waarneming (via een geactiveerde mentale representatie) wordt opgeroepen - dus zonder dat de persoon in kwestie bewust besluit dat gedrag te vertonen - wordt 'ideomotor gedrag' genoemd. Het bestaan hiervan was al eerder aangetoond, onder anderen door onderzoekers van New York University (J. Bargh, M. Chen en L. Burrows). In een van hun onderzoeken, in 1996 gepubliceerd in het Journal of Personality and Social Psychology, lieten zij mensen de woorden van door elkaar gehusselde zinnen in de juiste volgorde zetten, een zogeheten scrambled sentence-taak. Bij sommige deelnemers bevatten de zinnen woorden als 'onbeleefd' en 'lomp', bij anderen waren deze vervangen door woorden als 'geduldig' en 'beleefd'. Zo'n taak is een van de standaardmethodes om een bepaalde mentale representatie te activeren of, met een anglicisme, te 'primen'. Als de deelnemers klaar waren moesten ze de onderzoeker om de volgende taak vragen. Die was dan steeds druk in gesprek en maakte geen aanstalten dit te onderbreken. Het bleek dat de deelnemers in de 'onbeleefd'-groep, het gesprek vaker en sneller onderbraken dan de deelnemers uit de 'geduldig'-groep. Het gedrag van de deelnemers kwam dus overeen met de woorden die ze net in de taak gebruikt hadden: activering van de begrippen 'onbeleefd' en 'geduldig' activeerde de gedragsneigingen 'onbeleefd of geduldig doen'.

Deze ideomotor-effecten zijn aangetoond voor zeer uiteenlopende soorten gedrag. In een ander onderzoek gingen deelnemers bijvoorbeeld langzamer lopen na een 'scrambled sentence'-taak met woorden die met oude mensen te maken hebben, zoals 'rimpel' en 'grijs'. In geen van deze onderzoeken waren de deelnemers zich bewust van enige invloed van de woorden van die taak.

Het is overigens nog een hele stap van activering van het begrip 'professoren' naar het correct beantwoorden van moeilijke kennisvragen. Hiervoor is een extra aanname nodig, namelijk dat mentale representaties hiërarchisch georganiseerd zijn, zodat geactiveerde abstracte begrippen de onderliggende concrete gevallen activeren. Dus: activering van 'professor' activeert de mentale representatie 'intelligent', waardoor de gedragsneiging 'je intelligent gedragen' geactiveerd wordt. Daaronder vallen dan weer specifieke gedragsneigingen als 'systematisch nadenken' en 'je concentreren'. Waarschijnlijk beantwoordden de mensen die over professoren hadden nagedacht zoveel vragen goed, doordat deze specifieke gedragsneigingen indirect geactiveerd werden. Overigens moeten de precieze neurologischeachtergronden van deze theorie over elkaar activerende mentale representaties nog worden onderzocht.

Wie nu naar aanleiding van het onderzoek probeert zijn familieleden te imponeren door een half uur lang aan Einstein te denken voordat Per Seconde Wijzer begint, komt bedrogen uit. Nog ongepubliceerd vervolgonderzoek van de Nijmeegse psychologen, in samenwerking met collega's van de Universiteit van Amsterdam (R. Spears, T. Postmes, D. Stapel en W. Koomen) laat zien dat het effect omkeert wanneer je aan specifieke personen denkt, in plaats van aan het algemene stereotype. Mensen die over professoren hadden nagedacht beantwoordden weliswaar meer vragen goed dan de mensen die over topmodellen hadden nagedacht (die volgens het stereotiepe idee dom zijn), maar mensen die aan Albert Einstein hadden gedacht presteerden weer veel minder goed dan mensen die aan topmodel Claudia Schiffer hadden gedacht. Volgens de onderzoekers komt dat doordat mensen geneigd zijn zich spontaan, en niet altijd bewust, met anderen te vergelijken. Wie aan Einstein denkt, komt dan tot de slotsom 'zo knap ben ik niet', waardoor juist de representatie 'dom' geactiveerd wordt. Dan kun je beter aan Claudia Schiffer denken: daardoor wordt, via het idee 'zo dom ben ik niet', het begrip 'intelligent' geactiveerd.

STEREOTIEP BEELD

De onderzoeksresultaten leiden tot de conclusie dat veel meer van ons gedrag geautomatiseerd is dan we denken, en misschien zouden willen. Stel dat het stereotiepe beeld van Nederlanders over Marokkanen inhoudt dat die laatsten agressief zijn. Dat zou ertoe leiden dat Nederlanders geneigd zijn zich agressief te gedragen tegenover Marokkanen, eenvoudigweg doordat door hun aanwezigheid het begrip 'agressief' wordt geactiveerd. Het idee dat Marokkanen agressief zijn, wordt dan via een self-fulfilling prophecy in stand gehouden: Nederlanders gedragen zich, onbewust, agressief tegen Marokkanen, die daarop agressief reageren en zo het Nederlandse beeld over Marokkanen bevestigen. De Nijmeegse onderzoekers hebben gelukkig al één manier ontdekt waarop mensen kunnen voorkomen dat gedragsneigingen geactiveerd worden door wat er ook maar in de omgeving te zien of te horen valt. Wanneer mensen hun aandacht sterk op zichzelf richten - in sociaal-psychologisch onderzoek wordt dat meestal bereikt door ze voor een spiegel te laten plaatsnemen - zijn ze minder gevoelig voor externe invloeden en richten ze zich meer op hun eigen doelen, waarden en normen. Iemand die een spelletje Triviant wil winnen door vooraf aan professoren te denken, zal dus van een koude kermis thuiskomen als hij aan de speeltafel toevallig tegenover een spiegel zit.

    • Ellen de Bruin