Internationale niet-winkel dag: een dag de knip dicht

Eén dag de portemonnee dichthouden, dat is alles wat er van de consument wordt verlangd. Op zaterdag 29 november is het internationale Niet-Winkeldag. Kleine actiegroepen over de hele wereld, ook in Nederland, protesteren dan in de buurt van winkelcentra op een ludieke manier tegen de overconsumptie.

'Buy Nothing Day' is in 1992 ontstaan in Canada. De initiatiefnemer, Ted Dave, ergerde zich aan de toenemende invloed van reclame op het dagelijks leven en het onvermogen van mensen zich te vermaken zonder geld uit te geven. 'Geluk is niet te koop', luidde zijn boodschap, en via Internet deed hij een oproep voor een wereldwijde consumentenstaking.

Grassroots-organisaties in de Verenigde Staten, Engeland en Ierland, kleine geëngageerde groeperingen die aktie voeren voor het milieu, vrede en ontwikkelingssamenwerking, namen het idee als eerste over. Maar ook grotere bewegingen, zoals Friends of the Earth, een Engelse zusterorganisatie van Milieudefensie, zijn bij de campagne betrokken. De belangstelling voor internationale Niet-Winkeldag groeit. Vorig jaar sloten groepen in Australië, Nieuw-Zeeland en Zweden zich aan en dit jaar doen ook België en Noorwegen mee.

Omslag, een 'werkplaats voor duurzame ontwikkeling' in Sint-Michielsgestel, introduceerde het fenomeen in 1995 in Nederland. Eén van de eerste doelwitten was het Utrechtse winkelcentrum Hoog-Catherijne, de 'tempel' van de overconsumptie. In voorgaande jaren stelden de actievoerders 'koopvrije zones' in, waarin ze vanuit luie stoelen spelletjes speelden, en leidden steltlopers consumenten als marionetten aan touwtjes naar de winkels. Met name jongeren en kerkelijke organisaties tonen interesse. Dit jaar zijn in totaal tussen de honderd en tweehonderd mensen in zeker veertien steden betrokken bij de voorbereidingen. Politiek cartoonist Len Munnik tekende een wervende poster met de oproep 'Doe mee door niet mee te doen'. De campagne wordt financieel gesteund door de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO) in Amsterdam.

Niet-Winkeldag is vooral symbolisch bedoeld. Consumenten in het rijke westen wordt gevraagd één dag per jaar niet te winkelen. Op die dag zouden zij zich moeten bezinnen op de kloof tussen arm en rijk en de gevolgen van de overconsumptie voor het milieu. In de praktijk komt dat neer op een variëteit aan speelse aktiviteiten, verspreid over heel Nederland.

In Hilversum kan het publiek zich bijvoorbeeld amuseren met straattheater, in Nijmegen kunnen de 'stakers' deelnemen aan speciale stads- en natuurwandelingen, in Wageningen zingen koren liedjes over bewust consumeren en in Nijmegen delen organisatoren (gratis) 'doosjes geluk' uit en wordt er ganzebord gespeeld op straat. In Leeuwarden kunnen bezoekers vijf levensgrote 'cadeaus tussen geld en geest' van binnen bekijken, paviljoens met informatie over 'consuminderen'

In de Verenigde Staten en Canada heeft Niet-Winkeldag niet zo'n ludiek karakter. Om een groot publiek te bereiken, geven de aktievoerders daar de voorkeur aan reclamespotjes op televisie en demonstraties bij winkels.Omslag benadrukt echter dat Niet-Winkeldag niet gericht is tegen winkeliers. Een Natuurvoedingswinkel in Leeuwarden, een Wereldwinkel in Groningen en een boekhandel in Nijmegen steunen de aktie zelfs door op die dag hun deuren te sluiten. Maar de meeste ondernemers lopen niet echt warm voor een consumentenstaking in het laatste weekeinde voor Sinterklaas.