In Italië gelooft niemand meer in Silvio Berlusconi

Morgen zijn in Italië lokale verkiezingen. Die zullen naar verwachting in ieder geval een grote verliezer opleveren: Silvio Berlusconi.

ROME, 15 NOV. Silvio Berlusconi ziet zich gedwongen om zo vaak te roepen dat hij de leider van de rechtse oppositie is en zal blijven, dat veel Italianen zich afvragen of hij het weekeinde wel overleeft. Morgen is de eerste ronde van lokale verkiezingen in een aantal grote steden als Rome, Napels en Venetië. Rechts staat zwaar op verlies, en nu al worden de messen geslepen. Want Berlusconi wordt bij voorbaat aangewezen als de hoofdschuldige. De mediamagnaat en ondernemer die daadkracht beloofde toen hij 3 jaar geleden de politiek in ging, heeft zich in anderhalf jaar oppositie voeren laten kennen als besluiteloos, monomaan en, verrassend genoeg voor zijn vijanden, kleurloos.

Berlusconi zwalkt op en neer tussen een frontale aanval op het kabinet en wat hij noemt een verantwoordelijke opstelling die moet meehelpen Italië binnen de Economische en Monetaire Unie te brengen. Hoewel het bezuinigingsbeleid van het kabinet materiaal genoeg biedt, slaagt hij er met zijn interventies binnen en buiten de Kamer van Afgevaardigden nauwelijks in de aandacht te trekken. Als hij dat toch doet, is het meteen verdacht, want dan gaat het over de justitie, een thema waar Berlusconi als verdachte in een aantal corruptiezaken persoonlijk bij betrokken is.

Berlusconi heeft zelf toegegeven dat zijn positie onder druk staat. Toen vorige maand door ruzie tussen het centrum-linkse kabinet en de communisten sprake was van vervroegde verkiezingen, zei hij dat hij niet zelf de kandidaat-premier van rechts zou zijn. Hij verwees naar Massimo D'Alema, de leider van de Democratische Partij van Links, de grootste partij in de coalitie. D'Alema is bewust buiten het kabinet gebleven, om zijn handen vrij te houden. Maar het ontbreken van enig protest onder Berlusconi's bondgenoten laat zien dat dezen al lang blij waren van dit probleem verlost te zijn.

De partijen rondom Berlusconi's partij Forza Italia staan voor een dilemma. Berlusconi heeft geld en commerciële tv-zenders. Maar hij is besmet: door zijn problemen met de justitie, en door zijn nog steeds niet opgeloste belangenverstrengeling.

De kleine christen-democratische partijtjes die met Forza Italia samenwerken, zijn bang dat zij niet voldoende kracht hebben om na een breuk met Berlusconi op eigen benen verder te gaan. En de Nationale Alliantie, de voormalige neofascisten, realiseren zich dat de band met Berlusconi een garantie betekent tegen politiek isolement, zolang partijleider Gianfranco Fini tenminste niet iedereen ervan heeft kunnen overtuigen dat de partij haar verleden definitief achter zich heeft gelaten.

Daarom is het rechtse blok nog intact, in ieder geval naar buiten toe. Maar na zondag kan dat veranderen. Toen hij begin 1994 zijn partij Forza Italia oprichtte, had Berlusconi een aantal grote namen om zich heen verzameld. Nu heeft rechts moeite om geschikte kandidaten te vinden: in Venetië was het pas de dertiende man die werd gepolst, die 'ja' zei. De linkse burgemeesters van Rome, Napels en Venetië hebben een betere staat van dienst dan hun voorgangers, maar dat is niet de enige verklaring. Een aantal potentiële kandidaten voelde er niet voor zich te verbinden aan Forza Italia. Alleen waar rechtse kandidaten sterk steunen op de Nationale Alliantie, zoals in de Zuiditaliaanse havenstad Brindisi, maken zij een kans.

Berlusconi zegt dat hij het slachtoffer is van de linkse voorkeuren van de media en daarom niet goed uit de verf komt. “Ik weet niet meer wat ik moet doen, zei hij Canale 5, een van zijn drie tv-zenders. “Misschien moet ik een mitrailleur pakken en de bergen ingaan om zo oppositie te voeren”.

Maar ook in Berlusconi als partizaan gelooft niemand. De desillusie blijkt uit de voorspellingen. Verwacht wordt dat in Rome en Napels de zittende linkse burgemeesters, Francesco Rutelli en Antonio Bassolini, in één keer de absolute meerderheid halen. In dat geval zou geen tweede ronde nodig, en dat zou een schrijnend symbool zijn voor de onmacht van de rechtse oppositie.

    • Marc Leijendekker