'Ik wil erbij zijn tot de knop omgaat'

De tijd dat Ria Bremer het over wratten en de griepprik had ligt ver achter ons. In de zeventiende jaargang van haar Vinger aan de Pols balanceert ze op het randje van emotietelevisie.

In de eerste aflevering van een nieuwe serie Vinger aan de Pols was afgelopen dinsdag een hevig ge- emotioneerde moeder te zien. Zij vertelde over haar zoontje dat aan taaislijmziekte lijdt. Ze weet dat hij zal sterven voordat hij volwassen wordt. “Maar eigenlijk kunnen we hem helemaal niet missen”, zei ze, door haar tranen heen. Op de gang zagen we later het blonde knulletje uitgelaten heen en weer rennen.

Ook de beelden van een man die in een latere aflevering zijn 'gezonde' baby aan zijn zwaar geestelijk en lichamelijk gehandicapte dochtertje kindje toont, zijn hartverscheurend. “Ik hou zoveel van je”, wiegt de vader zijn gehandicapte lieveling. Hij vond dat zij het eerste recht had haar nieuwe broertje te zien. Nog voor de moeder.

Misschien lijkt haar Vinger aan de Pols daarmee steeds meer op emotietelevisie, zegt Ria Bremer. Ze bestrijdt ook niet dat het programma daar soms wat elementen van leent. Als maar duidelijk is, dat het daarbij blijft. “Er komen niet alléén maar emoties los”, zegt ze beslist. “Er zit een verhaal onder. Dat is wel degelijk een groot verschil.”

De interesse voor het menselijke verhaal achter de kwaal werd bij Bremer geleidelijk gewekt. “Vanaf het moment dat ik op televisie steeds meer groene kappen boven operatiewonden zag hangen, wilde ik wel weer eens iets anders gaan doen. Toen kwam ik er achter dat mensen vaak heel boeiend over hun medische problemen kunnen vertellen. Die verhalen zijn heel herkenbaar voor mensen die in datzelfde circuit rondlopen. Vooral voor hen maak ik nu het programma.”

Haar nieuwste geesteskind gaat over ethische en morele dilemma's bij het kinderen krijgen. Daartoe volgde Bremer drie jaar lang twaalf echtparen met een hevige kinderwens maar een groot probleem om die vervuld te krijgen. Het gaat in alle gevallen om zogeheten risico-zwangerschappen.

Aan de orde komen vragen als: hoe ga je om met het risico dat je een ernstig gehandicapt kind krijgt; kan een echtpaar waarvan de man een dwarslaesie heeft nog kinderen krijgen; en hoe verwerkt een echtpaar het verlies van hun vierde doodgeboren kindje op rij. Daarbij wordt getoond hoe ver de techniek is gevorderd om echtparen als deze ter wille te zijn.

Het heeft heftige televisie opgeleverd, niet alleen door de emoties die de kijker op de televisie ziet loskomen bij de gefilmde echtparen. De serie is ook openhartig in het tonen van de behandelingswijzen en gunt hier en daar een intiem inkijkje in het lichaam van hen die er aan bloot staan. Letterlijk.

Zo wordt gedemonstreerd hoe bij een man met een dwarslaesie zaad gewonnen wordt voor een reageerbuisbevruchting. Het wordt de kijker niet onthouden dat daarvoor via de anus de zaadproductie gestimuleerd moet worden, en dat later het zaad via de blaas door de penis naar buiten wordt gedrukt.

Ook zien we in beeld de pijn die een vrouw lijdt wier eicellen worden weggezogen voor een reageerbuisbevruchting.

Het lijkt alsof Bremer ook daarin een stapje verder gaat, dan ze tot nu toe deed.

Zelf vindt ze van niet. Als beelden een functie hebben, mogen ze getoond worden, vindt ze. “In dit programma heb ik naar boven proberen te halen wat toch die veelbesproken kinderwens is. Is dat een oergevoel, dat ingebakken zit in de mens? Als je die vraag wilt beantwoorden moet je óók tonen hoever mensen daarin willen en kunnen gaan. Maar ook in mijn andere programma's heb ik altijd op het standpunt gestaan dat er geen taboes zijn. Dat geldt zowel voor bloed als erectiestoornissen. Ik pretendeer dat je van mijn programma's iets opsteekt. Als je dát als doel hebt, kan je ver gaan.”

Ze zegt dat ze in die analogie het ook best zou aandurven een programma over versterving te maken. “Ik volg al zes jaar een jongetje met een spierziekte, waarvan we zeker weten dat hij zal komen te overlijden. Ik heb gevraagd of ik hem op het allerlaatste moment zou mogen filmen. Ik wil erbij zijn tot de knop omgaat. Maar ik heb wél met mezelf de afspraak gemaakt, dat ik er dan niet bovenop ga staan. Ik hoef de spasmes die hij krijgt niet te zien, ik wil de mensen niet bang maken. Maar wél dat ze weten hoe het allemaal functioneert.”

Inmiddels heeft ze met die aanpak de grenzen van haar schaamte leren verkennen. “Tijdens het filmen van de man met de dwarslaesie heb ik me enorm gegeneerd gevoeld. Maar vreemd genoeg is hij het toen juist geweest die me over de streep getrokken heeft. Hij heeft me ervan overtuigd dat ik het móest filmen, omdat hij het zo belangrijk vond om aan andere mensen met hetzelfde probleem te laten zien hoe het werkt.”

Toch kan ook weer niet alles. Een close up van een doodgeboren kindje van 20 weken, knipte ze eruit. En dat terwijl ze zich ervan bewust was, dat dat in medisch opzicht een hele bijzondere opname was.

“Je ziet het kindje in de documentaire al in de armen van de moeder liggen, je ziet het opzij liggen, je ziet de vader er een foto maken, je ziet het verdriet. Ik voelde dat dat wel genoeg was.”

De documentairereeks heeft daarmee meer in haar losgemaakt dan al haar vorige uitzendingen bij elkaar. Ze zegt zich er voor het eerst in haar carrière van bewust te zijn geworden dat niet alle vooruitgang in de medische wetenschap per definitie goed is.

“Juist door alle bekendheid die aan al die geavanceerde technieken om kinderen te krijgen gegeven wordt, gaan mensen onbewust denken dat alles maar oplosbaar is. Daar komt volgens mij voor een groot gedeelte ook het uitstellen van zwangerschappen vandaan en de teleurstelling als het dan mislukt. Mensen denken, er is zoveel mogelijk, dat lukt wel. Ik denk dat juist daardoor kinderloosheid steeds minder geaccepteerd wordt.

“Omdat ik zelf ook heb meegedaan aan het tonen van al die technieken, zie ik dit programma als een bezinning. Ik probeer er ook een beetje in door te laten klinken dat we in de voortplantingsgeneeskunde de grenzen misschien maar eens terug moeten verleggen. Want ondanks dat we bezig zijn een achtcellig embryo te opereren en nog geavanceerdere technieken te bedenken, weten we bijvoorbeeld nog steeds niet waarom een bevruchte eicel zich in de baarmoeder eigenlijk maar zo moeilijk innestelt. Dan denk ik, laten we dat eerst eens uitzoeken.”

    • Japke-d. Bouma