Herfst (4)

Op een ijzig heldere dag in november, twee jaar geleden, stierf Theuntje Döderlein de Win-van der Wal; mijn moeder. Een ongeneeslijke spierziekte veranderde haar langzaam maar genadeloos van gedecideerde mannequin in een hulpbehoevend nijlpaard en daarna, bij wijze van afsluitende transformatie, in een uitgeteerd vogeltje.

Een half jaar voor haar dood brak ik, cerebraal als ik ben, uit solidariteit een cruciaal botje in mijn voet en, omdat haar lijden niet ophield, drie maanden later nog een pols.

Zes maanden leed ik zonder dat ze het wist met haar mee. Toen ik ten slotte samen met mijn gade, vader en broer de kist verticaal uit het ouderlijk huis tilde, ging ik bijna van mijn stokje. Een dag na de crematie zat ik aan de linkerkant van teen tot elleboog in het gips. Wat je noemt een vroege witte kerst.

Zeker, zeker, tijd heelt alle wonden, de herfst echter niet. Het seizoen staat voor mij in het teken van Gerrit Krols poëtische notitie November:

'Er dringen geen geluiden door;

het park staat in de regen.

Er komt vermoedelijk een vlek

waar het meisje heeft gelegen'.

Een vlek als afdruk, droge plek op een parkeerplaats waar iemand voor altijd is weggereden.

    • Peter Yvon de Vries