Haagse Harry loopt tegenwoordig ook domme meters

Harry van der Laan is met zeventien treffers topscorer in het betaalde voetbal. De 33-jarige spits van Cambuur Leeuwarden voelt zich niet te oud om veel te scoren. “Ik heb mijn plekje gevonden. Ik ben fitter dan vijf jaar geleden.”

LEEUWARDEN, 15 NOV. Hij heeft het mooi gezegd, vindt Harry van der Laan. Op het voetbalveld voelt hij “een innerlijke rust”. De aanvaller van Cambuur zit nergens meer mee. “Als er iets mislukt, doe ik het gewoon nog een keer. Ik weet nu exact wat ik kan en wat ik niet kan. Ik ben volgroeid. Dit is wat ik te bieden heb.”

Hij heeft tot nu toe zeventien doelpunten gemaakt, hoewel de competitie in de eerste divisie nog niet eens op de helft is. Van der Laan rekent voor dat hij op 41 treffers zal uitkomen, als hij in hetzelfde tempo doorgaat met scoren. “Ik doe geen voorspellingen. Het moet je overkomen. Je moet er niet naar zoeken. Eén blessure en het is over. Maar als ik fit blijf, worden het veel doelpunten. Dát weet ik zeker.”

Vorig seizoen, zijn eerste bij Cambuur, was hij meestal niet fit en maakte hij slechts zeven goals. “Anders waren we gepromoveerd. En dan had ik er echt geen dertig hoeven maken, twintig was al genoeg geweest. Dat is heel jammer. Nu hebben we de pech dat AZ zo sterk is.”

In de voorbereiding werd Van der Laan deze zomer uit nood als midvoor opgesteld. “Marinus Dijkhuizen raakte geblesseerd. Ik zou eigenlijk achter hem komen te spelen. Dat is altijd mijn positie geweest, of ergens aan de zijkant. Maar nu ben ik voor het eerst een pure centrumspits. Ja, ik heb mijn plekje gevonden.”

De 33-jarige Van der Laan geldt in voetbalkringen als een veteraan. “De ene speler is met 28 oud, de ander met 38. Maar ik ben fitter dan vijf jaar geleden. Ik hoef ook niet meer zoals vroeger mijn momenten uit te zoeken. Ik kan nu ook domme meters lopen. Ik voelde dit seizoen al snel dat het goed zat. Zo extreem als nu had ik natuurlijk niet verwacht. Ik begrijp wel dat mijn leeftijd een struikelblok is voor veel clubs.”

De zelfverzekerde sportman weet zeker dat hij ook op een hoger niveau succesvol kan zijn. “Mijn kracht is altijd het rendement geweest.” In 262 competitiewedstrijden maakte hij 157 doelpunten. “Laatst zag ik in een boek dat ik met dat gemiddelde tweede ben in Nederland. Alleen John Bosman staat voor me.” Van der Laan heeft een duidelijke voorkeur voor een club in de eredivisie. “FC Utrecht, absoluut. Daar heb ik altijd willen spelen. Ik zou graag dat driehoekje willen volmaken: Den Haag, Rotterdam, Utrecht.”

Hij speelde voor FC Den Haag én voor Feyenoord. Met zijn transfer naar de Rotterdamse club ging in 1990 een jongensdroom in vervulling. “Als Gouwenaar woonde ik op twintig kilometer van het stadion en kwam ik uit een echt Feyenoord-buurtje: Korte Akker.” Hij hield het slechts een jaar vol bij Feyenoord. “Ik heb de fout gemaakt om te snel het bijltje erbij neer te gooien. Het seizoen was niet zo soepel verlopen. Toen Den Haag me terug wilde hebben, was het binnen een week geregeld. Feyenoord vond het goed, de club had geldgebrek. Achteraf had ik beter mijn contract, dat nog twee jaar doorliep, kunnen uitdienen.”

Toch bewaart hij mooie herinneringen aan het voetballen in De Kuip. “Een geweldig stadion. Het Nederlands elftal hoort daar gewoon al zijn wedstrijden te spelen. De Arena is geen echt voetbalstadion. Het lijkt wel of de sfeer die daar hangt niet echt is, met die achterlijke galm. Ik heb er de wedstrijd om de Supercup gezien. Het is een mooi gebouw voor popconcerten, voor Michael Jackson.”

Volgens Van der Laan verdient De Kuip een betere bespeler. “Er is bij Feyenoord duidelijk verkeerd gescout. Wat heb je nou aan al die Zuid-Amerikanen? De supporters zouden kritischer moeten zijn. Ze zijn te snel tevreden. Als je bij Feyenoord hard werkt, is het al snel goed. Met dat stadion en die achterban moeten hogere eisen worden gesteld. Als Feyenoord een elftal als Ajax zou hebben, kun je een extra ring op De Kuip zetten. Dan zouden er elke zondag 100.000 mensen zitten. Maar op deze manier kom je nooit verder en blijf je in de strijd met Ajax het Lulletje Rozenwater.”

FC Den Haag was Van der Laans eerste profclub. Hij speelde in totaal zes seizoenen in het Zuiderpark. Daarom beschouwen veel mensen hem als Hagenaar. Van der Laan: “Er hangen ook weleens spandoeken waarop 'Haagse Harry' geschreven stond. Ik vind het prima om voor een Hagenees door te gaan. Ben ik best wel trots op. Het is toch even wat anders dan een boerenlul uit Osdorp.”

Hij maakte meer dan honderd doelpunten voor de Haagse profclub. Toch heeft Van der Laan een slechte verhouding met een deel van de aanhang in het Zuiderpark. Zoals hij onlangs mocht ervaren tijdens een uitwedstrijd met Cambuur. “Ik ben negentig minuten lang uitgescholden. En dat ging verder dan een griepje. Ze haten me. Ik ben misschien, hoe zeg je dat, te geciviliseerd voor ze. Ik heb ook nooit na een uitwedstrijd de meegereisde supporters willen bedanken als ze net de boel weer kort en klein hadden geslagen. Daar begon ik echt niet aan.”

In Leeuwarden is hij veel populairder. “Ook vorig seizoen hebben ze me nooit uitgejouwd. En ik ben juist een beetje afstandelijk en wantrouwend tegen de mensen. Dat komt voort uit de dingen die ik destijds bij Den Haag heb meegemaakt. De trainer moet mij er ook altijd op wijzen dat ik na afloop nog even naar de supporters loop.”

Van der Laan zou na dit seizoen graag bij Cambuur willen blijven, hoewel veel mensen zich afvragen of hij geen hekel heeft aan de hotelnachten in Leeuwarden. “Ik heb er geen problemen mee. Ik ben altijd een Einzelgänger geweest. Het is hier fantastisch, mijn kamer wordt elke dag opgeruimd, mijn eten staat klaar en mijn was wordt gedaan. Ik leef als een vorst. Wat wil je nog meer? Als ik bij mijn ouders ben, zeg ik altijd dat ik weer naar huis ga.”

Harry van der Laan ziet het spelen bij Cambuur als “een soort buitenlands avontuur”. Maar hij zou ook weleens echt de grens over willen. Een Spaanse club heeft al voorzichtig naar hem geïnformeerd. “Het is onzin als ik zou beweren nog een jaartje bij Atlético Madrid te willen spelen. Maar onder de top kunnen ploegen best zo'n slim ventje als ik gebruiken.”