Guppies zeggen blub

ZE IS NOG in opleiding voor juf maar het onderwijstoontje heeft ze al volledig onder de knie. Vierdejaars Pabo-studente Estelle springt van het podium en loopt met de microfoon de congreszaal in waar een paar honderd leerkrachten bijeen zijn voor de landelijke onderwijsdag Weer samen Naar School.

Tegen de een zegt Estelle zalvend: “Jij zit gelukkig al netjes met je armen over elkaar.” Tegen een ander wat zeurderig: “Hé, jij weet zeker niet hoe het moet?” En overdreven bewonderend tegen een derde: “Heb jij nieuwe sokken? Oh, wat zijn ze mooi! Laat ze maar eens aan de anderen zien.” De congresgangster doet gewillig haar rechterbeen omhoog.

Met nog zes andere Pabo-studenten maakt Estelle deel uit van cabaretgroep Framboos, die onder de bezielende leiding staat van Arie de Bruin, pedagogiedocent van de Ichtus Hogeschool in Rotterdam. Framboos treedt een tot twee keer per week op met een cabaretprogramma over de vrolijke en minder vrolijke kanten van het leven op de basisschool. De groep wordt ingehuurd ter opluistering van ouderavonden en schoolfeesten en ter ontspanning op congressen. Tussen de lezing van de professor en de workshops door zorgt Framboos voor verstrooiing èn reflectie, want het is cabaret dus heeft het ook een boodschap. Laverend tussen studie en tentamens door reizen de groepsleden in een busje het hele land door, maar als ze een week niet optreden missen ze Framboos. Tweedejaars Pabo-studente Evelyne, nu bijna een jaar bij de groep, vindt het niet zo'n probleem dat ze na het optreden op het congres nog dezelfde middag twee tentamens moet maken. “Het is wel ontspannend na een hele week leren”, zegt ze. Leanne, derdejaars student vindt het veelvuldig optreden en het reizen van hot naar her soms wel een belasting. “Maar ja”, zegt ze, “een ander gaat twee keer per week volleyballen”.

In onderwijskringen is Framboos langzamerhand een begrip geworden. Bijna vijftien jaar geleden maakte Arie de Bruin voor het zeventigjarig bestaan van de toenmalige kleuterleidstersopleiding met een aantal studenten een cabaretprogramma en sindsdien is hij niet meer opgehouden. Waren het in de begintijd vooral luchtige liedjes die Framboos ten beste gaf, de laatste jaren is het programma wat actueler en confronterender geworden. Het gaat over allochtone leerlingen, kinderporno op internet, Sarajevo, computers in de klas en leerlingen die ondanks het feit dat ze niet goed mee kunnen komen toch binnenboord gehouden moeten worden. “We hebben het over de schrijnende, moeilijke en leuke kanten van het onderwijs”, vat De Bruin samen. Zoals in de sketch van derdejaars Pabo-studente Debora die de minderbegaafde Kelly speelt en een spreekbeurt over dieren houdt: “Je hebt poezen, je hebt honden, je hebt cavia's,je hebt vissen”, leest ze stuntelig van een briefje op. “Dieren zijn leuker dan mensen en guppies zijn het leukst, want die zeggen alleen blub.” De Bruin complimenteert haar in de rol van meester: “Je hebt er wel veel werk van gemaakt, Kelly. We gaan je samen een cijfer geven.” En goed getimed tegen de zaal: “Het is van een onthutsende eenvoud.”

Ieder jaar maakt regisseur De Bruin samen met de steeds wisselende groep studenten nieuwe sketches en liedjes die worden uitgetest op de bevolking van de Ichtus Hogeschool. “Maar we putten ook uit oud repertoire om de voorstelling te laten aansluiten bij het publiek in de zaal.” Op een ouderavond krijgen zeurende vaders en moeders een spiegel voorgehouden, en als het onderwerp Weer Samen Naar School centraal staat, zoals vandaag, ziet de zaal vol leerkrachten een stelletje zwakbegaafde, autistische en agressieve leerlingen met petten, afgeplakte brillen en messen op het toneel verschijnen, terwijl De Bruin al tokkelend op zijn gitaar het refrein zingt: “Maar de meester en de juf hebben ook een kwaal, ze gedragen zich normaal en dat is heel speciaal.” Toen Framboos dit nummer op een mytylschool speelde, waren de ouders laaiend enthouasiast. In de loop der jaren heeft De Bruin ontdekt hoe je door de spanning op te bouwen ook heel gevoelige onderwerpen kunt neerzetten. “Zoals het liedje over Kareltje die kanker heeft. Het is een kwetsbaar maar ook een leuk nummer en je merkt dat de mensen die er mee te maken hebben heel blij zijn dat je zoiets aansnijdt. Dat komen ze je na de voorstelling vertellen.”

Uit hun stages putten de studenten onderwerpen en woordgrapjes van kinderen die ze gebruiken voor het programma van Framboos. Ze kijken nog fris tegen de onderwijspraktijk aan en zien daardoor dingen die de oude rotten in het vak niet meer opvallen. “Doordat wij die rollen spelen kijken we ook veel beter naar de kinderen, naar leerkrachten en ouders”, zegt derdejaars student Laurens. “En door het vele optreden voel je je ook veel vrijer voor de klas.” De andere leden van de cabaretgroep bevestigen zijn analyse. Ze durven meer met de kinderen, zoals het rappend opzeggen van de tafels van vermenigvuldiging, wat ze ook in hun programma met het liedje Éénmaal acht doen. Derdejaars student Kevin: “Je ontwikkelt een soort intuïtie voor de spanning in de zaal. Je voelt het als die er is. En dat heb je ook in de klas. Als kinderen een hele tijd intensief hebben zitten werken, wissel je dat even af met een liedje of een spelletje.” Dat betekent niet dat de Pabo-studenten elke rol even makkelijk vinden. Het duurde wel even voordat hij in de huid van een foute, Rotterdamse vader met veel kapsones was gekropen, moet Kevin toegeven. En ook Leanne had het aanvankelijk niet makkelijk met de rol van mongool. “Ik was bang dat het publiek het niet zou begrijpen en dat ik kinderen voor gek zou zetten”, zegt ze.

Niet iedereen kan zomaar bij cabaretgroep Framboos komen. Er wordt een echte auditie georganiseerd onder de Pabo-studenten van Ichtus. De aspirantleden maken zelf een sketch en voeren deze op. “We moeten een beetje verschillende types hebben”, zegt De Bruin. “En wat muzikaal gevoel is ook wel handig.” Maar uiteindelijk gaat het om de uitstraling vindt hij: “Welke taal kan iemand spreken zonder woorden te gebruiken.”

Estelle twijfelde ooit tussen de kleinkunstacademie en de Pabo, maar heeft bij Framboos haar plek gevonden. “Ik denk dat ik, als ik een leuk schoolteam terecht kom, wel iets zal gaan opzetten.” Laurens heeft ontdekt dat zijn hart uitgaat naar het schrijven van liedjes en daar wil hij graag mee doorgaan. Leanne wil zeker “iets met acteren” gaan doen, want de ontdekking dat je je een totaal andere rol kunt aanmeten, waar toch veel van jezelf in zit, vindt ze 'geweldig'. Als ze straks voor de klas staan, zullen ze het applaus dan niet missen? Kevin denkt van niet: “Als één kind zegt: 'Meester, dit was een toffe les', dan vind ik dat leuker dan een applaus van een hele zaal.”

    • Michaja Langelaan