Elke besnijdenis even spannend

Luidkeels opent Eliëzer Shochat de ceremonie met een gebed, spreidt de beentjes van het jongetje en houdt het mes gereed. “Op de achtste dag zult gij de voorhuid verwijderen om hem te perfectioneren”, schalt de stem van Shochat, die ondanks zijn keppeltje en dokterskledij lijkt op een ceremoniemeester.

De niet-religieuze vader probeert met evenveel overtuiging zingend de aandacht van de etende mensen in de zaal te trekken. “Ik geef mijn zoon aan de mohel die hem besnijdt volgens de halacha.” De moeder draait haar hoofd weg en houdt haar maag vast. Het zoontje loopt rood aan van het schreeuwen. Het is vandaag een belangrijke dag want Shochat - toevallig het Hebreeuwse woord voor ritueel slachter, een beroep dat vaak gecombineerd wordt met dat van mohel - zal over een paar minuten het jongetje met het joodse volk verbinden door zijn voorhuid weg te snijden.

Razendsnel gaat Shochat te werk. Alle ogen zijn op hem gericht. De benodigdheden liggen uitgestald op een tafel en hij trekt zijn handschoenen aan. Opa, die naast een mooie geheimzinnige lege stoel zit, legt het kind voorzichtig even op de stoel en dan op z'n schoot. Shochat trekt de krijsende baby, die pas acht dagen in de wereld is, recht en inspecteert met ambachtelijke handigheid het te besnijden gebied. Hij pakt de voorhuid, plaatst het mes erover, knipt, ontsmet, knipt nogmaals en zingt nu prevelend. Het kind brult en de moeder grimlacht. “Gezegend bent U, Koning van het heelal, die ons geheiligd heeft met geboden waarvan de besnijdenis er één is. Geef dit kind een heilige ziel en laat Elia de profeet dit kind behoeden, zijn verbond beschermen en dat hij nooit zal zondigen en wijs en gefortuneerd zal zijn.”

Shochat is al 23 jaar mohel, besnijder. Met speciale messen, een witte jas en met de Torah in zijn auto doorkruist hij het land, van besnijdenis naar besnijdenis. In totaal mocht Shochat al 24.999 kinderen 'behandelen'. “Mijn record is vijf op één dag, en ik was overal op tijd”, lacht hij trots, op weg naar zijn vijfentwintigduizendste behandeling en haalt een stapel afbeeldingen van genitaliën uit zijn tas. “Elke brit (besnijdenis) is spannend. Besnijden is eervol werk en net zoals bijvoorbeeld neuzen, oren, handen en voeten, is geen enkele penis hetzelfde.”

Zijn vak, waarvan hij een gezin met zes kinderen onderhoudt, is een vreemd vak, vindt hij zelf. “Ik heb bijvoorbeeld geen salaris. Na elke 'behandeling' wacht ik af hoeveel de ouders zich kunnen veroorloven. Ik heb geen hoge status, maar ik word hier wel gewaardeerd omdat het besnijden een van de gunsten is in het jodendom. Soms krijg ik niets en het hoogste bedrag was 700 shekkel.”

De belangrijkste reden waarom Shochat mohel wilde worden is de symboliek van de voorhuid. “De voorhuid is niet zomaar een stukje huid. Het is het deel van het lichaam dat het kwaad in de mens symboliseert. God heeft opgedragen het zelf weg te halen.”

Een diploma van een cursus van het ministerie van Religieuze zaken geeft de bevoegdheid te besnijden en veel mohellim hebben het vak van hun vader geleerd. “Ik ben de negende generatie in onze familie. Ik heb zeven jaar in een jeshiva gestudeerd en drie jaar stage gelopen in een ziekenhuis.”

“Waarom die stoel aan mijn rechterhand leeg blijft?”, zegt Shochat en kijkt op z'n horloge als hij in een file terechtkomt. “Die stoel is niet leeg, daar zit de profeet Elia, die wij de Engel van het Verbond noemen. God stuurde hem om elke besnijdenis bij te wonen. In de 9de eeuw voor Christus protesteerde hij tegen de verwaarlozing van de besnijdenis door de Israelieten. Hij was niet bij de brit van Abraham, de mohel avant la lettre die zichzelf op 99-jarige leeftijd heeft besneden toen God hem beloofde de vader van een groot nageslacht te worden.”

Maar als God het joodse volk liever zonder voorhuid wilde, waarom schiep hij de mens niet zonder voorhuid? “Hij maakte ons juist mèt voorhuid om ons met onze imperfectie te confronteren. God heeft de mens niet perfect gemaakt, net zoals hij brood niet in het veld laat groeien en truien en jassen niet aan een schaap.”

“Aanvankelijk wilde hij de mens wel zonder voorhuid, dus perfect, scheppen. Adam, een niet-jood, is besneden geboren. Zijn zondiging was voor God de reden de volgende mens onvolmaakt te scheppen. De messias komt besneden op aarde en de mensen na hem zijn dat misschien ook. Tot zijn komst zal ik niet werkeloos zijn.”