Drukproeven Hilbert spreken Einstein vrij van plagiaat

Toen Albert Einstein na een intellectuele worsteling van acht jaar op 25 november 1915 eindelijk de definitieve versie van zijn Algemene Relativiteitstheorie voltooide, was hij daarmee niet de eerste. Vijf dagen voor hij het artikel naar de Pruisische Academie van Wetenschappen stuurde had David Hilbert, een van de grootste wiskundigen van deze eeuw, de correcte vergelijkingen al een tijdschrift in Göttingen doen toekomen. Waarmee de mogelijkheid zich opende dat Einstein leentjebuur speelde.

Deze gangbare opvatting is onjuist, zo hebben onderzoekers van het Max Planck Instituut voor de Geschiedenis van de Natuurwetenschap in Berlijn vastgesteld (Science, 14 november). Integendeel, het was Hilbert die zich cruciale resultaten van Einstein toeëigende en vervolgens het moment van indienen van zijn artikel (dat pas op 31 maart 1916 werd gepubliceerd) antidateerde.

Hilberts laakbare gedrag kwam aan het licht toen Leo Corry in de Universiteitsbibliotheek van Göttingen drukproeven van het gewraakte artikel opdook. Het draagt het stempel '6-Dez.1915', vier dagen na de publicatie van Einsteins beslissende artikel. Uit een nauwgezette analyse van de inhoud van de drukproef, verricht door de Einstein-experts Jürgen Renn en John Stachel, blijkt dat het een onvolwassen versie van de Algemene Relativiteitstheorie betreft waarin de correcte veldvergelijkingen ontbreken. Ergens tussen 6 december 1915 en 31 maart 1916 moeten die alsnog zijn ingelast, na Einsteins publicatie van 2 december.

Heeft Hilbert de juiste vergelijkingen dan tenminste op eigen kracht gevonden? Nee, concluderen de onderzoekers in Science. De verschillen tussen Hilberts drukproef en het uiteindelijke artikel van maart 1916 maken het waarschijnlijk dat Hilbert zijn (foutieve) ideeën onder invloed van Einsteins publicatie bijstelde. Daarmee komt de briefwisseling die beide giganten in die enerverende novemberdagen van 1915 voerden, in een ander daglicht te staan. Einstein reageerde scherp op Hilberts claims en in een brief aan een vriend beklaagde hij zich over Hilberts gedrag.

Wellicht gaf Einsteins boosheid Hilbert aanleiding om in zijn drukproef op een cruciaal punt de handgeschreven toevoeging “als eerste geïntroduceerd door Einstein” te plaatsen. Verder nam hij in het definitieve artikel een verwijzing op naar Einsteins beslissende publicatie. Had Hilbert nu ook de (oneerlijke) inzenddatum van 20 november 1915 gewijzigd in een na 2 december, de dag waarop Einsteins artikel verscheen, dan was van een prioriteitskwestie nooit sprake geweest.

    • Dirk van Delft