De Finse concurrentie voor de Duisenberg-lobby

Duisenbergs kansen op het ECB-presidentschap zijn nog lang niet verkeken. Maar de Finse Sirkka Halamainen lijkt een ideaal compromis.

ROTTERDAM, 15 NOV. Eerst de megafoon hanteren, dan dreigen met een veto om vervolgens de intimiteit te zoeken van het bilaterale contact? De meeste landen lobbyen, anders dan Nederland, in omgekeerde volgorde voor zaken die hen na aan het hart liggen. Neem Finland. Dat wacht in stilte op een speling van het lot die het land een van de meest prestigieuze functies ter wereld kan bezorgen: het presidentschap van de Europese Centrale Bank (ECB).

De race om dat presidentschap ligt open, nu de gedoodverfde kandidaat Wim Duisenberg er vorige week een rivaal bij kreeg. Duisenberg is sinds juli al president van het Europese Monetaire Instituut, dat de vestiging van de ECB voorbereidt. Frankrijk lanceerde vorige week dinsdag zijn bankpresident Jean-Claude Trichet als beoogd ECB-president.

Direct na de Franse aankondiging gaf minister Zalm ruim baan aan zijn ongenoegen in een vergadering van ministers van financiën van de EU in Brussel. De vrijdag daarop circuleerde een mogelijk Nederlands veto tegen Trichet. Afgelopen maandag zei minister van Mierlo in Brussel opeens een compromis niet meer te schuwen. Hij had onder zijn collega's een brede steun voor Duisenberg gesignaleerd, behalve dan van Frankrijk.

Maar de volgende ochtend sprak de Italiaanse premier Prodi zich juist hardop tegen Duisenberg uit, terwijl de Franse minister van Financiën Strauss-Kahn in een reactie zei dat Trichets kandidatuur “geen blokkade” voor Duisenberg hoefde te zijn. Tweemaal mis voor Van Mierlo, telde het Brusselse circuit. “Met zulke vrienden heeft Duisenberg al bijna geen vijanden meer nodig,” zegt een diplomaat.

Rustig blijven praten en er vooral geen prestigestrijd van maken, luidt nu het devies van de Nederlandse lobby. Anders kan Frankrijk niet meer terug, en vallen zowel Trichet als Duisenberg af, ten gunste van een compromiskandidaat. Dat Van Mierlo maandag het woord 'compromis' zelf in de mond heeft genomen, heeft volgens monetaire kringen al schade genoeg opgeleverd. Minister Zalm zal aanstaande maandag de vergandering van Europese ministers van financiën aangrijpen om de 'stille diplomatie' voor Duisenberg voort te zetten.

Inmiddels is al gebeurd wat de Duisenberg-lobby vreesde. In Europese kringen heeft de race om het ECB-presidentschap zijn eigen momentum gekregen. Namen en scenario's vlogen de afgelopen anderhalve week in het rond.

Dat een Fransman daadwerkelijk president van de ECB wordt, lijkt niet aannemelijk. Dat zou wel erg geuren naar een bevestiging van een al dan niet bestaande geheime overeenkomst tussen Duitsland en Frankrijk. Daarbij kreeg Duitsland de vestiging van de bank in Frankfurt, tegen de belofte dat de eerste president een Fransman zal zijn. Een muntunie waarin de twee grote landen zo overduidelijk de lakens uitdelen is moeilijk verkoopbaar, ook in Duitsland zelf.

Blijven over twee basis-scenario's. Scenario één is dat zowel Trichet als Duisenberg sneuvelen, en er een compromis wordt gezocht. De Spaanse bankpresident Luis Rojo gonsde al na een paar dagen door de Brusselse wandelgangen, en de Italianen deden hun best om oud-bankier Tomasso Padoa-Schioppa te laten circuleren. De kans op Duitse acceptatie van een Zuid-Europeaan is volgens waarnemers uiterst gering. Een deel van de complottheorie is dan ook dat Frankrijk dit weet, maar toch een zuid-Europeaan voorstelt in de wetenschap dat Duitsland zal moeten pareren met een kandidaat uit een 'noordelijker' lidstaat. De Belg Maystadt, of de Luxemburger Juncker? Die zijn niet erg in overeenstemming met artikel 109 lid van het Verdrag van Maastricht. Dat eist van de ECB-president een “erkende reputatie en beroepservaring op bancair of monetair gebied”. De Oostenrijkse bankpresident Klaus Liebscher kán, maar in Oostenrijk is de directe betrokkenheid van de bankpresident met het monetaire beleid geringer dan in andere landen, en bovendien zit hij er nog maar kort.

Dat laat één serieuze kandidaat over. Of liever: een kandidate. Want de Finse centrale-bankpresident is een vrouw, Sirkka Hamalainen. Zij heeft een goede reputatie, naar verluidt ook bij Duisenberg zelf. Voor haar is door de Finnen al druk gelobbied voor het dagelijks bestuur van de ECB, waar naast president en vice-president nog maximaal vier leden zitting hebben, die door de Europese regeringsleiders worden aangewezen. Het Finse ministerie van Financiën zegt haar kandidatuur voor het presidentschap desgevraagd “nog niet te hebben overwogen. Maar ze zou een uitstekende kandidaat zijn.”

Klein land, Duitse monetaire invloedssfeer, onbesproken reputatie. Hamalainen voldoet al alle criteria, evenals een kandidaat die de laatste anderhalve week wat op de achtergrond raakte: Duisenberg zelf, die een belangrijke troef in handen heeft. Hij houdt zich in Frankfurt nu al bezig met de voorbereidingen voor de ECB, en staat daarmee voor continuïteit.

De ECB zelf heeft door de strijd om het leiderschap al schade opgelopen. Dat kan leiden tot verminderd vertrouwen in het beleid van de bank. Er is maar één manier om die schade te herstellen. En dat is om de gedoodverfde kandidaat toch daadwerkelijk ECB-president te laten worden.