Cirkelvragen

'REEDS DIVERSE discussies heb ik met mijn wandelgezelschap gehad over de vraag of een zonsopgang er hetzelfde uitziet als een zonsondergang', schrijft een lezer in Utrecht. “Met andere woorden, of een zonsondergang mogelijk vuriger straalt dan een zonsopgang. Misschien kunt u er eens in een krantenstukje op ingaan.”

“Wij hebben thuis een douchecel die wordt afgesloten door een plastic gordijn. Op het moment dat ik de kraan opendraai beweegt dat gordijn altijd naar binnen”, schrijft een volgende lezer. Een ander is opgevallen dat de theeblaadjes in zijn kopje thee bij het roeren naar het centrum van het kopje bewegen en niet naar de buitenkant. Een vierde wil weten of draaikolken in bad of gootsteen altijd linksom of rechtsom draaien, een vijfde verbaast zich over het huilen van zijn jenever en nummer zes vraagt zich af of muggen liever vrouwen dan mannen steken.

Steeds volgt de vraag: of het geen aardig onderwerp is voor de rubriek. Het antwoord moet in alle gevallen zijn: het is zeker aardig, maar het probleem is dat het al behandeld ìs en dat er weinig animo bestaat om het nog eens te doen. Er is dankbaarheid voor de brieven en het getoonde vertrouwen, anderzijds bitterheid over de constatering dat er hier dus kennelijk krachtig voor de kat z'n kut gewerkt wordt.

De steeds frequentere terugkeer van al behandelde problemen bracht een onderzoek in herinnering waartoe werd besloten toen het Britse weekblad New Scientist in mei 1994 ook een soort AW-rubriek begon ('The Last Word'). Voorgenomen werd te onderzoeken of men in Engeland uit eenzelfde reservoir aan problemen put als in Nederland. Bij wijze van experiment is in 1995, kort nadat ook de Washington Post een AW-rubriek was begonnen ('Come to think of it'), besloten 'The Last Word' niet langer te lezen en na een paar jaar eens te kijken hoe de zaken zich ontwikkeld hadden. Dat laatste is deze week gebeurd.

Welnu: de overlap is frappant en onaangenaam, al steunt het de gemoedsrust en het onderzoek dat de onderwerpen die in 1997 dubbel voorkwamen steeds eerst in AW hadden gestaan. Dat de Engelsen een Nederlandse krant lezen is niet waarschijnlijk en daardoor staat nu wel vast dat de lezers en briefschrijvers aan beide zijden van de Noordzee ronddraaien in dezelfde poel van verbazing. Keer op keer verwonderen zij zich over dezelfde zaken, jaar in jaar uit. Dat wordt nog duidelijker als de problemen van 'The Last Word' uit 1994 en 1997 worden vergeleken: New Scientist deinst niet terug voor een duurzame recycling.

Aardig is dat men ook in de VS steeds dezelfde problemen ontmoet. Dat blijkt uit de intrigerende en omvangrijke verzameling fysische raadsels in 'The flying circus of physics' van Jearl Walker (John Wiley, eerste druk 1975) of uit het - overigens voornamelijk heel vervelende - 'Why do dogs have wet noses' van een zekere David Feldman dat hier in Nederland door Bzztôh in vertaling is uitgebracht.

Net als bij broodje-aap verhalen en sam-en-moos moppen bestaat er een vast repertoire aan AW-vragen. Volledigheidshalve moet eraan worden toegevoegd dat sommigen er in slagen allerlei flauwigheden voor het speciale doel te verzinnen, dan krijg je vragen als: hebben duikboten ankers, waarom eten Chinezen met stokjes, waarom hebben mannen tepels en perziken haren, enzovoort, enzovoort. Dit reservoir is waarschijnlijk niet begrensd.

Het neemt niet weg dat er in New Scientist het afgelopen jaar een aantal aardige kwesties aan de orde kwam. Zoals: waarom zijn katten zo gek op vis, zijn spaanse pepers voor dieren net zo heet als voor mensen, verandert een blinde kameleon ook regelmatig van kleur en zijn er dieren die beseffen dat ze zichzelf zien als ze in de spiegel kijken. Een handicap is dat NS niet alleen de vragen maar ook de antwoorden door de lezers laat verzorgen. Vaak komt er daardoor helemaal geen antwoord.

Waar wel antwoord op kwam (NS, 2 augustus) was de actuele kwestie van de flyby of swingby (ook wel het slingshot-effect genoemd) die de onlangs gelanceerde Huygens-Cassini sonde in staat moet stellen te zijner tijd Saturnus te bereiken. Nu vliegt het ding nog hard richting zon, maar het is de bedoeling hem vlak langs een aantal planeten, waaronder de aarde, te sturen. Dan zou hij door zwaartekrachtswerking zo'n extra versnelling krijgen dat Saturnus binnen bereik komt. Zo geformuleerd klinkt dat aannemelijk genoeg, maar er was een NS-lezer die besefte dat de aarde de Cassini natuurlijk ook net zo hard weer afremt als hij eenmaal voorbij is. Dus wat was de winst? Het blijkt dat het niet de zwaartekracht is die de sonde een extra zetje geeft, maar de snelheid van de planeet die de zwaartekracht uitoefent. Mike Brown in Cheshire wist het. Op 4 januari kreeg een lezer helemaal uit het Amerikaanse Virginia antwoord op de vraag waarom de Space Shuttle altijd kort na de lancering langzaam om zijn lengteas wentelt voor hij in de ruimte verdwijnt.

Het plaatje dat hierboven is afgedrukt illustreert een probleem dat meer op het terrein van de eigen AW-rubriek ligt. Men ziet er een klassieke Verkade chocoladereep in een klassieke verpakking: zilverpapier (aluminiumfolie op papier) direct om de chocola, daaromheen een losse wikkel. Altijd is ons voorgehouden dat het zilverpapier de repen tegen opwarming door warmte-instraling beschermt. De vraag is wat er van dit mooie stralingseffect overblijft als er toch nog een aparte wikkel over de weerkaatsende folie wordt geschoven. Het makkelijkst verloopt het vergelijkend onderzoek in de volle zomerzon. Daaraan schort het nu even.

    • Karel Knip